Week 31 -2009
De routeplanner van Italië leest als een menukaart. Elke afslag op weg naar onze vakantiebestemming lijkt naar een gerecht of wijnstreek te voeren. Parma, Reggio Emilia, Montepulciano. En eenmaal op die plekken aangekomen beland je bovendien in het museum van de geschiedenis van het Christendom. Het is één groot openluchtmuseum.
De moderne mens heeft het geloof inmiddels vernieuwd en elk mysterie, elke heilige, elke ceremonie een nieuwe betekenis gegeven. Jezus, zijn moeder en de discipelen zijn bemiddelaars geworden bij de interpretaties het zelfbedachte eigentijdse geloof. Dat komt neer op de overtuiging dat wij als mens verschil kunnen maken, de realiteit de baas kunnen zijn. Als wij iets niet willen, dan gebeurt het ook niet, want wij zullen zelfs de dood verslaan.
Het ultieme dogma van dat geloof is dat wij niet hoeven te sterven. Kanker is een detail, prostaatkanker slechts een beproeving waardoor we ons verder kunnen ontwikkelen. Of onze artsen zullen er iets op weten te vinden, of onze geest zal het gezwel de baas zijn. Niet het noodlot, maar wat de mens vermag is het uitgangspunt van deze neoreligie. We moeten alleen de tekenen nog leren begrijpen.
Door die menukaart en de omgeving van moeder Maria en de heiligen is Italië hoogstwaarschijnlijk vakantiebestemming nummer één geworden. Het heeft zowel voor de hedonist in ons als voor mensen met spirituele behoeften iets te bieden. Ik heb mijn kleinkinderen laten kiezen waar we dit jaar naartoe gaan.
Daar heb ik goed aan gedaan. Helena huppelt van kerk naar kerk. Ze vindt het allemaal even mooi. Al die beelden, die fresco's, de mensen op de knieën, de kaarsjes die gebrand worden. Het is een geheimzinnige wereld, een groot spel waar iedereen aan mee doet. Ze weet al een paar van de ikonen te herkennen. Jezus, waarbij ze steeds met luide stem "Daar heb je Jezis" roept en Maria, want die is met haar hemelsblauwe jurk de prinses van het verhaal dat in de verkoeling verschaffende kerken en kathedralen uitgebeeld wordt. Ze is gefascineerd door de vrouwen die zich verdringen bij de tombe van Franciscus van Assisi, daar knielen en een foto van een geliefde door het traliewerk gooien. Red hem. Red haar. Post naar de hemel. Ze wurmt zich er tussen om naar de foto's te kijken van kinderen, moeders, vaders in uniformen, oma's en opa's. Hier kan geen Disneyland tegenop. Telkens vraagt ze om muntjes om in de offerdoos te gooien zodat de lampjes die de ouderwetse kaarsjes hebben vervangen gaan branden. Ze weet dat ze vervolgens iets moet wensen dat niet voor haarzelf bestemd is. Dat oma Sjakkie niet zo verdrietig is zonder opa Lex. Dat opa Ivan helemaal beter wordt. Ook vraagt ze of we een plaatje van Maria voor haar willen kopen.
Ik ben een toeschouwer als het op religie aankomt. Mooi en interessant, maar vanaf het moment dat ik met mijn moeder een keer naar de kerk meeging en de dominee van de Remonstrantse broedergemeenschap zei "De heer staat achter mij" maar ik hem niet kon zien en ook mijn moeder hem niet wist aan te wijzen, lukt het me niet er emotioneel bij betrokken te raken. Hoe ik ook mijn best heb gedaan. Er zijn perioden in mijn leven geweest dat ik dat op oprecht wenste. Net als Thomas had ik vermoedelijk een teken nodig en dat kwam nooit. Misschien moet je er ook als een kind voor open staan.
Ik zat buiten de villa in Umbria die we gehuurd hadden en genoot van het uitzicht. Mijn schoondochter die zwanger is van opnieuw een wonder zat naast me en Marion kwam om de hoek nadat ze een rondje gerend had. Met haar kwam een vogel te voorschijn die razendsnel tegen mijn voorhoofd vloog, even uit de route raakte en snel zijn vlucht vervolgde. Dagen daarna had ik nog een rode wond op de plek waar hij met zijn snavel tegenaan was gebotst. Ik was blij dat er getuigen bij deze vreemde gebeurtenis aanwezig waren, want niemand gelooft zo'n verhaal. Was dit nu zo'n teken waardoor ik iets moest gaan begrijpen? En wat dan wel? Dat een ongeluk in een klein hoekje zit en dat een mens als zijn tijd gekomen is zal sterven? Dat ik nog een speciale taak heb en die eerst moet volvoeren voor ik heen kan gaan? Dat vogels soms niet weten waar ze vliegen? Tot het wondje verdwenen was bleef ik aan het vreemde voorval denken.
Mijn kleindochter met haar snel verdiepend inzicht in het menselijk lijden kon me er niet bij helpen. Ik liet haar het rode vlekje op mijn voorhoofd zien en vertelde dat daar een vogel tegenop was gebotst. Ze was niet onder de indruk. In de kerken begon ze nu ook te knielen en tijdens een van de vele fantastische familielunches die je in Italië behoort te nuttigen, speelde ze in haar eentje een boeiend spel. Tussen mijn bord pasta met citroensaus en haar pizza Margarita had ze het plaatje van Maria tegen een fles mineraalwater rechtop gezet. Voor de heilige maagd lagen dwars de viltstiften, die ongetwijfeld kerkbanken voorstelden en achter de viltstiften had ze haar poppetjes een plek gegeven, Dora, Megamindy, Jasmine van Alladin, de schone slaapster, Assepoester, Sneeuwwitje, Ariel de kleine zeemeermin, allemaal met hun gezicht naar Maria gekeerd. Er was geen tijfel mogelijk. Ze speelde kerkje.
Een paar weken Italië kunnen al van iemand een gelovige maken. Of Helena dat haar leven lang blijft weet ik niet. Toen er een wimper op haar wang zat mocht ze een wens voor zichzelf doen. "Ik hoop dat ik later dokter word en dat ik dan alle mensen beter kan maken." Ik begreep dat die vogel tegen me aan was gevlogen om me eraan te herinneren dat het leven goed is en te vinden is in de kleine dingen.



Terug