| Week 49 -2008 "Blijft u slapen?" vraagt de dame van de ziekenhuisbalie bij wie ik me maandagochtend om zeven uur meld. Misschien heeft ze gelijk en moet ik mijn verblijf hier als een logeerpartijtje in het buitenland zien. In het halfduister en zonder leesbril onderteken ik een aantal documenten, zoals ik dat ook gewend ben te doen als ik in een hotel incheck. Wat moet ik op dit moment nog? Uitgebreid doorlezen en in discussie gaan over de tekst? Ik heb besloten de HIFU-behandeling te ondergaan en wil nu niet meer gaan twijfelen. De kassa is nog niet open en daarom vraagt ze me of ik later terug wil komen om het voorschot te betalen. Dat kan met de creditkaart had mijn Belgische uroloog gezegd. Vierduizend euro, want het is geen goedkoop hotel. We worden begeleid naar de zevende verdieping, waar ik een eenpersoonskamer met uitzicht op de stad Antwerpen krijg. Een verpleegkundige geeft me een grijze schort, die ik onmiddellijk over mijn naakte lijf aan moet trekken. "Wanneer word ik geholpen?" informeer ik. "In de voormiddag," antwoordt ze. "Bedoelt men daar in België mee vroeg in de middag of voor de middag?" informeer ik voor de zekerheid. Bij zo'n logeerpartij in een ander land moet je behoedzaam zijn geen vergissingen te begaan. "Voor de middag," antwoordt ze. Met Marion berg ik mijn spullen op in een kast. Terwijl we daarmee bezig zijn komt de verpleegkundige gehaast terug. "We moeten naar de operatiekamer." Voor ik er erg in heb word ik wakker met drie zakken boven mijn hoofd en een onder mijn bed. Slangen gaan in en uit mijn lichaam. Marion kijkt naar me en vindt me flink, maar ik verdien echt geen bewondering. Ik heb geen pijn en voel me wel prettig in dat bed. Dit is ook nog maar het begin. De HIFU vindt pas op vrijdag plaats. Leren omgaan met een katheter is niet gemakkelijk. Het voelt als de kogel aan de enkel van een cartoongedetineerde. In bed is eigenlijk maar één positie mogelijk en als ik me verplaats moet ik het zakje met frambozenlimonade voortdurend achter me aan zeulen. Soms vergeet ik het en blijf ik hangen, iets waaraan ik met een pijnlijke scheut in de edele delen word herinnerd. Later ontdek ik dat een ochtenderectie ook geen prettige ervaring is met een slang die de zwellichamen in de weg zit. Zo leer je het snel af aan aangename dingen te denken. Ik concentreer me op de leuke kanten van het logeerpartijtje en negeer alle ongemakken. Eindelijk veel tijd om te lezen en de kans om het tweede deel van Saul Friedlander's boek uit te lezen, Nazi-Duitsland en de Joden. Er zijn veel ergere dingen dan een chirurgische ingreep. Levens die eindigen midden in een zin, zonder enige betekenis en zonder dat het verhaal is afverteld. Op een prikbord is het weekmenu te vinden. Ik kan dagelijks kiezen tussen menu A en menu B. De gekookte eieren bij het ontbijt zijn de hele week doorgestreept. Die kunnen alleen op zondagen besteld worden. Als lunch: Knolseldersoep, blinde vink, knolselder in roomsaus, preibouillon, preisoep, wortelstampot. Als de vriendelijke dame die het brood ronddeelt vraagt wat ik voor beleg wil, als ik geen kaas of vleeswaren wens, lach ik haar vriendelijk toe en haal mijn schouders op. Ik denk niet dat ik hier om gerookte zalm kan vragen. Ze geeft me kuipjes met Kwatta chocoladepasta. Marion is van twaalf tot acht bij me op bezoek en brengt sushi mee. We vullen de dag met lezen en skypen met alle denkbare familieleden. Aanpassing aan plaatselijke taal en gebruiken lukt me heel aardig. Als de Marokkaanse verpleegkundige me vraagt of ik groot toilet heb gedaan, weet ik aanvankelijk niet wat ze bedoelt. Onthouden. Dat is een belangrijke uitdrukking. 's Lands wijs 's lands eer. Ze wijst me er op dat ik de penis goed schoon moet maken en ook het slangetje dat eruit komt van bloedstolsels vrij moet houden, anders kan ik een infectie krijgen. Ik kijk wat onhandig. "U moet de voorhuid goed terugtrekken," zegt ze omdat ze vermoedt dat ze te maken heeft met een buitenlander die je alles drie keer moet zeggen. Het lijkt of er meer verpleegkundigen in opleiding zijn dan echte zusters en broeders. Die eerste zijn gemakkelijk te herkennen omdat ze onzeker zijn. Een van hen komt me als ik me bij het kleine wastafeltje probeer te wassen helpen door mijn rug in te zepen. "Bent u nog naar de grote koer gegaan?" informeert ze. Is er dan een binnenplaats waar ik mag wandelen? "Koer?" vraag ik onzeker. Ze knikt. Gelukkig is Marion slimmer dan ik en helpt me: "Ze wil weten of je nog hebt kunnen poepen?" Wist ik net wat groot toilet betekent en nu schotelt men me al een variant voor. De verpleegkundige verschiet van kleur. Hier in Vlaanderen zegt men immers poepen, waar wij het woord neuken gebruiken. "Bent u mijnheer Wolffers?" informeert een personeelslid zonder wit of groen uniform. Ze is van de sociale dienst en wil weten waarom ik de garantiesom van 4000 euro nog niet betaald heb. Dat is niet gelukt omdat de pinmachine van de kassa beneden in het ziekenhuis geen enkele van mijn creditkaarten geaccepteerd heeft. Gelukkig heeft Marion het net voor elkaar gekregen met haar kaart. Zou hier in Vlaanderen wat wij financiële administratie noemen sociale dienst heten? Heel vaak moet ik de vraag of de ingreep goed is verlopen beantwoorden. Wat moet ik zeggen? Zo te zien heeft men geen onderdelen verwijderd die ik nog had willen behouden. Of het ook echt iets opgeleverd zal hebben weet ik pas over een paar maanden, misschien zelfs over een paar jaar. Op dat moment weet ik ook of ik blij moet zijn met dit logeerpartijtje. Terug |