| Week 26 -2009 Een paar maanden geleden, toen mijn schoonmoeder nog wanhopig streed om het leven van haar echtgenoot te rekken, hoefden we er niet op te rekenen als we 's avonds na zeven uur op bezoek kwamen zo maar te worden binnengelaten. Mijn schoonmoeder ging dan snel naar boven, gluurde vanuit het slaapkamerraam naar beneden wie er voor de deur stond, en als ze zag dat wij het waren riep ze "ik kom eraan" waarna ze de deur pas opende. Ook overdag, als ze even weg moest ging de voordeur op het nachtslot. Alles in haar leven was bedreigend geworden en als ze even niet oplette kon het dierbaarste haar zo maar ontnomen worden. Van die angst iets te verliezen heb ik ook meer last dan ooit eerder in mijn leven. Elke verstoring van mijn gebruikelijke bestaan is daardoor bedreigend geworden. Dat varieert van belastingaanslagen en beangstigende verkiezingsuitslagen tot ruzies die niet nodig zijn. Daarvoor zou ik de deur willen sluiten, maar dat is onmogelijk. Zelfs zonder dat je het door hebt verlies je voortdurend het leven dat je dierbaar was. Deze week bijvoorbeeld moest ik mijn autopapieren hebben. Waar had ik die in hemelsnaam gelegd? Ze liggen altijd op een vaste plek, maar daar vond ik niets. Waar moest ik in de chaos die ik rondom me creëer beginnen te zoeken? Een lichte paniek overviel me omdat ik mijn leven niet meer onder controle leek te hebben. Er zat niets anders op dan mijn hele werkkamer systematisch te doorzoeken. Stapels snel terzijde geschoven papieren en tijdschriften moest ik doorwerken. Brieven die ik nooit beantwoord had. Uitnodigingen om te spreken op congressen in landen ver weg die ik had genegeerd. Kaarten van gebieden waar ik naartoe had gewild en die ik slechts oppervlakkig had bekeken om later ooit eens te gebruiken. Terwijl ik zocht ontstond het beeld van een niet geleefd bestaan. Als een archeoloog keek ik in mijn verleden naar de plannen en mogelijkheden, en onderop trof ik uiteindelijk de sporen van een ramp die het vorige leven had gestopt. Ik zag de tickets van de reis naar Japan, de rekeningen van hotels in Tokyo en Kyoto, en de visitekaartjes van vergeten mensen wier namen ik niet uit kan spreken en die ik beloofd had snel terug te schrijven voor het project dat we samen zouden gaan doen. Ik vond de plattegrond van steden waarvan ik de naam niet meer wist. Zelfs de kaartjes voor de hoge snelheidstrein naar Osaka in december 2002 lagen er nog. Daartussen een boekje met informatie over ziekenhuisopname. Een week nadat ik uit Japan was teruggekeerd had ik gehoord dat ik prostaatkanker had. Onmiddellijk had ik besloten dat ik al die verre reizen welletjes vond, dat ik genoeg had van vergaderingen die te vaak lijken op moeizame veldslagen, dat ik geen zin meer had te glimlachen naar mensen die ik niet vertrouw, dat het nutteloos was nog nieuwe projecten te beginnen zolang er in me een proces plaats vond waarvan de uitkomst ongewis was. Inderdaad, ik ging lang zo vaak niet meer op reis en richtte me op de vogels in mijn tuin en besloot extra zorg te geven aan de rododendrons. Mijn leven moest eenvoudiger worden. De verandering was zo vanzelfsprekend geweest dat ik er nooit meer over had nagedacht, maar terwijl ik vergeefs naar mijn autopapieren zocht trof ik onder die stapels de sporen van een andere man aan. Een man die dacht dat hij alles kon en daarom nooit nee tegen nieuwe uitdagingen zei. Ongeduldig, gulzig, nieuwsgierig naar steeds weer iets nieuws. Ik weet niet meer of die man ook geduldig en zorgzaam was, of hij het leuk vond om voor andere mensen te koken, met ze in de tuin te zitten en naar ze te luisteren. Het was verwarrend want ik vond mijn autopapieren niet, maar kreeg een onverwachte glimp te zien van iemand die ik uit het oog was verloren. We veranderen voortdurend terwijl we denken steeds dezelfde te zijn. Ook mijn schoonmoeder is inmiddels weer veranderd. Al vrij snel na het overlijden van haar echtgenoot had haar bezorgdheid plaats gemaakt voor meer vertrouwen. "Heb je de deur goed afgesloten?" vroegen we toen we haar met de auto ophaalden. "Ach wat maakt het uit," antwoordde ze. "Wat valt er bij mij nou te halen?" Mijn autopapieren vond ik uiteindelijk op precies de plaats waar ik me herinnerde dat ik ze gelegd had. Ik had ze echter uit het mapje gehaald waarin ze al jaren lang zaten en herkende ze niet meer. Terug |