Week 22 -2009
Ik kan niet doen alsof er niet overal langs de weg des levens grote waarschuwingsborden staan wat we wel of niet zouden moeten doen. Voldoende bewegen. Gezond eten. Niet roken. Nooit neuken zonder condoom. Voorzichtig zijn met alcohol. Slechte neigingen bij jezelf onderdrukken. Lief zijn voor een ieder die je pad kruist. Wie zich daaraan houdt leeft vermoedelijk lang en gelukkig. Dat ik vorige week in mijn medische vakblad las dat je geen scans moet ondergaan als het niet strikt noodzakelijk is omdat het de kans op kanker doet toenemen, is ook een niet mis te verstane waarschuwing. Zeker als ik dat onder ogen krijg vlak nadat ik een afspraak voor een scan gemaakt heb en ik weet dat het voor mijn behandeling niets uitmaakt wat op die scan te zien zal zijn.
Waarom heb ik niet onmiddellijk de afspraak weer afgezegd? In de allereerste plaats omdat ik net als ieder ander mens probeer uit te rekenen wat algemene cijfers voor mij individueel betekenen. Een kans van één op hoeveel duizend? Nou dan zal ik die ene wel niet zijn, want ik was al de ene bij het uitdelen van de prostaatkanker. Trouwens, ik eet veel verse groente en fruit en daar zitten lekkere antioxidantjes in die de vrije radicalen van de gevaarlijke straling onschadelijk maken. Nee, ik ben niet iemand die zo gemakkelijk kanker oploopt.
Waarom doe ik het eigenlijk? Omdat het me mateloos ergert dat die prostaatkanker op allerlei plaatsen in mijn lichaam lijkt te zitten en niemand kan zien waar het zich ophoudt. Hij moet in beeld worden gebracht, zodat ik hem met strenge woorden kan toespreken en proberen te bezweren. Ik wil hem in de ogen kunnen kijken en niet alleen maar via een psa-berichtje af en toe met hem communiceren. Waar zit je verdorie? In mijn lymfeklieren? In mijn wervels? Of verstopt die lafaard zich nog steeds ergens in een donkere hoek van de zolder?
Voor het eerst in de zeven jaar dat ze met me aan het hannesen zijn prikt iemand verkeerd en komt niet in een bloedvat terecht met de naald. Dan moet je wel onhandig zijn, want mijn aderen liggen als dikke kabels boven op en ik denk dat ik het zelf nog wel zou kunnen. Ze roept een arts die het in mijn andere arm probeert.
"Goh, vorige week las ik mijn tijdschrift nog dat je niet zo vaak een scan moet ondergaan," zeg ik en passant. Ik kan nog terug. Er zit nog niets in mijn bloed.
"Ja," antwoordt ze. "In sommige ziekenhuizen maken ze het te gek. Steeds maar weer onderzoeken. En waarvoor? Bij kinderen doen we het hier helemaal niet meer. Die komen soms binnen en dan hebben ze al een vijf centimeter dikke status bij zich met alle onderzoeken. Op hun twintigste krijgen ze dan kanker in een ander orgaan."
"In een academisch ziekenhuis is het natuurlijk allemaal nog wat erger," suggereer ik.
"Ach," antwoordt ze. "Wat een onderzoeken er zo nodig gedaan moeten worden. En waarom? Als ik daarover begin. Je wilt het niet weten."
"Ik wil het wel weten," zeg ik.
Iemand komt me halen om naar de ruimte met de scanmachine te gaan en ik zal het daardoor waarschijnlijk nooit te weten komen.
Mijn jasje en alles wat ik in de broekzakken heb moet ik in de kleedkamer achterlaten. Mijn pantalon moet ik laten zakken tot onder de knieën om het te scannen gebied goed in beeld te brengen. Zo lig ik met mijn overhemd wat omhoog, de broek omlaag in mijn paarse Calvin Klein onderbroek op de tafel. Veilig vanachter het glas kijken vijf paar ogen af en toe naar het scherm en soms naar mij. Eén van de dames komt snel nog met een handdoek die ze over mijn onderbroek legt. Is die CK aanstootgevend? Of zijn het mijn blote bovenbenen?
De tafel schuift heen en weer door de tunnel van de scanmachine en maakt af en toe klikkende geluiden. Ik droom weg.
Tussendoor moet ik een kwartier naar de wachtkamer en krijg de opdracht om na precies tien minuten naar het toilet te gaan en te plassen. Daarna mag ik terugkomen voor de rest van de procedure. Boven de toiletpot hangt een heldere waarschuwing. "Heren wilt u gaan zitten bij het plassen. We willen besmetting zo veel mogelijk voorkomen."
Vooruit dan maar. Zittend plassen, ik heb er niets mee. Ik hou van het geluid van de straal die beneden neerklettert. Maar ja, je mag dan de waarschuwingen die voor jezelf gelden negeren, je wilt echter niet graag dat anderen in jouw radioactieve spetters op de bril moeten zitten. Wie weet wat ze eraan over houden.



Terug