Week 49 -2009
Toen de prostaatkankerdokter tegen me zei dat hij niet precies wist wanneer - Maanden? Jaren? - maar wel waaraan ik waarschijnlijk dood zou gaan, dacht ik dat ik me wat rustiger zou moeten gedragen. Minder avontuur, minder risico's. Allerlei behandelingen volgden. Er gebeurde eigenlijk niets en intussen ging mijn leven gewoon verder, maar het leek of het niet meer zo intensief gebruikt werd. In toenemende mate voelt het alsof ik aan het wachten ben. Waarop? Tot er iemand komt die het licht uitdoet? Nou dat is nu ook weer niet zo interessant, zelfs al is het een uniek moment en zal ik het maar een keer in mijn leven meemaken. Dat neem ik tenminste aan, want ik ben geen kat die het negen keer doet. Omdat ik het toch niet na kan vertellen lijkt me er bovendien niets aan. Alleen wat je met anderen deelt bestaat.
Zoals alle opa's met kanker richt ik me op mijn kleinkinderen om via hen de illusie te hebben dat het leven op een of andere manier voortgaat.
"Kijk, de zon beweegt," zegt Helena.
Na enig nadenken voegt ze eraan toe: "De wolken ook."
Haar observaties zijn daarmee nog niet ten einde. "De bomen niet. Die zitten vast."
Uiteindelijk concludeert ze: "De bomen zijn wel vrienden van de wolken."
Het wordt een gedenkwaardige middag voor Marion die met Helena een fietstochtje maakt, want mijn kleindochter laat geen onderwerp onbesproken. Later probeer ik ongeduldig alle woorden uit Marion's mond te trekken. Geen details van het gesprek met onze kleindochter wil ik missen. Helena is de laatste tijd buitengewoon geïnteresseerd in de dood.
Waarom moet de mens sterven? Helena heeft haar eigen variant op deze sleutelvraag in de filosofie.
"Waarom is het, als een kind dood gaat?" vraagt ze aan Marion.
Dat oude mensen sterven is tot daar aan toe. Hadden ze maar niet zo oud moeten worden, dan zouden ze ook geen verkoekte bloedvaten of kankerwoekeringen hebben gekregen. Maar een kind…
Ons vierjarige filosoofje laat weten dat ze niet dood wil gaan en beslist ook niet ouder wenst te worden. Wel gaat ze met zowel mama als papa trouwen, en - grote pleister op de wonde voor ons - opa en oma moeten dan bij haar komen wonen. Vasthouden wat er nu is. Niets mag veranderen. Als de dag van gisteren herinner ik me hoe mijn zoon rond ongeveer de zelfde leeftijd zei dat hij nog wel groter wilde worden, zo groot als Marion en ik, maar dan moest het stoppen. Mijn vrouw en ik mochten echter niet ouder worden en we moesten voor eeuwig zo samen blijven. We zouden een groter huis kopen waar we met de hele familie in konden wonen.
"Ja, dat zou fijn zijn," zeiden we. Dat zoiets niet kan hoefden we niet onmiddellijk te verklappen. Daar komen kinderen vanzelf achter.
De angst om te verliezen werkt verlammend, terwijl we tegelijkertijd gulzig zo veel mogelijk mee willen maken en willen leren vliegen. Op een ochtend wordt het kind in ons wakker en het wil de wereld ontdekken. De weg naar de kleuterschool. In welke straat woont je vriendinnetje? Hoe kom je bij de zee? Het wil zoals de Portugese ontdekkingsreizigers weten wat er rond de volgende kaap te zien is. De rest van ons leven blijkt een reis te worden waarbij er altijd wel een nieuwe kaap is die de horizon aan ons zicht onttrekt. Wie de risico's uit de weg gaat zal daar nooit achter komen. Misschien is dat het wel waar we uiteindelijk ook aan dood gaan. Ons zonder terughoudendheid aan allerlei risico's bloot stellen is immers niet zonder gevaar. Curiosity killed the cat.
Het kankerwoord doet ons van angst verstijven. Vasthouden wat er nu is. Niets mag meer veranderen. Blijf zitten waar je zit en verroer je niet. Afwachten is echter geen goed idee. Alsof alles wat ik ooit gedaan heb al in plastic zakken in de gang klaar staat om na mijn overlijden met de vuilnisman mee te geven. Dat kan het niet zijn. Ik ben blij dat uitgever Nieuw Amsterdam drie van mijn in Indonesië spelende romans in één bundel heeft uitgegeven. Smaragd. In de boekhandel kocht ik het nieuwe boek van Philip Roth en zag ineens het prangende blauwe omslag tussen alle nieuwe titels van jonge mensen die klaar liggen voor de kopers van sinterklaascadeautjes. Het leek een hele stapel, maar drie in één maakt natuurlijk een lijvig boekwerk en bij twee exemplaren ziet het er al als een indrukwekkende stapel uit. Mijn boek. Waar ik het ook opensloeg, ik was trots dat ik dat allemaal geschreven had. Waarom ben ik met het idee van een heruitgave naar mijn uitgever gegaan? Als ik eerlijk ben dan was het omdat ik vreesde dat wanneer ik er niet meer ben ook mijn romans volledig verdwenen zullen zijn. Dat idee is onverdraagbaar. De dood die alles meeneemt. De verhalen van de man. De grootvader van het kind. Zijn troostende woorden voor zijn vrouw. Verdwenen, alsof er nooit iets is geweest. De wolken drijven verder, de bomen blijven achter.
Nu, als ik naar dat boek kijk besef ik dat het nog niet voorbij kan zijn. Ik moet nog een boek schrijven en me een plaats verwerven tussen de ijverige schrijvers die het K-woord nog niet gehoord hebben en zonder angst de wereld proberen te veroveren.



Terug