Week 53 -2009
Na twee keer de naam van mijn medicijn genoemd te hebben begin ik te spellen. Voor het eerst sinds ik afstudeerde kan ik mezelf niets voorschrijven, mits ik het tenminste niet zelf wil betalen. Ik mag dan een dokter zijn die alles van medicijnen afweet, een contract met een verzekeraar heb ik niet omdat als je alles wilt weten over wat mensen slikken, je geen tijd hebt om ook nog patiënten te zien.
"B van Barcelona," zeg ik tegen mijn huisarts.
"Wacht even," antwoordt hij op zoek naar een pen.
"I van Ivan, C van Christiaan, U van Utrecht, T van Theodoor," zeg ik hem langzaam voor en zo gaan we alle letters af tot hij het op papier heeft gezet. "Eén keer per dag drie tabletten."
"Ik doe het in een envelop en stuur het je op," zegt hij tenslotte.
Heb ik niet al vanaf 1975 geprobeerd mijn landgenoten uit te leggen wat de merknaam en wat de soortnaam van een medicijn is omdat het verschil in prijs zo groot kan zijn? Zonde om te veel te betalen. Daar maakten die ziektekostenverzekeraars zich een paar jaar geleden nog helemaal geen zorgen over. Meer dan dertig jaar heb ik dat wel gedaan. Elke dag heb ik er nieuwe stukken toegevoegd aan mijn verzameling informatie over geneesmiddelen. Ik ben ermee begonnen toen ik net afgestudeerd was en in de wijk waar ik woonde een gezondheidswinkel opzette. Daar organiseerden we avondjes waar mensen met hun medicijnen konden komen. Netjes legden we uit waar die voor bedoeld waren, hoe ze werkten en gingen op de vragen in van vrouwen die met een tas vol potjes met pillen in het buurthuis verschenen. Zo leerde ik dat mensen heel andere dingen willen weten dan artsen, apothekers of verzekeraars ze uit willen leggen. Ik schreef er over in kranten, tijdschriften en boeken. Trots vertel ik wel eens dat in dit land van mij één miljoen boeken verkocht zijn. De duizenden brieven die ik in de loop der jaren van lezers die nog meer wilden weten ontving, hebben me geholpen te beseffen waar het hen ect om gaat.
Voortvarend begon ik aan de jaren nul. Vanaf 2000 heb ik vijf jaar lang met een verzekeraar gewerkt om alles wat ik over medicijnen schreef beschikbaar te stellen aan slikkers. In de toptijd waren er 400.000 bezoekers per maand. Maar er kwamen nieuwe managers en die wilden iets nieuws. Niet langer mocht ik op de kamers van de mensen diep in het gebouw komen, maar werd ik in een klein hokje in de buurt van de receptie afgehandeld. Met een andere verzekeraar heb ik vervolgens gesproken over de mogelijkheid om mijn omvangrijke digitale archief beschikbaar te stellen aan patiënten. Drie jaar lang heb ik met die verzekeraar gesproken over hoe we precies kunnen samenwerken, maar de jongens en meisjes van de afdeling marketing hadden het steeds maar over een 'verdienmodel'. Misschien is 'ontvrienden' het woord van het afgelopen jaar geworden, maar wat mij betreft is verdienmodel nog veel kenmerkender voor 2009. De twee woorden delen ook verdacht veel letters. Ik weet niet wat eerst komt - het verdienmodel of het ontvrienden -, maar ik weet zeker dat ze met elkaar te maken hebben.
De marketiers wilden iets met 'wellness' en ik piekerde me rot wat er toch met de ouderwetse 'gezondheid' gebeurd was. Vermoedelijk is wellness een probleem voor mensen die niets mankeert. Uiteindelijk voelden de managers van de verzekeraar zich meer op hun gemak bij wekkers waar je prettig bij wakker wordt en de hele dag een goed humeur hebt dan bij solide informatie over geneesmiddelen. Ze bieden liever goedkoop voedingssupplementen aan, waarvan al vele keren bewezen is dat ze niet doen wat ze beloven. Dromen verkopen is gemakkelijker dan de waarheid vertellen.
Intussen stuurde de verzekeraar wel wat internetjongens op mijn dak. Zij gaan wat ze heel lelijk het 'internetgebeuren' noemen voor de verzekeraar organiseren. Het zijn mensen zonder ervaring in het schrijven voor echte mensen. Ze hebben de verzekeraar beloofd dat ze duizenden nieuwe verzekerden zullen werven. De internetmensen delen een achtergrond met de managers. Het zelfde soort kleding, zelfde opleidingen, en ze houden contact via linkedin dot com. Zij, de verzekeraar en ik weten dat ze pro forma komen, omdat anders het zo gênant is voor de verzekeraar me aan de kant te zetten.
Nadat ik ontvriend was voelde ik me eigenlijk meer als de afgewezen minnaar. Het heeft me maanden gekost om na alle voorbereidingen en gesprekken weer te kunnen nadenken over nieuwe mogelijkheden.
In 2002, toen ik hoorde dat het mis was met de cellen in mijn prostaat, heb ik me afgevraagd of ik 2010 zou halen. Het leek me zo jammer om dan geen deel meer te zijn van de wereld. Die wereld kon niet zonder mij en ik niet zonder die wereld. Soms voel ik me er echter niet meer thuis. Voor het eerst in mijn leven voel ik me oud en dat heeft niets met een gezwel te maken. Eenenzestig. Niemand wil me nog. Braaf schrijf ik elke ochtend een nieuwsstuk dat door helemaal niemand gelezen zal worden. Het liefst zou ik verhuizen naar een land met veel zon en helemaal niet meer werken. Alleen nog niemendalletjes schrijven, waar niemand iets aan heeft. Ik voel me overdonderd door zelfmedelijden. De bicalutamide die ik dagelijks slik maakt ook nog eens depressief. Het staat tussen de bijwerkingen die ik liever niet lees. Het slapen gaat 's nachts ook niet zo goed meer en op de fiets kom ik steeds trager vooruit. Ligt dat aan de prostaatkanker, de behandeling of het mislukte verdienmodel?
Mijn kleinkinderen en komen a's ze 's morgens wakker worden naar het grote bed van opa en oma. Daar is zoveel plek. Helena houdt het handje van Katalijne vast en zegt: "Ik vind jou zo leuk en lief" en de baby lacht en maakt geluidjes alsof ze iets terug wil zeggen, maar de woorden ervoor nog niet kent. Ik moet nog blijven om uit te leggen dat vrienden een leuk woord is en ontvrienden niet. Ineens heb ik veel nieuwe opwindende plannen, een nieuwe column, een wekelijks praatje op de radio en ik heb besloten mijn mooiste boek ooit te schrijven. Ik kom tijd te kort. Het begint te dooien en mijn najaarsdepressie verdwijnt langzaam maar zeker. Het lukt me zelfs weer om in 45 minuten meer dan 34 kilometer op een stilstaande fiets af te leggen. De toekomst is voor mijn kleinnkinderen en dus voor mij.



Terug