Week 50 -2008
"Ik hoop maar dat u van water houdt," zei de verpleegkundige toen ik na de operatie terugkwam op mijn kamer.
De vraag was curieus. Valt er dan niet van water te houden? Het smaakt nauwelijks ergens naar, we bestaan voor zeventig procent uit water en negentig procent van de wereldbevolking gebruikt het om de dorst te lessen. Het is waar, op elke afdeling van het Vlaamse ziekenhuis stond een coca cola automaat. Misschien informeerde ze of ik liever iets anders dronk.
"U moet namens minstens twee liter water per dag drinken," zei ze. "Plus nog thee of koffie."
De flessen stonden al klaar op mijn nachtkastje. Het was me op de dag van opname al opgevallen dat bij de verpleegpost grote stapels kratjes met daarin literflessen water waren opgestapeld. Blauwe en rode doppen. Plat en bruis, zoals ze in Vlaanderen zeggen. Over de stootbeugels in de gangen van de urologieafdeling hingen zakjes met daaraan slangetjes klaar. Daarin moest al dat water weer worden opgevangen. Bij de deur naar mijn kamer zag ik er drie. Er werd nogal iets van me verwacht.
Onmiddellijk besefte ik dat ik in waterwonderworld beland was. Prins Alexander zou hier mooi promotiewerk kunnen verrichten. Zeker ook omdat zijn eigen vader uiteindelijk aan de prostaatkanker was bezweken en zich mogelijkerwijze ook al zwemmend in veiligheid heeft proberen te brengen.
De zakken onder het bed moesten vol zijn; eerder werden ze niet meegenomen. Twee liter paste erin en het stond dan mooi strak, bol en het was rood. Mijn urine mengde immers met het bloed van de ingreep die ik ondergaan had. De hoofdtaak van de verpleging bestond eruit meerdere malen per dag langs de bedden te gaan en zakken af te koppelen en weer nieuwe aan te brengen. De nachtbroeder moest helaas alles in zijn eentje doen en hij vertelde me in vertrouwen dat hij de hele nacht geen moment kon zitten, zo zeer werd er een beroep gedaan op zijn loodgieterkwaliteiten. Zuinigheid was erg belangrijk in het ziekenhuis. Toen ik een keer om half twaalf de zuster belde om te vragen of ze mijn zak waarin al anderhalve liter zat, kon verwisselen en ze me niet meer hoefde te storen, zodat ik die nacht ongestoord zou kunnen slapen, zei ze: "Hij is nog niet helemaal vol".
Dat heeft ze geweten. Ik lag veilig in mijn bed, een halve meter boven de vloer, en was me nergens van bewust. Rond middernacht kwam ze binnen en ze viel met haar neus in de Antwerpse urineplassen. Mijn kamer stond blank omdat de zak op de naad was opengebarsten en de twee liter zich over de vloer had verspreid. Met een snelle greep pakte ze de sprei die over me heen lag en wierp die op de grond om daarmee de overlast op te dweilen.
"Dat komt er ook van,"zei ze.
Ik verontschuldigde me. Het was tenslotte mijn urine, maar ze zei dat ik er niets aan kon doen.
"Bezuiniging en personeelstekort," zei ik om te laten merken dat ik aan haar kant stond.
"Nee," antwoordde ze. "Het materiaal wordt steeds slechter. Die zakjes knappen steeds vaker open."
Gelukkig maar, stel je voor dat dat niet gebeurd was en de urine was teruggelopen in mijn blaas omdat ze geen enkele andere kant op kon. Wat dan? Zou het helemaal de weg terugnemen van waar het gekomen was?
Ze bracht een schone sprei en ik probeerde in slaap te komen, maar voelde me er niet gerust op.
Als 's morgens de artsen hun visite liepen gingen ze rond als veldheren langs een strijdtoneel waarbij de Belgische waterlinie was opengezet. In hun groene pakken marcheerden ze als officieren over het slagveld en maakten de som van winst en verlies op. De broeken in de kousen gestopt en op hoge klompen. Groene regenlaazen hadden niet misstaan.
Aan het einde van de week was het prettig om met de auto naar het Noorden te kunnen ontsnappen, naar het land van sloten, kanalen en gemalen. Terug naar mijn boeken, mijn muziek, mijn eigen schrijftafel. Eenmaal thuisgekomen wordt mijn leven echter nog steeds bepaald door de terreur van het water. Voor goed herstel moet ik veel blijven drinken. Omdat mijn prostaat bij de HIFU behandeling flink te pakken is genomen is hij gezwollen en klemt de urinedoorvooer dicht. Toch moet ik leren weer spontaan en krachtig te plassen, maar er blijft telkens water achter in mijn blaas. Dat zou tot ophopingen kunnen leiden. Vandaar dat ik na elke plasbeurt via het slangetje dat na de ingreep in mijn blaas is achtergebleven en via mijn onderbuik naar buiten kijkt wat er nog rest aftap in een potje. Voorzichtig doe ik daarna het stopje er weer op en berg mijn tweede plasser op in mijn onderbroek. Een dubbelplas zou je het kunnen noemen. Het is de bedoeling dat ik telkens meet hoeveel er in het potje terecht komt. Als het twee dagen achtereen niet meer dan vijftig milliliter per keer is mag de suprapubische sonde uit mijn buik. Ik moet het allemaal noteren. Van rustig herstel komt dus nauweijks iets, want ik heb een nogal ingewikkelde urineboekhouding die ik trouw bij hou. Wat plast een mens vaak op een dag. Het is bovendien teleurstellend. Ik zou willen dat het herstel sneller verliep. Tweehonderd milliliter. Omlaag alsjeblieft. Ja zuster, ik hou van water, maar dan vooral als het onder de vijftig milliliter blijft.



Terug