Week 03 -2010
"Het is een wegroller," had de dame die mij moest prikken gezegd, alsof het verdorie mijn schuld was dat ze mis zat en ik dagen lang met een grote blauwe plek aan de binnenzijde van mijn arm rondliep. Als dat geen slecht voorteken was….
Daar kwam nog eens bij dat ik die week tot twee maal toe bloed bij mijn urine zag. In de tijd dat ik nog op de dokters-MULO zat leerde ik dat het een alarmsignaal was. Bij bloed in de plas moest je onmiddellijk naar een arts gaan. Van een beetje bietenurine schrik ik echter niet meer omdat ik weet dat er nog lang na chirurgische behandelingen stolsels los kunnen schieten. Het gebeurt meestal nadat ik stevig bezig geweest ben op mijn binnenfiets en ik stel me dan voor dat die als een soort gehakt- of koffiemolen de prostaat te pakken neemt en leeg knijpt. De gehavende prostaat wordt vermalen tussen mijn zadel en de rondmalende achterbeenspieren. Toch maakt een lichte ongerustheid zich van mij meester. Wat zal er deze keer uit het bloedonderzoek komen?
Tot zeven jaar geleden had ik nog nooit over mijn prostaat nagedacht. Toch behoorde ik niet tot de mensen die van het bestaan van zo'n prostaat niet op de hoogte was, maar hij boeide me gewoon niet. Nu echter, neemt dat orgaan als een verongelijkt kind wraak en dwingt me vaker dan ik zou willen bij hem stil te staan. Als een klein jongetje met vage buikpijn, zeurende oorpijn en problemen met inslapen laat die prostaat weten dat er 'iets' is. Het meest genegeerde onderdeel van mijn lichaam moet zich zo nodig laten gelden en maakt zich kenbaar via de PSA.
Kerngezond was ik. Misschien moest ik wat vaker plassen, maar gebeurt dat niet met alle mannen die ouder worden? Wel klaarkomen, maar geen zaadlozing. Het was even wennen, maar het heeft ook voordelen omdat het een stuk hygiënischer is. Verder liep ik mijn rondjes en was gelukkig. Mijn PSA werd echter bepaald en toen was er ineens 'iets'. Het werd nader onderzocht om te weten wat het precies was. Vervolgens werd ik vanwege het onzichtbare, nooit opgemerkte 'iets' behandeld en moest telkens mijn bloed worden geprikt. Wat zal het deze keer zijn?
Van dat 'iets' heb ik nooit last gehad. Nooit. Van de behandeling wel. De bestraling beschadigde mijn darmen. De hormonale behandeling bemoeide zich met mijn seksleven en vitaliteit. Ik herstelde van de gevolgen van de bestraling en ik stopte met de medicijnen, probeerde mijn leven weer op te pakken alsof er niets gebeurd was. Met mijn tanden op elkaar geklemd stond ik op en rende verder. Maar dat ging zo maar niet. Steeds weer moest mijn bloed onderzocht worden. Die PSA moet nul zijn, maar dat werd het nooit meer. Het was vreemd, want als ik van andere mannen over hun PSA hoorde, bleek het getal niet eens zo van belang. De een had een uitslag van vier en moest met spoed geopereerd worden, een ander vertelde zorgelijk dat zijn PSA nu dertig was, maar dat nog even werd afgewacht en over weer iemand anders hoorde ik dat hij overleed maar dat zijn PSA nooit boven de twee was geweest. De hoogte blijkt niet zo belangrijk als de verandering en de uroloog van dienst sluit zijn ogen en orakelt wat de PSA deze keer betekent.
Trouw slik ik de medicijnen vanwege 'iets' dat me nooit last bezorgde. Er schijnt een mysterieuze binnendringer mijn lichaam te zijn binnengedrongen, die zich telkens manifesteert via zijn woordvoerder mijnheer PSA. In het afgelopen jaar ging de bloedwaarde na een medicijnpauze helaas snel omhoog. Ik begon weer met de medicijnen en bij de volgende bloedprikronde was het wat lager, maar nog wel te hoog en dus een bewijs dat er nog steeds 'iets' in mijn lichaam mis is. Maar klachten? Nee, die waren er nooit.
Om de drie maanden neemt mijnheer PSA het woord en nooit komt er bevrijdend nieuws. "Ivan, het is nu in orde. We zijn klaar." Ik voel me zoals een verspringer die na zijn sprong wacht op de vlag. Wit of rood? Goede of slechte sprong? Ik zou zo graag een witte vlag willen zien en niet telkens terug moeten om weer te springen.
Dat 'iets' dat me nog niets heeft aangedaan wordt mijn uroloog genoemd en daarom kan ik het niet negeren. Stel je toch voor. Net doen of er niets aan de hand is en dan intussen ingehaald worden door de werkelijkheid van uitzaaiende woekeringen, botten die aangetast raken, pijn die langzaam maar zeker heviger wordt? Dat lijkt me ook niets.
Deze week laat mijnheer PSA weten dat hij nu twaalf komma zes is. Dat is niet niets, maar slechts nul komma één meer dan drie maanden geleden. Het 'iets' houdt zich klaarblijkelijk rustig. Ik kan weer drie maanden voort en dan wordt er opnieuw gekeken.
Nooit zal ik weten wat er gebeurd zou zijn als mijn bloed niet geprikt was en de PSA zich dus namens het 'iets' niet gemeld had. Zou het dan niet precies zo met me gesteld zijn als nu? Of zou ik al dood zijn gegaan aan 'iets'?



Terug