Week 11 -2009
Sarcosine is het nieuwe toverwoord voor mannen met prostaatkanker. Die stof zou bepalend zijn voor de kwaadaardigheid van het gezwel. Het merendeel van de mannen die prostaatkanker hebben, is gezegend met een langzaam groeiend gezwel dat pas ontdekt gaat worden als ze op hun vijfennegentigste dood gaan. Waardoor komt het dat zij in zalige onwetendheid mogen leven? Ze hebben geen sarcosine. De echte helden die vroegtijdig sneuvelen hebben die rotstof echter wel. In het tijdschrift Nature werd een paar weken geleden het onderzoek beschreven dat laat zien wie de schuldige is. In Michigan hebben ze de misdadiger ontdekt. De S van Superman staat niet langer voor de held uit het buitenaardse die ons op tijd redt, maar voor sarcosine in het binnenlichaamse dat bijdraagt aan onze vernietiging.
Sarcosine zal wel iets met de staart van ons erfelijk materiaal doen, want als het daar wat rafelt en los zit blijken kankers in het algemeen wat gemener van karakter te zijn. Zeker weten doe ik het niet, want daar hebben de onderzoekers het niet over, maar het is niet onwaarschijnlijk. Binnenkort zal er een test zijn zodat mensen niet voor niets behandeld worden. Heeft u sarcosine of niet? That's the question. Met een langzame pingpongbal in je prostaat hoef je natuurlijk niet allerlei ingrepen door je uroloog te ondergaan.
De onderzoekers denken zelfs dat ze nu ook een medicijn kunnen ontwikkelen tegen kwaadaardige prostaatkanker. Dat zou een stof noeten worden die de aanmaak van sarcosine in de kankercellen uitschakelt. Dan wordt, volgens de onderzoekers, het gezwel weer een goedaardige kanker. Ik hoop dat ze een beetje opschieten met dat medicijn, zodat ik er nog iets aan heb. Nog vier jaar wachten? Vijf jaar? Ik zal proberen mijn verblijf hier te rekken.
Hoe ik dat doe? Marion zocht op het internet nog even voor me op wat me behalve chemotherapie nog rest aan mogelijkheden.
Minder dierlijke producten eten. Nou dat doe ik. Niets meer! Van mij mogen ze rustig blijven grazen. Geen vlees, geen zuivel.
Flink blijven trainen. Dat doe ik. Elke dag verbeter ik een record op mijn hometrainer.
Stress vermijden. Dat probeer ik, maar sommige dingen zijn niet zo simpel. Wie met andere mensen omgaat zal ook vanzelf stress ondervinden.
Gelukkig mag ik wijn blijven drinken, rood en wit, mag ik blijven neuken, als het nog een beetje lukt, en is het me toegestaan net zo vaak op vakantie te gaan als ik maar wil.
Onlangs heb ik me afgevraagd of ik misschien twee keer per dag een trainingssessie zou moeten houden. Is vijfenveertig minuten wel genoeg? Eens per dag bestijg ik mijn fiets en trap als een idioot. Daarbij zet ik wat muziek op. Verschillende soorten heb ik nu uitgeprobeerd om tot de beste resultaten te komen.
Aanvankelijk dacht ik het met blues te kunnen, maar op die muzieksoort kom je niet vooruit. Het is bedoeld om te troosten en niet om aan te zetten tot nieuwe activiteit. Daarna probeerde ik rock, maar dat viel me erg tegen. Zeker omdat op een album om de twee nummers de rockers ook de vrouwen onder hun fans moeten plezieren en de harde jongens zingen daarvoor een liefdesballade. Op die manier ben je zo uit het peloton gelost.
Uiteindelijk ben ik terechtgekomen bij Latin muziek. Het heeft een flink tempo en helpt om als eerste bij de streep aan te komen. Trompetklanken en refrein doen me boven mezelf uitstijgen. Rapstukken laten me weer wat terugzakken. Instrumentale muziek helpt me beter op het ritme van de drummer te blijven letten en maakt me sneller dan gezongen muziek. Vrouwenstemmen zwepen me echter weer op tot ongekende prestaties. Wat zijn wij mannen simplistisch geconditioneerd. Als je verstandig was, zou je bij het horen van het gezang van sirenen niet sneller willen, maar afstappen om je leven lang bij ze door te brengen. Maar zo werkt dat dus juist niet. Je wordt aangezet om je eerst te bewijzen zodat de zingende vrouwen ook belangstelling voor jou zullen tonen.
Het verschil tussen fietsen met en zonder muziek is op vijfenveertig minuten een hele kilometer. Ik besef dat het geen wetenschappelijk onderzoek is, maar toch leer ik er veel van. Het is sinds ik over de sarcosine gelezen heb echter niet meer van belang of ik als eerste aankom. Het gaat er veel meer om dat ik de hele race vooraan rij om het tempo zo hoog mogelijk te houden, zodat op die manier de mededingers aan de staart van het peloton moeten lossen. Kwijt wil ik ze, die sarcosines. Weg ermee. Doortrappen. Bij de volgende tussensprint hoor ik misschien dat men bij de University of Michigan Medical School al een sarcosinevanger heeft ontwikkeld. Spuit ze bij me in, laat ze me slikken.



Terug