| Week 51 -2009 Vrouwen die borstkanker krijgen zijn heldinnen. Mannen die prostaatkanker hebben zijn broekbevuilende, impotente nietsnutten. Ik zeg maar eerlijk zoals het is. De vrouwenborst mag dan lustgevoelens opwekken, maar in feite zijn het toch vooral symbolen van het moederschap. Vrouwen zeulen hun borsten een levenlang mee voor die paar keer dat ze een baby zullen voeden. Het is onhandig bij de beoefening van sport. Altijd worden ze aangestaard door mannen die niet weten dat je iemand met wie je praat in de ogen moet kijken. Ze krijgen tepelkloven en gevoelige druk in de borsten door de melkaandrang. Hun lievelingetjes drinken te wild waardoor ze de pijn moeten verbijten. Maar trouw dienen ze hun koters. En dan, als ze eindelijk tijd voor zichzelf hebben en eens een mooi boek kunnen lezen, slaat het noodlot toe. Tijdens een controle blijkt dat er een knobbeltje in zit. Na zoveel opoffering ook dat nog. Het allerergste is nog wel dat veel mannen juist op tijd hun levenspartner hebben ingeruild voor een twintig jaar jongere, waarvan de borsten nog stevig de wereld in kijken. Met pijn in mijn hart lees ik het onderzoek waarbij vrouwenratjes - net als mensen van die gezellige kuddediertjes die niet zonder gezelschap kunnen - met opzet alleen in een kooitje werden gezet. Ze kregen meer dan drie keer zo vaak borstkanker als de rattenvrouwtjes die met een clubje van vijf in een kooitje mochten. Kwaadaardiger en groter ook nog. Eenzaamheid en stress hebben die ratjes de das omgedaan. Maar mannen… wat hebben die gedurende hun leven in hemelsnaam met hun zaadverspreider gedaan dat hen als ze eenmaal kanker hebben gekregen recht op medeleven verschaft? Overal waar het maar even kan wat van hun sperma uitgedeeld… Wel wat geslachtsziekten opgelopen, maar nooit was er iets van de grote dramatiek van opofferingsgezindheid waar die geslachtdelen ook maar enige rol bij hebben gespeeld. Je kunt toch moeilijk beweren dat de heren der schepping zo hebben moeten afzien om de vrouwtjes te bevruchten om het uitsterven van de mens te voorkomen. Nee, als mannen kanker in de prostaat blijken te hebben dan heeft niemand veel medelijden. Daar komt nog eens bij dat iedereen beseft dat oude mannen nutteloos zijn. Oudere vrouwen hebben nog een functie. Die passen op de kleinkinderen. Sinds de IKEA-kast zelfs door de onhandigste zoon in elkaar is te zetten, hebben oude mannen geen enkele taak meer. Prostaatkanker zorgt voor het lekken van de plasgoot, het opdrogen van de spermastroom en de noodzaak om regelmatig van luier te wisselen. Laten we het onder ogen zien: het is voorbij. Japanse onderzoekers hebben het ook nog eens vastgesteld. Het gen dat verantwoordelijk is voor het maken van sperma - een unieke mannelijke eigenschap - zorgt er voor dat we niet zo lang kunnen leven als vrouwen. Zelf betrap ik me er wel eens op als men me vraagt wat voor soort kanker ik heb om iets anders te willen zeggen. Niet prostaatkanker, want het ruikt naar pis en klinkt als impotentie. Bovendien begrijpen mensen meestal niet dat er verschil is tussen langzaam groeiende kankervormen en de agressievere varianten. "O, daar kun je negentig mee worden," zeggen ze troostend en je hebt geen zin alles precies uit te leggen. Het zou slechts bevestigen dat je een zeikerd bent. Andere kankersoorten zijn nu ook niet bepaald leuk, maar alles lijkt beter dan prostaatkanker. Longkanker? Het heeft als nadeel dat je dan zo'n stommerd lijkt die zijn leven lang gerookt heeft. Darmkanker? Dat is weer iets met poep en een stoma in je buik. Dan nemen mensen onmiddellijk enige afstand, bang dat ze iets zullen ruiken. Hersenkanker? Ze denken al snel dat je niet weet wat je zegt. Nee, het mooiste zou het zijn om te zeggen dat je borstkanker hebt. Maar dat overkomt maar een enkele man. Ons bestaan wordt nog wat gerekt door invaliderende operaties en hormoon dempende medicijnen. Zo raken we ook nog kwijt wat altijd de richting van ons mannenkompas bepaalde. Ons testosteron was beslissend voor onze identiteit. In Nature van 8 december stond een artikel over testosteron, dat me aangenaam verraste. Het mannenhormoon maakt ons helemaal niet tot agressieve ellendelingen, maar het zorgt ervoor dat we ons in de samenleving een statusrijke positie bevechten en voor meer gevoel voor rechtvaardigheid. Geef testosteron maar aan vrouwen, dan verdelen ze geld ineens eerlijker. Werd hen echter verteld dat ze testosteron hadden gekregen, dan werden die vrouwen juist wel agressief, ook al slikten ze een placebo. Het leek wel een vrijbrief om zich eens lekker te laten gaan. De onderzoekers komen tot de conclusie dat testosteron ten onrechte een slechte reputatie heeft. Net als mannen. Het wordt daarom tijd voor de mannenemancipatie. We vallen best mee, want we gaan rechtvaardig met geld om en als je ons goed kent hebben we ook aardige kantjes. Wij, onze lichaamssappen en de gezwellen die zich bij ons thuis voelen willen eindelijk serieus genomen worden. Met spandoeken de straat op: "Ik heb prostaatkanker en ik ben er trots op." Terug |