| Week 01 -2010 "Hoe is het nu met Ivan?" vragen vrienden of kennissen soms aan mijn lieve vrouw als ik niet in de buurt ben. Een enkeling is specifieker en informeert of ik het nog kan, of ik hem nog overeind kan krijgen. Misschien vinden ze het gepaster het aan de enige betrouwbare getuige te vragen dan mij er zelf mee te confronteren. Het kan ook dat ze andere motieven hebben. Ik ben nu ik bijna negenendertig jaar met Marion leef nergens meer verbaasd over. Zelfs enkele van mijn beste vrienden hebben op een zwak moment wel eens een poging ondernomen om haar te verleiden. Meestal kon ik me met die mannen ook nog goed identificeren. Als Marion met een ander getrouwd was en ik ontmoette haar, zou ik dan ook niet alles uit de kast halen om haar te veroveren? Als je echt verliefd bent en er in gelooft moet je er ook in volle overtuiging voor gaan. Je bent geen knip voor je neus waard als je niet probeert om dat waar je voor bestemd bent en wat het allerbelangrijkste in het leven lijkt te zijn na te jagen. Nu ze weten dat ik prostaatkanker heb doen mijn goed bedoelende vrienden misschien opnieuw een poging. Wie weet? Mogelijk bieden ze zich met hun vraag min of meer als reserveneuker aan en moet ik het zien als een vriendschappelijk gebaar naar mijn geliefde toe, iets in de geest van: "Weet dat ik altijd voor je klaar sta". Het kan ook best zijn dat ze het vragen omdat ze zich geen voorstelling kunnen maken van de gevolgen van een behandeling die een bedreiging vormt voor het seksleven en daarmee voor de identiteit van een man. Voor het sterke geslacht zijn het bovendien belangrijke vragen en aan wie moet je die stellen? Het is als het informeren naar een bijna doodervaring of wat het betekent als je parachute niet open gaat. Hoe voelde dat? Wat gaat er door je heen als je het einde van je seksuele leven ondergaat? Ik vermijd het Marion te vragen wie er zo betrokken naar mijn seksuele gezondheid informeren. Het zou het maar ongemakkelijk maken. Impotentie is nu eenmaal een erg beladen begrip. In behoorlijk Nederlands is het zoiets als onmachtig zijn. Wat betekent dat in hemelsnaam? Dat je geen zin hebt? Dat je hem niet stijf krijgt? Dat je hem niet stijf kunt houden en hem er niet in weet te wurmen? Dat je niet klaarkomt? Laat ik het maar allemaal bij de naam noemen, want anders blijft het allemaal zo geheimzinnig. Nou heren, ik doe het nog altijd graag. De prostaatkanker en vooral de behandeling ervan hebben echter wel een hoop hindernissen op mijn pad naar de volledige bevrediging opgeworpen. Zo kan ik door het gezwel zelf niet meer klaarkomen. Ja, ik heb nog wel precies het zelfde gevoel als vroeger. Er is dus alle reden om eraan te beginnen, want ik weet dat ik behoorlijk beloond wordt. Die klodder na afloop is er echter nooit meer. Het is natuurlijk een stuk schoner, maar ik mis het wel. Het hoort er toch een beetje bij. Gezellig, daar gaan mijn potentiële nakomelingen. Plop, daar komt het, met kracht geprojecteerd, bewijs dat het hoogtepunt bereikt is. Maar goed, er valt zonder te leven. Gedurende het eerste jaar van mijn behandeling kreeg ik bovendien castrerende medicijnen. Ze zorgden dat ik geen drupje testosteron meer produceerde. Het is wat vrouwen in de overgang meemaken. Ze komen zonder oestrogeen te zitten en missen dus alle aandrang van die hormonen om een man te verleiden. Als hij met alle geval wil, laat hem dan in hemelsnaam maar even zijn gang gaan, maar mag daarna de televisie weer aan? Bij een man heeft de afwezigheid van zijn eigen hormonen tot gevolg dat hij geen jager meer is en ook hij liever nog even naar Nova kijkt. Libidoverlies noemen ze dat. Een hoop mensen hebben dat al op jongere leeftijd, omdat ze bijvoorbeeld antidepressiva slikken of omdat ze gewoon onder veel te veel stress in hun leven gebukt gaan. Voor mij was het echter zo vreemd om mee te maken, dat ik erg moest wennen. Ik was dan ook aangenaam verbaasd dat toen ik met die lust vermoordende medicijnen mocht stoppen de geilheid vanzelf weer in mijn lichaam kroop. De operatie vorig jaar heeft wat vitale delen in de buurt van het mannelijk gereedschap beschadigd. Een erectie is daardoor niet meer vanzelfsprekend en dat vinden mannen die daar nog geen last van hebben meestal wel zo'n beetje het ergste wat ze zich voor kunnen stellen. Niet voor niets beginnen we al op jonge leeftijd elkaar uit te schelden voor slappe lul. Daarmee zetten we een ander op zo'n beetje de laagste positie in de mannenwereld. Het overkomt heel wat mannen, maar die houden daarover wijselijk hun mond omdat de laagste plaats in de pikorde niet aantrekkelijk is. Het mannelijk geslachtsdeel is echter als de wijzer van de kwaliteitsmeter van het bloedvatenstelsel. Zo lang alles nog goed functioneert staat de wijzer mooi omhoog, maar als de bloedvaten slechter worden gaat de wijzer omlaag. Zijn we aan ons eerste hartinfarct toe, dan hangt hij alleen nog maar. Daar zijn tegenwoordig pilletjes voor. Die ben ik ook gaan slikken en daarmee is in elk geval weer één belemmering verholpen, hoewel er een nieuwe bij is gekomen. Want wanneer slik ik hem nu precies? Er is wat tijd nodig voor hij gaat werken en op een ongelegen moment is hij ook weer uitgewerkt. Heb ik het moment goed gekozen om als het juist nodig is goed te functioneren? In de liefde komt het erg op timing aan. Je doet het namelijk niet in je eentje. Soms ben je te laat, soms ben je te vroeg en soms heb je hem helemaal voor niets geslikt. Ik vraag me overigens af of wat het allemaal met je hoofd doet niet het allerbelangrijkste is. Door de aanslagen op hun seksuele gezondheid voelen mannen zich vaak pas echt 'onmachtig'. Het is niet zo handig als wat leuk is verandert in een probleem en wanneer dat wat je identiteit als man definieert hapert. Man in de gedwongen overgang. Maar overgang naar wat? Terug |