Week 40 -2009
Twee dagen voor Helena vier wordt viert ze haar nepverjaardag. Het is zondag en ze logeert bij opa en oma. Ze wil dat Marion en ik als ze wakker wordt bij haar bed staan, 'lang zal ze leven' zingen en dan cadeautjes geven. 's Morgens sluipen we ons bed uit om een feestontbijt voor te bereiden en de geschenken nog snel even in te pakken. Het leukste is immers om het gekleurde papier te verwijderen. De inhoud is minder boeiend. Die komt bij de grote hoeveelheid snel vergeten speelgoed.
Tegen negen uur laat ze merken dat ze al een tijd gespannen ligt te wachten, terwijl wij in de veronderstelling verkeerden dat ze nog sliep. Ze heeft haar plas niet langer op kunnen houden en kijkt verdrietig. "Het geeft niet schat," roepen we om het hardst, maar voelen ons schuldig omdat we er niet waren toen ze haar ogen opende. Tegelijkertijd is ze echter zo opgewonden, dat ze de tijd niet neemt zich eerst om te kleden en aan het uitpakken van de presentjes begint.
Verliefd staan Marion en ik te kijken naar de momenten die nooit meer terug komen.
Later die dag zit ze op haar kleine stoeltje, achter haar kleine tafeltje te knippen en plakken. Ze vertelt aan Marion: "Als ik vijf jaar ben wil ik hier ook zijn, en als ik zes ben, en als ik zeven ben, en als ik acht ben…." Ze gaat door tot zeventien. "Maar dan niet meer."
"Waarom niet?" informeert Marion.
"Dan pas ik toch niet meer op dit stoeltje," antwoordt ze.
We lopen met ons hoofd in de wolken. Het is of we onze eigen nepverjaardag vieren. Het zal ook allemaal als herinneringen in Helena's hoofdje terechtkomen en zo blijven die momenten nog een generatie langer bestaan, nog lang nadat we er niet meer zijn.
Dat is noodzakelijk want een dag eerder vroeg de visboer mij: "Wat jij hebt is toch prostaatkanker?"
"Ja."
"Wat doe je nu precies dat je nog steeds gezond bent? Want bij ons in het dorp woont iemand, die altijd onder controle was. Drie maanden geleden was alles nog goed en bij de volgende keer was de PSA in eens tweehonderdvijftig. Op de scan zijn nu de uitzaaiingen te zien. Ze zitten al overal. Ribben, wervels. Wat moet hij nu?"
Ik haal mijn schouders op.
Alles verdwijnt en je hebt kinderen en kleinkinderen nodig om iets te bewaren van wat ons beweegt, ontroert, vertrouwen geeft en elke dag weer helpt de uitdagingen op te pakken. Verhalen verdwijnen en keren op een dag niet weer terug.
Het is vijfenzestig jaar geleden dat de Junyo Maru voor de kust van Sumatra tot zinken werd gebracht. Marion's vader zat op het schip en kon niet zwemmen. Dat hij niet tot de 5620 mannen behoorde die in de nachtelijke oceaan verdronken is een wonder. Ook voor mijn leven is dat beslissend geweest omdat als hij in die donkere zee was verdwenen ik Marion nooit had leren kennen en mijn leven heel anders zou zijn verlopen. Misschien was ik dan wel huisarts geworden, want zij had zo'n hekel aan alle verplichtingen die bij mijn werk hoorden dat ik me gedwongen voelde iets te gaan doen waardoor ik geen weekenddiensten had waarop zij de telefoon moest bewaken als ik even weg was. Het is best mogelijk dat ik daardoor nog meer ging schrijven dan ik al deed en harder mijn best deed de aspiraties in die richting echt te verwezenlijken. Marion heeft vaak over die scheepsramp geschreven, de verhalen van haar vader verteld en voorgelezen. Maar hoeveel mensen weten het nog? Bij de jaarlijkse herdenking komt een handje vol grijze mensen bij elkaar. Sinds mijn schoonvader overleed is er nog maar een overlevende, maar hij is slecht ter been. Niemand in Nederland weet het verhaal van de huilende stemmen in de zee nog. Hebben we het ooit geweten? Hebben we wel naar de geschiedenis van ver weg willen luisteren?
Alles is tijdelijk en het ergste van het ouder worden is misschien dat je je daar steeds bewuster van wordt. Mono Aware noemen de Japanners het. We huilen om de schoonheid die we vandaag nog zien en waarvan we weten dat die morgen verdwenen zal zijn. Want overal ligt de dood op de loer.
Als ik nog wat langer wil bestaan hoef ik niet nog meer te schrijven. Schrijvers worden snel vergeten. Ik kan beter leuke dingen beleven met mijn kleindochter zodat zij later nog weet wie ik was. Ze zegt dat ze in Duitsland wil wonen. Hoe komt ze op zo iets? En ook in Italië. En de juf op school heeft gezegd dat het zo leuk is in Bali. Daar wil ze ook wonen. Het lijkt of ze me eigenlijk wil vertellen dat ze wil reizen.
"Wij zijn ook samen op Bali geweest," zeg ik. De momenten staan nog in mijn grijze cellen getatoeëerd en ik koester die reis. Helena kijkt me aan alsof ze niet begrijpt wat ik zeg.
"Ja, wij zijn samen op Bali geweest," verzeker ik haar. "Daar hadden we een huisje gehuurd en jij vond de danseresjes zo leuk."
Ik neem haar mee naar de computer, trek haar op schoot en tover de foto's te voorschijn. Het is als nieuw voor haar. Ja alles verdwijnt. Alles wordt vergeten.
"Mag ik voor mijn verjaardag een huis op Bali," vraagt mijn kleindochter.



Terug