Week 23 -2009
De storm rammelde aan de ramen. De regen stond vrijwel horizontaal op de ruiten en het water stroomde langs de zoldertrap omlaag. Het weerlicht en de knallen deden denken aan goedkope oorlogsfilms. Een lamp in de hemel die het dreigt te begeven en maar blijft knipperen. De volgende dag lag een van de grote berken dwars over het tuinpad. Het was onmogelijk om met de auto te vertrekken. Opgesloten. Als ik in slechte voortekenen zou geloven, dan kwamen de uren die verstreken waren daar zeker voor in aanmerking. Maar waarvan dan?
Jacques verscheen met een stevig gebouwde man en een kettingzaag.
"Kijk," zei hij. "Een jonge specht. Zijn nest moet in die boom hebben gezeten."
Hij wees naar de grijze vogel met op zijn kopje een vuurrode verenbos, die op de resterende stomp van de omgewaaide boom leek vastgeplakt. "Je moet de vogelopvang bellen," voegde hij eraan toe.
Op internet zocht ik naar het juiste telefoonnummer.
"Wat leuk," zei de man die ik te spreken kreeg. "We hebben net een andere jonge specht gekregen. Dan kunnen ze samen in een hok."
Hij verwees me naar de dierenambulance.
"Ik ben nu even een jong eendje aan het redden," zei de chauffeur. "Hij heeft zich in de sloot verstopt. Als ik klaar ben kom ik onmiddellijk naar u toe."
Hij noteerde mijn telefoonnummer voor als het wat later zou worden. Een lichte ontroering kwam bij me op omdat we in een samenleving leven waar we zo zorgzaam zijn voor onze dieren.
Terug bij de mannen die de boomstam in hanteerbare brokken zaagden deed ik verslag. Ze hadden inmiddels nog twee jonge spechten gevonden. Een doos met gaten in de deksel was noodzakelijk. Terwijl ik die zocht probeerden de twee mannen de vogels te pakken. Ze fladderden echter onbeholpen weg, niet van zins zich te laten redden.
Alleen die eerste specht, stil op de stam van de boom waarin het nest had gezeten dat nu verdwenen was, zat er nog. Jacques pakte hem voorzichtig en gaf hem aan Marion. Ze werd op slag verliefd op het dier met zijn kleurrijke alpinopet. Met zorg deden we hem in de schoenendoos. Er was geluid van vleugels die wilden bewegen, maar daarvoor niet de ruimte hadden. Marion onderzocht de mogelijkheid om het dier in een kooi te doen en in huis te houden, maar begreep al snel dat zoiets niet kan. Ik ging terug naar mijn werkkamer. Op het scherm van mijn telefoon zag ik dat iemand me had proberen te bereiken. Ik belde terug. De dierenambulancechauffeur had inmiddels het eendje van de ondergang gered en vervolgens wat navraag gedaan. Daardoor wist hij nu dat ik niet onder zijn district viel. Ik moest de dierenambulance in een heel andere stad bellen. Hij gaf me het telefoonnummer. Het stelde me op een of andere manier gerust dat onze bureaucratie niet alleen de zorg voor mensen soms zo moeilijk maakt.
"Nee," zei de man die ik vervolgens belde. "Voor een specht kom ik niet. Die moet u zelf maar even naar het vogelasiel brengen."
Dus zelfs op dit niveau is er discriminatie. Wel eendjes, maar geen beschermde boomkloppers.
Mijn dierenliefde werd wel erg op de proef gesteld. Waar kon ik dat asiel vinden? En hoe ver zou ik moeten rijden? Hoeveel tijd ging me dat kosten?
Als om raad bij de vogel zelf te zoeken opende ik de deksel van de doos een klein beetje om te zien hoe het met hem ging. Zou hij voldoende medelijden bij me opwekken om de tocht te ondernemen? Op het moment dat hij het licht zag balde het dier al zijn krachten samen en ontsnapte uit de doos. Hij vloog weg, steeds hoger en verder tot hij dertig meter verder hoog op een boom een rustplaats vond. Die zou het vast wel redden zonder mijn hulp.
Ik keerde terug naar mijn werkkamer en opende mijn mail. Er was een bericht van mijn uroloog, die me op de hoogte stelde van de uitslag van de petscan. "Normaal PET choline onderzoek zonder aanwijzingen voor recidief / residu prostaatcarcinoom, lymfkliermetastasen of metastasen op afstand." In zijn begeleidende tekst schrijft hij. "Vanwege hoge PSA weer beginnen met hormonale behandeling." Ergens tussen blijdschap omdat er geen metastases of nieuwe kanker in de prostaat te zien zijn en teleurstelling omdat ik nog steeds niets zeker weet, ga ik naar Marion om het haar te vertellen.
Als we een paar uur later terugkomen na wat boodschappen te hebben gedaan, zie ik vlak bij de plaats waar de boom heeft gestaan het lijfje van een jonge specht, de kop eraf gebeten.
"Die rotkat," zegt Marion.



Terug