Week 25 -2009
Driehonderdnegenentwintig stukjes waarin ik probeerde vrolijk te doen over kanker heb ik in het totaal voor mijn website geschreven. Maar bij de driehonderdendertigste ging het mis. De lol was er vanaf. Het ging nota bene over het goede nieuws van de afwezigheid van zichtbare kankercellen in mijn lichaam. Alsof juist daar niet over te lachen valt. Het leek of dat blije bericht me meer uit mijn evenwicht bracht dan het idee dat die cellen zich ergens stiekem in mijn organen genesteld hebben en daar de boel uitwonen. Bij het idee dat ik alleen maar een verhoogde PSA heb en niets anders om me op kankergebied te onderscheiden was alle ironie uit mijn pen verdwenen. Ik vertoonde de verschijnselen van een diepe identiteitscrisis en was doodsbang niet meer mee te tellen in de kankerwereld.
Ik mag het dan gehad hebben, het mag bestraald zijn maar teruggekomen en het kan dan een half jaar geleden ook nog met succes via de HIFU behandeling uit de laatste stellingen in de slag om mijn prostaat verdreven zijn, maar de PSA-uitslagen verspreiden een kadavergeur. Zonder aantoonbaar bewijs van een gezwel en alleen maar met zo'n stinkende bloeduitslag kan ik me echter moeilijk als iemand met kanker voordoen. Een ramp. Moet ik na driehonderddertig stukken gewoon stoppen met schrijven over mijn prostaatkanker? Zal ik mijn weekboek sluiten en de mensen die wekelijks de vrolijke avonturen van mijn carcinoom volgen teleurstellen?
Lijden aan een PSA-itis is geen enkele verdienste. Dat verschilt niet veel van een verhoogde bloeddruk of een gestegen cholesterol. Het zijn slechts waarschuwingen van de cijfermeesters van de geneeskunde om ons te herinneren aan de eindigheid van het leven. Meer niet. Heeft iemand ooit een weekboek gevolgd van een man met hoge bloeddruk? Of van een vrouw wier bloedvetten overkookten? Natuurlijk niet. Dat wil niemand lezen.
Ik zit er lelijk mee en het voelt alsof ik de keizer zonder kleren ben geworden. Zonder kanker sta ik voor gek. Eindelijk had ik iets om enige bijzonderheid aan te ontlenen, maar het is me afgenomen en ik weet niet goed wat ik moet doen. Andere mensen hebben een identiteit omdat ze niet in het land wonen waar ze geboren zijn, omdat ze als kind verkracht zijn door de oppas, omdat ze niet van de drank af kunnen blijven, omdat ze 's nachts luid snurken, of omdat ze in hun dromen vervolgd worden door demonen en daarom overdag steeds hun handen wassen. Mij rest niets meer, zelfs niet de weerschijn van kanker op een scan.
Wat zal ik antwoorden als mensen me vragen hoe het gaat? Zal ik net als altijd met brede lach zeggen "O prima". Of moet ik overgaan op "Vreselijk. Ik dacht dat ik nog ergens kanker had, maar zelfs de gevoeligste scanmachine kan het niet zichtbaar maken en me vertellen waar het zit."
Maar aan de andere kant…. Domheid en naïviteit vind ik vreselijke eigenschappen. Steeds zo'n hoge PSA en dan jezelf toch voor de gek houden, dat mag me niet overkomen. Ik wil mezelf niet belachelijk maken en vandaag juichen om wat de scanmachine niet ziet maar morgen ingehaald wordt door niet intoombare wildgroei van rebelse cellen. Het is leuk dat die machine het niet wilde zien, maar het is iets anders dat ikzelf zo onnozel was het onheil te negeren. Dan komt er in mijn necrologie te staan "hij keek dapper de andere kant uit en wilde het niet zien". Dat is niet erg cool. Daarom lukt het me niet mijn lichaam officieel kankervrij te verklaren.
Toch zou misschien het enige juiste zijn om nu mijn weekboek af te sluiten en het pas weer te openen als ik met een morfinepompje in bed lig en aan mijn uroloog vraag of hij een recept voor een euthanasiedrankje uit wil schrijven. Wat moet ik toch doen?
Mensen met identiteitscrisis kernmerken zich doordat ze iets van zichzelf weigeren te accepteren en niet tevreden zijn met wat nu eenmaal is. Als ze dat nu in stilte doen is het geen ramp, maar ze zouden er geen kabaal bij moeten maken en voorkomen dat onschuldige omstanders bij het proces betrokken raken. Ik ga daarom in de komende week een beslissing nemen of ik nu kankerlijer, een ex-kankerlijer, iemand met prostaatkanker in onduidelijke fase van ontwikkeling of een zeurpiet ben, maar zoals het nu is kan het niet verder.



Terug