| Week 34 -2009 De vakantie is voorbij en thuis wachten stapels werk, maar Helena logeert nog een weekje bij opa en oma. Waarschijnlijk is dat even veel pret voor opa en oma als voor Helena, want het betekent één keer Artis, twee keer midgetgolf, een bezoek aan het pannenkoekenhuis en vaak zwemmen. Van deadlines en post beantwoorden komt helemaal niets terecht. Mijn kleindochter ziet de blote, zwarte babypop in een hoek van de bibliotheek liggen, zo maar weken geleden achtergelaten toen wij naar Italië vertrokken. "Die is dood,"constateert ze. Geschrokken kijk ik haar aan. "Denk je?" vraag ik. "Hij is ziek," verbetert ze. "Hij moet geëpereerd." Ze heeft een ruime woordenschat, maar vergist zich soms in de juiste uitspraak, net zoals ze consequent 'lullie' zegt in plaats van 'jullie'. Er bestaat een essentieel verschil tussen de dood en het nog behandeld kunnen worden. Dat weet iedereen die kanker heeft. Bij de brieven die ik bij terugkomst gevonden heb ligt er een van een man die schrijft dat hij en ik merkwaardig veel overeenkomsten hebben: "U bent 1 jaar jonger dan ik, bij u is prostaatkanker geconstateerd, u bent in Amersfoort opgegroeid, mijn jeugd lag in Ermelo. Zat daar wellicht iets in de lucht/water/grond…" Hij legt me zijn probleem voor en vraagt om "advies over wat ik moet/mag/kan doen." De briefschrijver heeft hormoon onderdrukkende behandeling gehad, maar toch is de PSA weer gestegen en nu heeft zijn uroloog hem uiteindelijk aangeraden een chemokuur te ondergaan, waarmee hij ongeveer een jaar levensverlenging zou kunnen behalen. Tegelijkertijd heeft hij op een Belgische website een berichtje over een medicijn tegen de prostaatkanker gevonden. Het gaat om MDV3100 dat bij dertig mannen bij wie niets meer hielp werd uitgeprobeerd. Bij 22 van hen verdween de PSA, teken van kankercelactiviteit. Bij dertien mannen werd het gehalveerd. Of die wetenschappers wel helemaal goed kunnen tellen weet ik niet als ik dit lees. Het stukje besluit met de mededeling dat de sterftecijfers door prostaatkanker in België bij de hoogste van de wereld horen, en je vraagt je af wat ze daar dan in lucht/water/grond hebben zitten. Eén zo'n klein onderzoek maakt natuurlijk nog geen medicijn en daarom wordt het uitgetest bij drieduizend mannen, zodat bij succes, het over drie jaar op de markt kan komen. De man legt me zijn dilemma voor. Met die chemo kan hij er nog een jaar bij krijgen, maar hij heeft nog drie jaar nodig voordat het nieuwe medicijn er ook voor hem is. Zijn vraag aan mij is hoe hij in dat onderzoek met die drieduizend man kan komen. Ik weet het niet. Geen flauw idee. Dat denk ik ook altijd als journalisten me bellen en vragen om commentaar op iets dat gebeurd is. Maar terwijl we dan praten ontdek ik dat ik toch wel iets weet en dat niemand eigenlijk veel weet. Alle kleine beetjes helpen en samen vormt het een groot verhaal. Voordat Helena wakker is, zoek ik naar meer informatie op het internet en vind een interview met de onderzoeker zelf. MDV31000 zou de groei van prostaatkankercellen die niet meer reageren op hormonale behandeling en die zich zelfs niets meer van chemobehandeling aantrekken remmen. Hij noemt het 'gunstig', maar er blijft een probleem met getallen, want volgens hem gaat het niet om een onderzoek met drieduizend mannen, maar met duizendtweehonderd. Aan het slot van het bericht staat: "Wij waarschuwen u dat u geen onterechte verwachtingen mag hechten aan toekomstvoorspellingen in ons persbericht." Wat moet ik de man antwoorden? De briefschrijver heeft voor mijzelf overigens ook nog een interessante opmerking geschreven: "Wellicht ook bruikbaar voor uw situatie?" Dus is de vraag eigenlijk: wat moet ik zelf doen om de race met de tijd te winnen en dood te kunnen gaan aan iets anders? Zowel een filosofische als een praktische vraag, waar je wel even mee bezig bent. Daarom kost het Helena die inmiddels wakker is geworden enige tijd me voor de poppenkast te krijgen waar zij een voorstelling gaat geven. Die handelt over de heroïsche strijd tussen de goede en de kwade krachten in het leven. Elke keer als haar handjes met daarop de mensen en de dieren uit de grote poppenkastpoppenmand verschijnen ontstaat er heftige beweging. De krokodil bijt de duivel dood. Daarna moet ook de Chinees eraan geloven. Dan komt de Romeinse soldaat die de krokodil dood maakt, maar die sneuvelt zelf door de hand van Jan Klaasen. Aan het einde van haar voorstelling blijft alleen de prinses gespaard, maar ligt voor de poppenkast een stapel slachtoffers op de grond waar het niet meer op tijd mee goed is gekomen. Terug |