| Week 35 -2009 'De geest overwint,' staat op het Indisch monument in Den Haag. Tijdens de herdenkingsplechtigheid op 15 augustus keren mijn ogen telkens terug naar die drie woorden. Aan de gedachte dat de geest sterker is dan de dood grijpen we ons vast. De boze vijand mag ons uithongeren, martelen, vermoorden, maar we willen - nee, we moeten - geloven dat de geest uiteindelijk toch ons sterfelijk omhulsel de baas is. Het is een uiterst verlokkelijk denkbeeld, waarmee we de werkelijkheid - toch vaak zichtbaar anders - terzijde kunnen schuiven en onbelangrijk maken. Als de geest de verschrikkingen van oorlogen overmeestert, zo bedenk ik me, dan moet ze toch zeker in staat zijn om ook kanker de baas te blijven. Daarom geloven we in een positieve instelling en ontkennen we het liefst het gezwel dat van binnen uit aan ons vreet. Jammer dat de zorgverleners zich ten doel gesteld hebben om je te helpen die ontkenning te overwinnen en het einde te aanvaarden. Alsof wij kankerlijders niet heel goed weten dat alles uiteindelijk tot de dood leidt, dat de dood helaas sterker dan de geest is. We willen er alleen gewoon niet te vaak aan herinnerd worden. Wat prostaatkanker? Dat is helemaal niet belangrijk. Al het andere wat ik doe, dat ben ik. Wat ik bedenk is zoveel mooier dan de woekering in mijn lichaam. De mens is in staat boven de grauwe realiteit uit te stijgen en een eigen werkelijkheid te creëren met door hem zelf bepaalde wetmatigheden. Het is een door en door romantische gedachte. Sinds ik het boek van Rüdiger Safranski over de Romantiek heb ik gelezen, zal ik het woord romantisch ook niet meer lichtvaardig gebruiken. Romantische muziek? Onzin, alle muziek is romantisch. Een romantische roman? Je hoort het al aan het gestotter, een roman is per definitie romantisch. Ik ben er door hem van overtuigd geraakt dat het de religie van de übermensch is, die geleerd heeft de werkelijkheid te minachten en op die manier zijn leefomgeving her in te richten, leefbaar te maken. We maken de wereld tot een kunstwerk en bevrijden haar op die manier van armoede, honger, broedermoord en politieke spelletjes. De passage in het boek van Safranski over de jonge Novalis die de dood wil overwinnen door zijn geliefde, Sophie von Kühn, na haar overlijden terug te halen is fascinerend. Op zijn kamer waarin hij zich dagenlang opsluit heeft hij de blauwe jurk waarin Sophie is overleden op het bed uitgespreid, met de muts die ze had gedragen er bovenop en het boekje waarin ze op het laatst had gelezen opengeslagen naast haar. Hij ligt bij haar en zo overwint hij de dood en brengt haar terug. Novalis weigert de wetmatigheden van het leven te aanvaarden, en een van de vervelendste daarvan is dat nu eenmaal elk leven eindigt met de dood. Ik moest daaraan denken toen ik bij de radioloog was bij wie ik eens per jaar voor controle terugkom. Mijn Iranese arts had zijn snor afgeschoren. Toen ik hem zei dat het hem goed stond, lachte hij verlegen en zei: "Mijn vrouw vond dat mijn snor een beetje hetzelfde was als haar sluier. Die heeft zij hier in Nederland afgedaan en ze vond dat ik me daarom ook moest scheren." We hadden het gebruikelijke gesprek over poep, pies, erecties en ik vertelde hem wat ik in het afgelopen jaar met het gezwel in mijn prostaat meegemaakt had. PSA-waarden die zich niet meer lieten bedwingen, een choline petscan, een HIFU, toch weer galopperende bloedwaarden, weer een petscan, opnieuw de medicijnen die ik liefst vermijd en het wachten op wat komen gaat. "We zouden hier misschien ook nog een petscan kunnen maken," zei hij. "Dat kunnen we tegenwoordig hier ook." Het is interessant te zien dat ik tien maanden geleden alleen nog in Groningen voor zo'n onderzoek terecht kon en dat ze nu overal gedaan worden. Bovendien stimuleren mijn artsen me toch vooral in hun ziekenhuis zo'n onderzoek te ondergaan. De machine moet draaien. "Wat heb ik eraan?" merkte ik op. "Als er niets te zien is betekent het dat het er nog niet is en moet ik toch doorgaan met de behandeling. Als er wel iets te zien is ga ik ook door met de behandeling." Hij glimlachte. "Soms," antwoordde hij, "ondernemen we iets om de patient een plezier te doen. Dat betekent het woord placebo ook. Iedereen heeft iets nodig om te kunnen denken dat er behandeling is, dat er na dit nog iets anders volgt." "Ik denk dat ik mezelf ook op een andere manier wel voor de gek kan houden," zei ik. "Door mijn dagelijkse training, door mijn gezonde manier van eten." Ik heb geen blauwe jurk nodig om de dood te ontkennen. Ik hoef er niet voor onder een scanmachine te gaan liggen. Ik weet verdomd goed dat de dood het uiteindelijk toch wint. Maar voor het zo ver is, zal ik romantisch zijn en er alles aan doen om de dood buiten beeld te houden. De geest overwint, maar of ze alles overwint… Terug |