Week 46 -2009
Tussen de overlijdensadvertenties in mijn avondkrant zie ik haar naam staan. Drie keer. Zij heeft het dus niet gered. En nog zo jong. Slechts tweeëneenhalf jaar ouder dan mijn zoon. Alle mogelijke behandelingen had ze ondergaan en zodra het maar even kon was ze weer gaan werken. Want het leven moet doorgaan. Zo lang mogelijk. Hoofddoekje om. Zou ze daar bij een volgende regering ook belasting voor hebben moeten betalen? Gelukkig maakt ze dat in ieder geval niet mee.
Van dat werk kende ik haar. Niet goed, maar ineens waren we een soort familie geworden. Zij had het, ik had het en je gaat elkaar in de gaten houden. In de wandelgangen had ik het gehoord: "Weet je wie ook kanker heeft?"
Ineens wisten we van elkaar's bestaan.
"Hoe gaat het?"
"Goed wel. En met jou?"
Die woorden betekenden iets heel anders dan wanneer ik ze met anderen uitwisselde. Ben je er nog? Volhouden hoor. Gewoon je leven vol maken, ook al zal het korter duren dan je ooit verwachtte.
Eigenlijk hebben we nooit een lang gesprek gevoerd en ik wist niets over haar. Tot ik die overlijdensadvertenties las. Ik googlede haar geboorteplaats: een voorstad van Ten Aviv. Ze had Nederlands gestudeerd. Nooit vermoed. Veel vrienden. Gepromoveerd. Je hoeft het ook niet te weten als je dat andere deelt.
Nog een tijdje red je het, maar plotseling is het afgelopen.
Marion vertelt over een interview met de vrouw van iemand met prostaatkanker. "Ik hoor net dat haar man overleden is," zegt ze. "Een half jaar na dat gesprek."
"Zo kan het met mij ook gaan," antwoord ik. "Als het een keer doorzet is er geen houden meer aan."
We vermijden normaalgesproken zulke gesprekken. Overbodige woorden, want we weten het allebei en het hoeft niet telkens ingewreven te worden.
In een onderzoek lees ik dat partners van mensen met kanker zelf ook vaker een beroep moeten doen op hun dokter. De onderzoekers die dit hebben uitgevonden melden dat het in vijfenzestig procent van de gevallen om vrouwen gaat. Partners van mannen met prostaatkanker maken bijvoorbeeld vaker gebruik van psychiatrische hulp. De geleerden hebben berekend wat dat aan extra kosten voor de samenleving betekent. Die informatie gebruiken ze vervolgens als argument om vooral ook de familie van iemand met kanker goed te begeleiden. Dat zal ons enorm in de kosten schelen. Het draait altijd om geld.
Het liefst zou ik er nooit aan hoeven denken. Mensen die zelf niet geplaagd worden door enige bedreiging in hun leven zullen dat misschien vluchtgedrag of ontkenning noemen. Het is echter bijzonder prettig wanneer je de tijd die je nog hebt volledig kunt besteden aan dat leven en niet aan de dood. Dus laten die stervensbegeleiders zich daar in hemelsnaam niet mee bemoeien. Het valt echter niet te vermijden dat ik er telkens tegenop loop. Op de momenten dat je er niet aan denkt steekt het de kop op. Kleine stukjes nieuws waar je niet naar op zoek was, gesprekken waar je niet om vroeg, berichten in je avondkrant terwijl je op zoek was naar de sportpagina.
Vanochtend nog toen ik zoals elke dag het dagelijks medische nieuws doornam. Het waren maar een paar zinnen in een artikel. Prostaatkanker overbehandeld. Mannen met laag-risico prostaatkanker zouden geen hormoon onderdrukkende medicijnen moeten slikken. Alle vervelende bijwerkingen kunnen hen zo bespaard worden: impotentie, opvliegers en leverproblemen.
Doodgaan is tot daar aan toe. Al die vervelende dingen die eraan vooraf gaan, die zijn weinig aantrekkelijk.
Er zijn een paar manieren om de hormonen te temmen. Die met de prik haat ik. Een jaar heb ik het gehad en ik werd een ander mens. De behandeling met de pillen valt wel mee. Heel even gaat door mijn hoofd dat ik op basis van dit onderzoek dus misschien nooit meer zo'n prik hoef, maar dan herinner ik me ineens weer dat ik geen laag-risico prostaatkanker heb. Hoe snel en hoe graag wil je dat toch vergeten. Waar zat ik met mijn hoofd? Snel begin ik een artikel te lezen over mannen die last hebben van erecties die wel vier uur duren. Ook een flink probleem en daar is nu gelukkig een behandeling voor.
Zij moet ook aan mij hebben gedacht, want ik ontvang via de post een rouwkaart op mijn huisadres. Een laatste snel bericht.
Na de begrafenis is er gelegenheid haar toe te drinken. 'Geen bloemen, fleurige kleding' staat op de kaart. Ze heeft het goed begrepen. We vieren het leven en geven de dood geen grotere plek dan nodig is.



Terug