Week 20 -2009
Mijn kleindochter kan knipogen. Als ze me aankijkt knijpt ze goedmoedig haar linkeroog dicht terwijl tegelijkertijd haar mondhoek omhoog gaat, alsof ze wil zeggen "het komt helemaal goed opa". Iedereen moet om haar lachen en telkens wordt haar gevraagd het kunstje nog een keer te tonen, maar ik geloof dat alleen de knipogen voor mij echt zijn.
Het komt ook allemaal goed, want ik gebruik al een half jaar mijn medicijnen niet meer en toch ben ik gezonder dan ooit. Elke dag train ik drie kwartier en leg wekelijks tweehonderdveertig kilometers af zonder van mijn plek te komen. Mijn lichaam voelt sterk en er is ruimte in de taille van mijn broeken, ook in die van een paar jaar geleden. Die fiets verdient mijn dankbaarheid.
Zo'n trainfiets in huis geeft echter een hoop gedoe. Hij neemt veel plaats in en ik ga er buitenissig door transpireren. Dat schijn je te kunnen ruiken. Zelf valt me het niet op, maar Marion heeft me gevraagd het raam open te zetten als ik bezig ben en niet te lang in mijn doornatte T-shirt te blijven lopen. Haar nichtje heeft me bovendien verteld hoe bij een vriendinnetje de vloer langzaam maar zeker doorrotte omdat er elke dag op de zelfde plek een beetje vocht kwam. Mogelijk draag ik op die manier ook nog bij aan de onverkoopbaarheid van mijn huis. Daarom veeg ik na de training de houten planken grondig droog en zet de fiets op zijn kant om nog wat uit te druppen.
Veel fietsen of niet, er moest onvermijdelijk een moment komen dat de PSA weer werd bepaald. Langzaam maar zeker zag ik begin mei dichterbij komen. Aan de vriendelijke dame die het bloed afnam vroeg ik of ze de uitslag ook aan mij zou kunnen doorsturen. Tenslotte ben ik arts, maar dat was onmogelijk. Patiënten mogen hun eigen gegevens niet in handen krijgen. Ik liet het maar zo, want de PSA zou er toch niet lager door uitvallen. Achtenveertig. Weer verder gestegen. Er zit iets in mijn lichaam. Een onzichtbare geest die ze kanker noemen, maar niet in beeld te brengen is. Twee keer is iets ondernomen om het met harde hand te verwijderen, maar het spook blijft zich ergens ophouden. De vorige scan liet niets zien. Maar hij roert zijn staart, want de PSA gaat maar omhoog. Heb ik dan misschien geen kanker, maar de PSA-ziekte? Word ik behandeld aan een PSA-verhoging?
"Wat moeten we?" vraagt mijn uroloog.
Ik weet wel zo ongeveer wat er gaat komen. Daar hoef je geen uroloog voor te zijn. De witte pilletjes. Dan gaat in elk geval die PSA weer wat omlaag en we houden de onzichtbare kanker in mijn lijf misschien nog even in toom. Tot de geheimzinnige bezetter van mijn lichaam uit zijn ketens breekt, de kankercellen ongevoelig geworden zijn voor de behandeling. Was dat niet al zo'n beetje het geval? Een half jaar geleden steeg het telkens ondanks de behandeling.
"Laten we wel eerst nog een scan doen," stelt hij voor.
Met dat plan had ik al rekening gehouden en ik vind het wel een goed idee. De uitkomst van de scan is voor wat betreft mijn vooruitzichten van geen enkel belang. Stel dat we nu wel iets zien, wat dan? Van die prostaat moeten we ondertussen afblijven. Die is eerst bestraald en daarna heeft hij nog een keer de HIFU behandeling ondergaan. Dat ding zit verkoekt aan zijn omgeving en kruimelt weg als je er al naar kijkt. Er weer aan prutsen zal alleen maar narigheid opleveren. En mocht er op de scan ergens in mijn lichaam een plekje gaan gloeien, dan weten we waar het zit, maar het kan al lang niet meer plaatselijk worden weggehaald. Dan zit het ook in andere delen van mijn lijf en is alleen een algemene behandeling zinvol. Dat zijn die witte pilletjes. Elke ochtend drie. Er ligt nog een klein voorraadje van de vorige keer in de ijskast. We gaan het leven nog even rekken.
Als ik op mijn fiets train doe ik de deur zorgvuldig dicht, zodat de zweetlucht de kamer niet ontsnapt. Mijn kleindochter is nieuwsgierig, maar respecteert de gesloten toegang. Zodra ze de deur hoort opengaan en merkt dat ik klaar ben gaat ze naar mijn werkkamer en kijkt om het hoekje. Ik ben al boven om me te douchen, maar zij ziet de fiets dramatisch op zijn kant liggen om te drogen en geschrokken roept ze: "Oma, oma. Opa is van zijn fiets gevallen."
Nee, opa is niet van de fiets gevallen. Hij zit er nog elke dag trots bovenop, denkt nog door hard te trappen het onzichtbare spook de baas te blijven, droomt nog van de vele boeken die hij gaat schrijven, verheugt zich op vakanties met zijn kleinkinderen en kijkt uit naar de volgende aanmoedigende knipoog voor de wielrenner die nooit verliest.



Terug