Week 47 -2009
Op de verjaardag merkte ik dat de man een paar keer naar me keek. Het is meestal over dat ene, over het gezwel waar alle mannen bang voor zijn, dat een op de zeven treft en waar ze zo moeilijk over praten dat ze met me willen spreken. Daarom keek ik hem op een gegeven moment glimlachend aan. Vooruit dan maar. Hij aarzelde geen moment. Zelf was hij een jaar geleden behandeld aan beginnende prostaatkanker en ging er nu van uit dat hij genezen was, maar zijn vriend… Die had een kwaadaardige vorm, reageerde niet meer op de medicijnen en de dokter had hem gezegd dat er niets meer te doen viel. 'Uitbehandeld'. Een rotwoord. Het is het moment dat iedereen met prostaatkanker vreest en regelmatig vraag je jezelf af hoe je het zo ver mogelijk voor je uit kunt schuiven.
"Als ik bij hem op bezoek kom weet ik niet meer wat ik moet zeggen," vertelde de man. "Ik weet niet wie van de twee erger is. Hij of zijn vrouw. Maar in ieder geval zitten ze de hele dag achter de computer, zoeken alles op het internet op, schrijven berichtjes op zo'n forum en dan krijgen ze antwoord. Ze maken elkaar helemaal gek. Kunnen met niets anders meer bezig zijn."
Wat moet ik in zo'n geval zeggen? De man wil misschien alleen maar zijn verhaal kwijt. Maar ik kan moeilijk de hele tijd mijn mond houden. Ik adviseerde de man zijn vriend vooral te vertellen dat hij moet leven in plaats van zich te begeven in het labyrint van wat de mens niet weet, de krochten waar zij die naar samenzweringen speuren zich verstopt hebben, waar je de goddelijke theorieën die de simpelste oplossingen voor de ingewikkeldste problemen propageren kunt vinden. De mens weet gewoon niet zo veel als hij zou willen, zoekt zekerheden om in te geloven. De redenen waarom de een het krijgt en de ander niet, en waarom de behandeling ineens blijkt uitgewerkt zijn onbekend. Dus weten we ook niet wat verstandig is om te doen om de kwaadaardige cellen te slim af te zijn. Is het wat we eten, wat we niet eten? Komt het door onze positieve instelling? Heeft het te maken met hoeveel minuten we op een dag bewegen? Ligt het aan de hoeveelheid slaap die we in een etmaal krijgen? Of moeten we zorgen dat we altijd stressvrij leven en hoe doe je dat in hemelsnaam? Niemand die het kan zeggen en we doen maar wat ons het beste lijkt, maar op het internet vertellen mensen elkaar sprookjes en halve waarheden zodat er een dwaalspoor ontstaat en ze hun tijd verdoen met dood gaan voor ze de laatste adem uitblazen. Waar we vroeger op straat aangehouden werden door mensen die het enige echte geloof verspreidden, daar zit nu achter elke muisklik een prediker.
Niet doen. Niet doen.
Ik vraag de man maar niet of hij het allemaal kan onthouden om aan zijn vriend te vertellen. Trouwens, om eerlijk te zijn heb ik het in werkelijkheid ook niet zo gezegd, maar vat ik het gesprek op deze manier even samen en heb ik woorden als labyrint, samenzwering en dwaalspoor om verwarring te voorkomen maar vermeden. Het is wel wat ik in zulke situaties altijd zou willen zeggen. Liefst zou ik dan ook het boek Bad Science van Ben Goldacre erbij cadeau doen, zodat mensen beter begrijpen dat we verdraaid weinig weten en dat er bepaalde manieren zijn om betrekkelijk zeker te zijn over wat we denken te weten.
Antioxidanten, pompoenpitten, sappen van geheimzinnige planten die ver weg groeien en vooral geen gerookte zalm eten. Wetenschappelijk aangetoond zeggen de gelovigen die god kwijt zijn en de hostie van de feiten die ze niet begrijpen vol ontzag in de mond nemen. De wetenschap is echter overgenomen door de marketeers, die haar nodig hebben om te zorgen dat we iets gaan slikken, iets gaan eten, iets juist niet gaan eten, bang worden en gehoorzaam doen wat ze ons opdragen. Wat als vaststaand wordt gepresenteerd is helemaal niet zeker. Eén toets maakt nog geen zomer en wetenschap is een veelheid aan onderzoeken en het afwegen van de waarde daarvan, de discussie tussen mensen met een gezond stel hersenen over welke onomstotelijke waarheid het waarschijnlijkst is, onder welke omstandigheden en bij wie. Leg dat maar eens uit aan een doodsbange man en zijn vrouw, die verdwaald zijn tussen de zekerweters en nogbeterweters. En aan gerookte zalm gaan mannen met kanker niet dood.
De toevalligheden en waarschijnlijkheden die het moment waar we op een dag toch mee te maken krijgen een beetje kunnen uitstellen bepalen we zelf, maar we begrijpen niet goed hoe. Ik heb mezelf wijsgemaakt dat het goed is als ik in uitstekende lichamelijke conditie blijf om het vervelende moment uit te stellen en dus stap ik op mijn hometrainer. Pas hoorde ik Marion het aan een vriend uitleggen. "Ik geloof dat hij een bepaalde hoeveelheid tijd op die fiets moet zitten en dan elke dag zijn record moet breken." Zoiets is het, maar het enige dat daarbij echt van belang is dat ik het elke dag weer doe. Ik luister daarbij via mijn Ipod naar Human Nature van Miles Davis. Het nummer duurt meer dan twaalf minuten en het opzwepende slot waarbij trompet en saxofoon tegen elkaar op gaan doet mijn benen sneller rondgaan dan ikzelf voor mogelijk hou. Dan voel ik me intens gelukkig omdat ik leef. Aan het slot van het nummer druk ik vlug op de repeatknop en daar gaan we weer. Het is een lifeopname en Miles zegt als hij uitgeblazen is: "That ain't nothing. That ain't nothing man. I do that every night."
Het stelt niets voor. Leven is gemakkelijk. Dat doe je gewoon, elke dag, elke avond en verpruts je tijd niet in de wereld van mensen die niets weten en ergens half een woord hebben opgevangen waar ze vreselijk graag in willen geloven. Alleen door luid te getuigen zijn ze in staat hun eigen twijfel te overwinnen. Leef je eigen leven.



Terug