Week 33 -2009
"Ik moet je spreken," zei hij nerveus. "Ik plas steeds in mijn broek, terwijl ik op andere momenten weer helemaal niet kan. Dan wil ik, maar er komt niets. Ik zal toch niet hetzelfde hebben als jij?"
Omdat ik ergens op een druk kruispunt midden in Sorrento op iemand stond te wachten voelde ik me door het telefoontje verrast. Geen ideale plaats voor een spoedconsult. Bovendien zijn artsen naarstig op zoek naar welke verschijnselen nu typisch voor prostaatkanker zijn. Van de week las ik dat er zeveneneenhalf miljoen euro voor onderzoek beschikbaar is gesteld om te zorgen dat het stellen van de diagnose in een vroeg stadium minder gis- en raadwerk wordt.
"Ik ben net naar de wc geweest en nog geen kwartier later moet ik weer snel een plek vinden, want dan moet ik opnieuw."
Ik herinner me dat maar al te goed. Zo had het zich bij mij aangediend en ik had het proberen te negeren want wat kon er in hemelsnaam met mij mis zijn? Bovendien, als er dan al wat aan de hand was dan had ik er toevallig net geen tijd voor. Ik was al druk genoeg.
"Mannen worden ouder," zei ik. "Wat je hebt noemen ze niet voor niets een oudemannenkwaal."
"War een rotnaam," antwoordde hij.
Soms had ik me zorgen gemaakt over die plasproblemen. Als je jong bent weet je dat alles wat vanzelf komt ook weer vanzelf verdwijnt, maar bij het ouder worden ontdek je dat klachten komen maar blijven. Ze worden alleen maar steeds wat erger.
"Het is vervelend maar dat betekent natuurlijk niet meteen ook dat je prostaatkanker hebt," legde ik uit. "De plasbuizen van mannen zijn gewoon niet gebouwd voor langdurig gebruik."
Uiteraard adviseerde ik om voor de zekerheid ook een PSA te laten bepalen, want als geen ander heb ik inmiddels respect gekregen voor de grillen van het kankerlot.
"Ik voel me soms wanhopig," zuchtte hij.
Hij heeft gelijk. Het is een ramp in een tijd dat mannen tot de pensioengerechtigde leeftijd een spijkerbroek dragen en bij voorkeur op feestavondjes 'Sympathy with the devil' of 'hotel California' meezingen, alsof hun hele leven nog voor ze ligt. 'Je bent maar net zo oud als je je voelt,' zeggen we troostend tegen elkaar. Waarom zou je je neerleggen bij het oud worden? Het is nergens goed voor. De geneeskunde heeft toch ook allerlei leuke dingen ontwikkelt om het ouder worden draagbaar te maken. Jonge mannen hebben geen idee hoe lekker een stevige straal is. Prijs de tijd dat je de poepstrepen nog uit de wc kunt wegplassen.
Op dat kruispunt in Italië besefte ik ineens hoeveel plezier in van het bijsnijden van mijn prostaat heb. In december had de Belgische uroloog die een HIFU bij me uitvoerde daaraan voorafgaande een TURP gedaan. Als hij dat niet deed zou ik problemen krijgen en ik liet hem begaan. Een HIFU en een TURP? Artsen hebben in hun groot medisch woordenboek niet alleen een onuitspreekbaar woord voor alle mogelijke ziektes, verschijnselen en ingrepen staan, maar liefst wordt ook alles van meer dan twee woorden achter elkaar voor het gemak aangeduid met een afkorting. Er bestaat zelfs een boek met daarin uitsluitend medische afkortingen en het bevat er maar liefst dertienduizend. Ik weet niet goed of het een kwestie van luiheid is of dat we hier met de derde taalwet te maken hebben: hoe minder we weten hoe gekker de woorden zijn die we nodig hebben om dat te verbergen.
Hoewel de HIFU niet had opgeleverd wat ik gedroomd had - de volledige verjaging van alles kwaadaardige cellen uit mijn lichaam - had ik sinds de transurethrale protaatectomie (de ingreep die de afkorting TURP oplevert) heerlijk kunnen plassen. Het was na zes jaar wel even wennen geweest, want ik was er niet op voorbereid. Een bezoek aan een openbaar urinoir was geen plaag meer. Niet langer heel lang wachten tot het kwam en dan een klein rotplasje, zodat jonge mannen die van geen slappe plas weten zich afvragen wat voor perversie ik precies heb. Drup, drup, drup en soms als ze snel genoeg kwamen klonk het een beetje als een straal. Nee, met opgeheven hoofd kon ik tussen mijn soortgenoten staan en een kletterend bewijs leveren van een vernieuwde plasbuis.
Vreemd eigenlijk dat mijn Nederlandse uroloog me nooit had voorgesteld om me lekkerder te laten plassen en ik bij toeval de voordelen van een TURP ontdekte. Hij neemt die kanker ook zo bloedserieus. Mijn uroloog volgt de PSA als een spion de vijandelijke troepen, en is terughoudend met allerlei ingrepen die hem geen prioriteit lijken. Voorzichtig zijn en de kanker in de gaten houden, daar ligt voor hem het zwaartepunt van de behandeling. Zou hij er niet bij stilgestaan hebben dat ook als ik op een vervelende dag door de kanker doodga, ik tot dat moment graag had willen plassen als een kerel met de illusie van een leven voor zich en dat ik blij zou zijn om niet regelmatig op ongelegen momenten met een donkere plek in mijn lichte pantalon hoef rond te lopen.
Daardoor weet ik wat ik op dat kruispunt in Sorrento moet zeggen.
"Wat er ook uit die PSA komt, je dringt erop aan dat je zo snel mogelijk een TURP-je of iets vergelijkbaars krijgt zodat je weer lekker voluit kunt pissen," adviseer ik.



Terug