Week 48 -2008
"Na die ingreep mag je zes weken je penis niet gebruiken," zegt Marion. "Dat zei die dokter."
"Dat zei hij niet," zeg ik. "Ik mag zes weken niet fietsen."
"Ik heb het hem zelf horen zeggen," reageert ze met enige verbazing in haar stem.
Wie lang getrouwd is weet dat dit het punt is waarop je beter niet verder kunt gaan met het gesprek. Wat werkelijk gezegd is zul je nooit achterhalen. Misschien vind ik het zo'n vervelend idee om zes weken geen plezier te mogen maken dat ik het verdrongen heb. Misschien heeft hij gezegd dat ik zes weken rustig aan moet doen en onder andere niet mag fietsen, maar heeft Marion het begrip 'rustig aandoen' wat ruimer gedefinieerd dan ik het geneigd ben te doen. Volgende week zal ik het de Belgische uroloog zelf wel vragen.
Af en toe stuur ik hem een mail. Bijvoorbeeld of er in het ziekenhuis wireless toegang tot het internet is, want ik wil na de operatie en voor de HIFU-behandeling wel graag kunnen werken. Niet voor niets ben ik uit levensovertuiging workaholic geworden. Wat moet ik anders in zo'n ziekenhuis doen? Hij antwoordt altijd met een korte zin. "Ja, het is er. Chris. "
Dagelijks ontvang ik van allerlei mensen kaartjes via de post om mij sterkte in het Vlaamse hospitaal te wensen. De visboer waar ik een paar keer per week kom en die ik vertel dat ik volgende week geen vis bij hem koop omdat ik word opgenomen, zegt: "Ik zal voor je bidden Ivan." Het is de eerste keer dat hij mijn voornaam gebruikt. Mensen bellen me op om iets vriendelijks te zeggen en informeren of ik er tegenop zie.
Om eerlijk te zijn kijk ik er naar uit. Het idee dat er nog iets te ondernemen valt stemt me positief. Ik had me al ingesteld op het feit dat als de medicijnen niet meer zo effectief zijn ik aan de chemo moet. Kanker is een proces waarbij je elke keer een slag verliest en je weer een stap dichter bent bij het moment waarop je met de witte vlag zal moeten zwaaien en je neerleggen bij het onvermijdelijke. In een van de voor zijn doen vrij lange mails heeft hij echter geschreven: "Je weet natuurlijk nooit of er geen micrometastasen zijn, maar zoals het er uit ziet is het mogelijk dat we de kanker definitief kunnen behandelen. Chris."
Ik hoop maar dat 'definitief' in het Vlaams het zelfde betekent als in het Nederlands.
Echt hardop mijn hoop uit te spreken durf ik nog bijna niet. Ik wil geen dwaas lijken die de werkelijkheid niet onder ogen durft te zien. Hoop is echter net zoiets als twijfel. Het is een onkruidsoort die zo lang we leven niet te onderdrukken valt: een primair gevoel dat opkomt zonder dat het eerst bij ons verstand informeert of het wel redelijk is dat het zich aandient.
Een week zal ik in dat ziekenhuis in Antwerpen verblijven en vervolgens thuis een tijdje herstellen en met een katheter rondlopen. Wat betekent dergelijke minuscule hinder als ik het vergelijk met het feit dat ik geen chemokuren hoef te ondergaan en bovendien weer kan stoppen met de medicijnen? Het gebruik van die hormoon verstikkende middelen heeft de nodige gevolgen voor me gehad. Geleidelijk aan ben ik steeds depressiever geworden. Het staat keurig in de bijsluiter en het mag dus geen verrassing zijn. Niet dat ik nu zo graag zelfmoord wil plegen, maar ik begon wel overal tegenop te zien. Een onderzoek dat ik deze week las heeft aangetoond dat gelukkige mensen altijd overzicht houden. Nou, dat was ik kwijtgeraakt. The big picture. Mijn leven lang heb ik in een cinemascoopvoorstelling geleefd en pas het laatste jaar begonnen kleine dingen me daarbij te hinderen. Zelfs de blauwe envelop in de brievenbus brengt me tegenwoordig van slag. En het is me niet ontgaan bij het opnieuw lezen van mijn laatste boek Onweer in de Verte dat zich een somberheid aan de lezer opdringt, die ik van mezelf niet gewend ben. De verlossende ingreep in België en nog maar een paar dagen die pillen slikken en dan word ik weer de oude strijder die nooit opgeeft omdat zelfs grote hindernissen molshopen lijken. Mochten ze toch wat moeilijk te overmeesteren zijn, dan loop ik er gewoon omheen. Wonderlijk genoeg heeft zich zelfs het idee aan me opgedrongen dat na de behandeling ook mijn hielspoor zal verdwijnen, dat ik weer dagelijks kan rennen, dat ik weer trots word op de kracht in mijn lichaam, dat ik weer gewoon jong word. Toch is er weinig reden te geloven dat het verbranden van prostaatkankercellen ook maar enig effect kan hebben op de peesplaat onder mijn voet. In de maand december herstel ik van de behandeling en 2009 wordt dan het begin van mijn nieuwe bestaan. Een leven waarin ik zes weken onthouding onaanvaardbaar vind en waarin ik op zal komen voor de werkelijkheid zoals ik hem zie. Een jaar waarin ik met nadruk zal zeggen: "Nou sorry, die dokter heeft echt niets over het niet gebruiken van mijn penis gezegd. Fietsen, daar had hij het over."



Terug