| Week 44 -2009 De leukste winkelstraat in Parijs is de Rue Dante, genoemd naar de man die voor ons hemel, hel en vagevuur beschreef. Er is een aaneenschakeling van winkels die stripverhalen verkopen te vinden. Van de ouderwetse heldere lijnstrips tot Japanse manga's. Elke winkel bevat duizenden strips van allerlei categorieën. Er zijn niet altijd zoveel stripwinkels in de Rue Dante geweest. Ergens in de jaren zeventig liep ik er die ene winkel met stripverhalen die er toen was binnen en zag daar Bande Dessinée d' Indonésie. Het was een album met voorbeelden van Indonesische stripverhalen met daarbij een verhandeling over de thema's in de flodderige boekjes die straatverkopers waar je maar in Insulinde reisde aan bus- en treinpassagiers probeerden te verkopen. Het album was duur. In de winkel probeerde ik daarom zoveel mogelijk te lezen om te kunnen beoordelen of de aanschaf de moeite waard zou zijn. Het Indonesische stripverhaal gaat over de dood die altijd op de loer ligt en hoe de mens zich met behulp van bovennatuurlijke krachten daartegen kan beschermen. De Indonesische verbeelding openbaart zich in die tekeningen over zwarte en witte krachten, en veel zinloos rondvliegend bloed. Ik twijfelde lang, maar besloot het album uiteindelijk niet aan te schaffen. Al op weg naar huis had ik spijt en dat heb ik mijn verdere leven gehouden. Hoewel ik de jaren daarna - als ik in Parijs was - nog in allerlei winkels met tweedehands stripverhalen heb rondgekeken, heb ik het nooit weer gezien. Als ik deze keer de winkels op de Rue Dante binnen ga is het al lang niet meer om naar dat ene boek te zoeken. Ik heb het opgegeven Ik wil weten wat er tegenwoordig voor strips geproduceerd worden. Het contact met stripverhalen heb ik namelijk volledig verloren. Ergens in mijn leven moet er iets gebeurd zijn waardoor mijn fascinatie ermee verdween. Dat was ooit anders. Alle series wilde ik compleet hebben en ik las Kaja de albums voor toen hij op de kleuterschool zat. Vele keren. Als het in november regende en vroeg donker werd, ik me niet gelukkig voelde ondanks het feit dat ik alles leek te hebben, dan kon ik mezelf troosten door de stripverhalenkist te openen en een hele avond te verdwijnen in die wereld van eenvoudige tekeningen en vrolijke primaire kleuren. Het moet zo iets geweest zijn als wat andere mensen hebben met het eten van chocolade, het voor de zoveelste keer bekijken van een lievelingsfilm of het inschenken van nog een glas wijn waardoor de pijn verdwijnt, de spanning uit het lichaam wegtrekt en alle problemen oplosbaar worden. Op een dag bleef de kist echter dicht en hij ging alleen nog wel eens open als neefjes of nichtjes op bezoek kwamen die bezig gehouden moesten worden. Het echte leven had zich aan me opgedrongen en liet me niet meer met rust. Inmiddels was ik er ook achter dat hoe vaak ik Kuifje ook lees de problemen die ik op moet lossen toch niet zullen verdwijnen. Het is beter ze onder ogen te zien en een oplossing te zoeken dan ervoor weg te lopen. De jonge reporter met zijn pofbroek en hondje Bobby kunnen me daarbij niet helpen. Toch hoop ik in die winkels in de Rue Dante iets te vinden dat mijn liefde voor stripverhalen zal doen herleven. "Too fast to live, too young to die" zingt Brian Ferry. Dat is het zo'n beetje. Alles gaat te snel voorbij en ik heb onvoldoende tijd gekregen om te beseffen dat ik leef. Maar ik ben nog veel te jong om er vandoor te gaan. Er moet nog zoveel geschreven worden en ik heb meer plannen om uit te voeren dan dagen in een jaar. Scenario's schrijven voor stripverhalen hoorde vroeger ook tot de projecten die ik op mijn lijstje had staan. Ze zouden moeten gaan over medicijnen. Vreselijk natuurlijk, want als het donker is in november dan heb je alleen behoefte aan een vrolijk getekend avontuur. Zeker niet aan waarschuwingen over medicijnen die de stemming moeten verbeteren of middelen die het gemakkelijker maken in slaap te vallen. Dat plan heb ik daarom maar geschrapt, maar er blijft nog genoeg over. Er staan behalve serieuze plannen ook allerlei onbelangrijke ideeën op mijn lijstje. Een kleine tentoonstelling maken van de foto's van muren die ik in mijn leven gemaakt heb. Het moet 'the writing on the wall' heten, omdat ik vermoed dat niemand de bijbel nog leest en 'mene tekel' dus onbegrijpelijk is geworden. Ik snap namelijk niet wat er op die muren vol graffiti en afgescheurde affiches in de steden waar ik door gekomen ben staat. Toch heeft iemand geprobeerd me iets te laten weten, me misschien wel heeft willen waarschuwen. Kijk uit voor prostaatkanker. Ik heb nog een ander plan voor een expositie van foto's van reflecties in reflecties waardoor je nooit goed weet wat je precies ziet. Dat heb ik de werktitel 'the origin of reflections' gegeven en het zal gaan over een wereld waarin alles een weerspiegeling is van iets anders. In Parijs loop ik bij toeval ook een galerie binnen waar de laatste werken van Bernard Buffet hangen. In krachtige streken heeft hij het verval van de man geschilderd. Eenvoudige lijnen en heldere kleuren. Een feest voor het oog. Geraamtes die nog proberen één keer krachtig te pissen. Schedels die versierd zijn om de kale werkelijkheid van het menselijk bestaan te maskeren. Tot de dag voor hij zelfmoord pleegde heeft hij geschilderd. Buffet kreeg de ziekte van Parkinson en was bang door de bevende handen niet meer te kunnen doen waar hij goed in was, wat hem dreef, wat hij wel moest omdat er geen ander leven voor hem bestond. Hij had zijn serie schilderijen over de dood voltooid, deed een zwarte plastic tas met daarop zijn handtekening om zijn hoofd en stikte. Met La Mort, een boek met de 27 afbeeldingen van de dood door Buffet in precies zo'n zwarte plastic tas met daarop zijn handtekening gedrukt lopen Marion en ik door Parijs. Ik ben niet van plan om snel dood te gaan, maar wordt het geen tijd om eerst eens al die onbelangrijke projecten van mij uit te gaan voeren? Voor ik in het vagevuur beland de winkels in en uit ga en nergens die foto's meer kan vinden. Terug |