Week 24 -2009
"Dat is de beloning voor je gezonde leefwijze," zei Marion naar aanleiding van het nieuws dat dan wel mijn PSA nog steeds stijgt, maar dat de kankercellen via een pet-scan niet zichtbaar gemaakt kunnen worden. Alsof de middelpuntvliedende krachten van mijn fietsmachine de prostaatkanker tot voorbij de buitenste randen van mijn lijf jagen. Of al die gezonde groente die ik de kankercellen dagelijks voorzet, elke keer vis en nooit eens lekker Franse kaas of taart met slagroom, ze de lust zich behoorlijk te voeden en te ontwikkelen heeft ontnomen.
Bestaan er beloningen in het leven? Als er iets te verdienen valt, kunnen we het ook verliezen en dat houdt in dat we in dat geval eveneens moeten geloven dat we door iets na te laten gestraft worden. Het is de basis van het idee van de preventie. Wij moeten goed ons best doen zodat we nooit te dik worden, hoge bloeddruk krijgen, met veel slecht cholesterol in ons bloed door het leven moeten gaan, verslaafd raken aan nicotine of andere nutteloze producten die slechts voor een korte roes zorgen. Alleen dan hebben we kans om een plaatsje in de hemel te verdienen. Ik ben een netjes opgevoede jongen en ik hou van het leven. Als ik nog even mag blijven, heb ik daar veel voor over. A walk on the wilde side? Heimelijk bewonder ik de stoere mannen en vrouwen, die een kort leven prefereren en alles doen wat de dokter verboden heeft. Ze drinken erop los, roken dikke sigaren, genieten van maaltijden waarbij die in La Grande Bouffe niets vergeleken is, omringen zich met seksobjecten om hun impotent geworden overvulde lichaam nog zo vaak mogelijk te prikkelen, scheren zich niet elke dag en lachen om alles. Het leven is kort. Dat weten ze. Ze zijn roekeloos, en hebben iets onverstandigs maar heldhaftigs: je zo maar gewoon overgeven aan alles wat niet goed voor je is.
Nee, dan ik… Er komt al een lichte paniek bij me op als iemand 's morgens een afspraak met me wil maken, want wanneer moet ik dan trainen? Als ik mijn fietstocht naar nergens nalaat voel ik me de hele dag ongemakkelijk. Onlangs las ik een onderzoek waaruit blijkt dat het goede gevoel dat je overhoudt aan sporten maar liefst twaalf uur aanhoudt. Ook al doet mijn lichaam pijn, ik moet volhouden. Nog een jaar, nog twee jaar, nog vijf jaar. Moet ik op mijn zeventigste nog op die fiets zitten en als een gek mijn benen laten ronddraaien?
Haal ik die zeventig en als dat zo is, is dat weer een beloning? Vroeger las ik nooit de overlijdensadvertenties in de krant. Steker nog, ze ontgingen mijn aandacht en ik wist niet eens dat ze erin stonden. Nu kijk ik er met meer belangstelling naar dan naar de sportpagina. Pierre van 1970 ("Wat is dit afscheid onterecht.") en Arend Jan van 1958 ("Opgeven is geen optie."), hebben die dan geen beloning verdiend? Niet snel genoeg gefietst? Gesnoept van de verkeerde schaal?
Het is allemaal pure willekeur en ik voel zelfs een licht schuldgevoel omdat ik beloond word en Pierre en Arend Jan niet. In de overlijdensadvertentie van Pierre zie ik drie kindernamen staan. Die worden ook niet erg beloond, of moet ik gaan geloven dat ze hun vader verliezen omdat ze teveel Mars hebben gegeten en hun spinazie laten staan. En dan Pieter. Kinderen heeft hij ook. Hij is 39 en heeft de ziekte van Kahler, iets dat hij ontdekte omdat een wervel zo was aangetast door het gezwel dat die in elkaar zakte. Altijd gezond geleefd, maar hij lijkt er geen hoofdprijs mee te hebben gewonnen.
Toeval, dat is het principe waardoor onze biologie wordt gestuurd. De een krijgt het en de ander niet. Over een half jaar kan er misschien wel iets te zien zijn op mijn scan. Het is zinloos om voortdurend van die scans te maken om te kijken wanneer we de prostaatkanker eindelijk kunnen betrappen. Het toeval kent geen rede en wie er op gaat letten ziet dat het zich volkomen irrationeel gedraagt. Durf ik me nu zelf ook onredelijk en ongeremd te gaan gedragen omdat het allemaal niets uitmaakt? Of bescherm ik mezelf door te geloven dat ik het verschil toch kan maken? Als ik nog harder fiets, dan blijft het misschien nog wel langer weg, misschien wel zo lang dat ik ingehaald wordt door iets anders dat me geheel onterecht wegrukt uit het leven.



Terug