| Week 18 -2009 Ze vocht om hem in leven te houden, maar de machten waarmee ze de strijd had aangebonden waren veel groter dan zij kon weerstaan. Toch leek mijn scheve schoonmoeder, ondanks de arm die door de kinderverlamming weinig kracht had, op een soldaat waar je voor uit moet kijken. De felle blik die geen tegenspraak duldt, het korte zwarte haar als een helm die haar tegen oud worden beschermt, de zuinig gesloten mond die eerst bewezen wil zien dat het echt niet mogelijk is. Een paar dagen nadat haar man overleed verdween de spanning die bij de oorlog om te overleven hoort uit haar lichaam, terwijl de droefheid verhoudingsgewijs toenam. Als ik nu naar haar kijk heb ik het gevoel of ze gekrompen is. Een kleine dappere droeve vrouw. Niet meer strijdend, maar geslagen omdat de mens het nooit zal lukken om het met succes tegen de dood op te nemen, zelfs haar niet. De dood is overal rondom ons en heeft altijd het laatste woord. Via internet, de krant of de radio hoor ik wie aan de beurt was. Meestal kijk ik even naar de leeftijd. Jonger of ouder dan ik? Het geeft een onverwacht prettig gevoel als ik merk dat ik niet de enige ben. Martin Bril, en tussen haakjes staat 49. Wie voor zijn vijftigste gaat heeft kans op heldenstatus. Hoewel? Boudewijn Büch wilde ook op tijd heengaan, maar is inmiddels al weer vergeten. Ons geheugen is beperkt. Uit onderzoek blijkt dat men zelfs gemiddeld drie jaar na het overlijden van een partner weer verder kan leven alsof de ander er niet meer is. Mijn schoonmoeder kende mijn schoonvader al toen ze zestien jaar was. Dit jaar wordt ze tachtig. Voor haar is geen leven zonder hem voorstelbaar. Wat zal Marion doen als ik er niet meer ben? Soms legt ze me haar dilemma voor. Moet zij speciale dingen doen omdat ik prostaatkanker heb en er misschien over een paar jaar niet meer ben? Of moet ze gewoon zichzelf blijven? Ik kies altijd voor het laatste, want daar ben ik ooit verliefd op geworden en hoewel we in ons leven wel wat veranderen, heb ik er nooit voor gekozen om met iemand mijn leven te delen die zich als mijn moeder of als een verpleegster gedraagt. Mocht ik echter plotseling achteruit gaan, zal ze zich dan niet net als haar eigen moeder gaan gedragen? Een soldaat tegen de dood. Zal ze ook tot het uiterste willen gaan om me in leven te houden, een gevecht aangaan met het menselijk lot? Het is heroïsch, maar de afloop is van te voren bekend. Ik vind het prettiger als ze een mooi boek schrijft dat ik nog kan lezen voor het leven voorbij is. Als ik er niet meer ben hoop ik dat ze weer snel de draad van haar eigen leven oppakt maar wel ergens een foto van mij op een plek hangt waar ze hem vaak ziet. Opgewonden belt mijn schoonmoeder op. "Luister," zegt ze snel sprekend. "Het is allemaal opgenomen." Op de achtergrond hoor ik een van haar twee zonen spreken bij de kist van zijn vader. Een dag later halen we haar om samen te luisteren, maar we hebben al snel door dat het niet de eerste keer is en dat ze de CD die het crematorium haar heeft gezonden vaak afspeelt. Ze kan er geen genoeg van krijgen en probeert hem op die manier bij zich te houden. Volgens Javanen blijft de geest van een overledene nog een tijdje in onze buurt en veel Indische mensen hebben die prettige veronderstelling overgenomen. De eerste veertig dagen helpt hij degenen die hij lief had nog. Op de veertigste dag komt de familie vervolgens nog één keer bij elkaar, eet gele rijst en andere lekkernijen, en pas dan zal mijn schoonvader echt verdwijnen. Hij vertoeft nog in het limbo en iedereen in de familie lijkt inmiddels al een signaal van hem te hebben gehad. Een deur die onverwacht dicht ging, een plotselinge behoefte naar een ander familielid te gaan. Ik denk wel veel aan mijn schoonvader, maar heb zelf nog geen booschap van hem ontvangen. Misschien omdat ik niet thuis ben in de leer der geesten. Wel ken ik de geest van mijn schoonvader in de betekenis van 'in de geest van', de manier waarop hij zich manifesteerde. Dat is ook hoe ik hem wil onthouden. Het typische, het kenmerkende dat hem onderscheidde. In de nacht gaat de telefoon in het huis van mijn schoonmoeder. Ze neemt op en krijgt een vriend van mijn schoonvader aan de telefoon. Die is verbaasd, want hij ligt te slapen en wordt op dit moment eveneens gebeld en krijgt nu zo maar mijn schoonmoeder aan de lijn. Is dat niet toevallig! Dat moet een streek van mijn schoonvader zijn. Die haalde gedurende zijn leven vaak telefoongrappen uit. Dan deed hij net of hij een ander was. De commissaris van politie of de voorzitter van de Indische vereniging. Hij ging daarmee door tot de ander hem herkende en dan lachten ze samen. Hij kwam afscheid nemen zegt de vriend van mijn schoonvader. Ik zou dat in de geest van mijn schoonvader echter heel anders interpreteren. Het is logischer dat hij de vriend eraan wil herinneren dat hij mijn schoonmoeder niet mag vergeten en af en toe bij haar op bezoek gaan. Maar wat is eigenlijk logisch aan het bestaan van geesten? Chinezen zeggen dat de geest blijft bestaan tot er nog mensen zijn die de persoon waarin die geest tijdelijk onderkomen had gevonden hebben gekend. Alleen wij mensen zelf zijn in staat de geesten hun bestaan te geven. Laten we ze herinneren: mijn schoonvader, Martin, Boudewijn en mij ook alsjeblieft als ik er straks niet meer ben. Terug |