Week 02 -2010
"Wat heeft kanker in je leven veranderd?" wordt me met enige regelmaat gevraagd. Ik weet niet waardoor het komt maar ik ervaar dan meestal een ongemakkelijk gevoel. Het klinkt als een waar-ken-ik-je-toch-van poging om een gesprek te beginnen en zadelt me op met de verantwoordelijkheid om onderhoudend te babbelen over hoe het leven met kanker verloopt. Bovendien roept het een soort verzet bij me op. Moet ik dan veranderen? Was ik voorheen zonder gezwel dan zo vervelend? Trouwens, ik veranderen? Ben je gek. Ik ben en blijf mezelf, onder welke omstandigheden ook. Zonder stropdas en met spijkerbroek. Zelfs voor de dreiging van de dood zet ik geen stap opzij. Ik schiet sneller dan mijn eigen schaduw en ben een dappere macho met toevallig een gezwel tussen de benen.
Natuurlijk lijken sommige dingen wel wat anders te zijn geworden, maar komen die nu doordat een arts me verteld heeft dat ik prostaatkanker heb of is het gewoon omdat ik ouder word? Voor de mensen die ik echt aardig vind heb ik dus wel een antwoord op hun vraag. Brave zinnen waarvan ik vermoed dat ze een verstandige indruk maken. Ik vertel ze dat ik me bewuster ben van de keuzen die ik maak, omdat er misschien niet zo veel tijd meer is om te kiezen. Ik betwijfel of het echt zo is, want ik kan nog steeds slecht nee zeggen en word veel te gemakkelijk enthousiast over nieuwe ideeën. Ook zeg ik met stalen gezicht dat ik geen tijd meer wil verdoen aan zinloze ontmoetingen en gesprekken. Of daarin echt iets is veranderd weet ik evenmin zeker, want ook al voor ik kanker kreeg was ik een beetje asociaal als het bijvoorbeeld op vergaderingen aankwam. Die vermeed ik zo veel mogelijk en als ik ze toch bezocht en halverwege ontdekte dat het tijdverspilling was excuseerde ik me glimlachend bij de voorzitter en verdween. Andere belangrijke afspraak. Ja, thuis met mijn tekstverwerker waaraan ik werkelijk gebeurde en verzonnen verhalen toevertrouwde.
Deze week kwam ik in de krant een stukje over het onderzoek van marketingwetenschapper Suzanne Shu uit Los Angelos tegen en het deed me onmiddelllijk van gedachten veranderen. Kanker verandert een mens wel degelijk essentieel. Mensen zijn namelijk van nature hardnekkige uitstellers, of het nu op vervelende dingen aankomt of op leuke. Uit haar onderzoek blijkt dat mensen die maar een paar dagen hebben om een stad te bezoeken meer zien en doen dan mensen die drie weken ter beschikking hebben en zelfs nog meer dan degenen die er langer dan een jaar zitten. Wie drie weken in een stad als Barcelona, Rome of New York vertoeft ziet in die tijd ongeveer evenveel van de stad als mensen die er twintig jaar wonen. Bovendien zien de mensen die er al zo lang zitten de bezienswaardigheden van die stad vooral in de laatste weken, vlak voor ze de stad weer voor goed verlaten. Een vergelijkbaar onderzoek deed mevrouw Shu ook met tegoedbonnen. Als die maar drie weken geldig zijn worden er meer van ingewisseld dan wanneer ze twee maanden geldig zijn terwijl je toch het omgekeerde zou verwachten. Slechts zes procent van de tegoedbonnen die twee maanden geldig is wordt verzilverd.
Het heeft te maken met het moment van de deadline. Ligt die beroemde lijn dichtbij of ver weg? Kan een woord in het geval van kanker betekenisvoller zijn?
De deadline heeft mijn leven veranderd. Er is een gevoel van urgentie gekomen, met name voor wat de aangename kanten van het leven betreft. Het is niet meer verstandig om nog langer uit te stellen als je eenmaal beseft dat het leven eindig is. Mijn agenda is nog altijd overvol, maar ik verzuim niet meer zoals vroeger om ook de prettige dingen daarin op te nemen. Bijvoorbeeld een reisje naar een leuke stad alleen maar om er een tentoonstelling te bezoeken. Ik ben dan ook niet meer op ontdekkingsreis, wereldreis of zakenreis, maar ik maak een tripje en ben een toerist geworden. Mijn leven lang heb ik toeristen geminacht. Je woont of werkt ergens, maar je komt niet zo maar voor de lol in ander land. Deze week moest ik weer een PSA laten prikken en vaak heb ik al wachtend tot ik de uitslag hoorde een stedentripje geboekt. Je weet maar nooit wat je te horen zult krijgen. De deadline kan wel naar voren verschoven zijn. Als ik het woord 'stedentripje' hier hardop neerschrijf en eerlijk ben tegenover mezelf, besef ik dat ik de term associeer met mijn moeders uitjes met vriendinnen en naderende dementie. O, en ik heb nog een heel lijstje, want ik wil nog naar Odessa omdat ik zo genoten heb van de verhalen van Tsjechov en de memoires van Paustovski. In juni naar Helsinki om mee te maken dat het nooit meer donker wordt. Misschien nog naar Macau vanwege Slauerhoff.
Het leven is één grote tegoedbon en je zou wensen dat iedereen van zijn dokter te horen krijgt dat hij kanker heeft, want in de Verenigde Staten is er jaarlijks voor 8 miljard dollar aan ongebruikte tegoedbonnen.



Terug