| Week 10 -2010 Ze heeft haar manuscript bij de uitgever ingeleverd en een weldadige rust keert in huis terug. Maanden lang interviewde ze de echtgenotes van mannen met prostaatkanker, luisterde naar hoe hun leven soms ingrijpend verandert terwijl die vrouwen zelf helemaal nergens een gezwel hebben, en moest ze de emoties die dat bij haar opriep weer ergens kwijt. Dus spraken we gedurende het avondeten lang over de kankeravonturen van anderen en de volgende ochtend stonden we er weer mee op. Omdat ze haar boek enigszins chronologisch heeft opgebouwd was het aanvankelijk niet zo erg. Met mild medeleven konden we naar de paniek die de kankerboodschap bij mensen oproept kijken. Er was herkenning bij het zien hoe mensen leren omgaan met het steeds maken van keuzen en hoe ze de last van behandelingen tegemoet treden. Maar geleidelijk aan kwam ook het moment dat we het aan de eettafel hadden over de mannen die voor het eerst een bot breken en begrijpen dat ze de strijd uiteindelijk verloren hebben. Daar denk ik niet graag aan. Ik heb me voorgenomen om niet te veel tijd te besteden aan wat allemaal komen zal en zoveel mogelijk te genieten van wat ik heb. Twee keer pijn hebben van één en de zelfde tegenslag is gewoon niet verstandig. Het heeft geen zin om steeds maar stil te staan bij het feit dat ik uiteindelijk dood ga en waarschijnlijk niet eens op een leuke manier. Zonder dat Marion of ik het wilde kwam het de laatste tijd toch tussen de tonijn en de broccoli ter tafel. Dat is nu voorbij en we kunnen het van soep tot dessert weer hebben over de leuke dingen van het leven. Zinvolle gesprekken over mannen, vrouwen, liefde en seks, want - zo blijkt uit onderzoek - daar word je gelukkig van. Meer dan een jaar na de behandeling waarbij mijn vitale zenuwen niet gespaard bleven lijken die zich weer hersteld te hebben. De pillen die me moesten ondersteunen bij het krijgen van een erectie en gedurende ongeveer twee dagen werkzaam zijn lijken ineens twee weken lang hun nuttig werk te doen. "Volgens mij heb je ze niet meer nodig," zegt ze tijdens het ontbijt, maar ik voel me nog niet echt zeker van mezelf. Een man is gevoelig op dat punt. Het maakt me echter wel vrolijk en omdat het voorjaar heel voorzichtig terrein probeert te winnen verdwijnen de sombere gedachten. Onderzoekers hebben vastgesteld dat droevige mensen bang zijn voor iets nieuws. Ze kruipen liever weg bij de partner die ze al zo lang kennen, eten hun lievelingsvoedsel, gaan naar hun favoriete restaurant en bezoeken jaarlijks de zelfde plaats tijdens hun vakantie. Daar staat tegenover dat gelukkige mensen juist geneigd zijn meer te experimenteren. Toch weten andere onderzoekers te vertellen dat vrouwen zich geen zorgen hoeven te maken, want het DNA van mannen heeft hen tot monogamie geprogrammeerd. Om dat nog wat verder wetenschappelijk te onderbouwen bespreek ik tijdens de lunch met Marion wat artikelen uit de onuitputtelijke voorraad onderzoeken die op mijn bureau zijn beland. Als mannen al vreemd gaan zijn ze meestal niet zo slim. De oerman wordt daarbij uit de hoge hoed getoverd om alles te verklaren. Die is ook overal goed voor. Weten we het niet, dan gaan we te rade bij de oermensen en als ik de redeneerwijze van deze onderzoekers volg waren het stomme mannen die de scheve schaats reden. In de tijd van jagers en verzamelaars waren mannen namelijk nooit zeker of het kind dat hun partner kreeg ook van hen was en daarom zorgden ze voor een rijkelijke verdeling van hun zaad. Dan loopt er altijd wel ergens een nakomeling van je rond. Domme oermannen zijn inmiddels geëvolueerd tot verstandige monogamisten. Onderzoekers beweren werkelijk van alles. Die beweren ook dat als het op veel partners aankomt, het er toch op lijkt dat vrouwen daar meer toe zijn geneigd. Dat is niet zo zeer het gevolg van de derde emancipatiegolf, maar het zit ook al ergens in de genen gebouwd. Om het uitsterven van de soort te voorkomen zouden zij er juist goed aan doen om van veel verschillende mannen kinderen te krijgen. Als het op één enkele man aankomt weet je het immers nooit zeker. Als bewijs voeren ze aan dat fruitvliegjes maar zo binnen een paar generaties uitgestorven zijn als de vrouwtjes monogaam zijn. Hoe hebben ze in hun onderzoek gezorgd dat die fruitvliegjes monogaam bleven? Bij de mens kan het wel eens precies zo gaan. Dames de deur uit en red het menselijk leven op aarde. Ik wil best geloven dat monogamie het meest gebruikelijk bij mensen is. Ik zal het eerlijk verklappen: het heeft namelijk met de lengte van de penis te maken of een diersoort monogaam is. Bij monogamie heeft een lang geslachtsdeel weinig voordeel bij de survival of te fittest. Je loopt er maar mee te sjouwen en het maakt nodeloos kwestbaar. De evolutie werkt naar klein, licht en compact toe. Bij monmogamie hoeft het mannetje zijn zaad niet zo diep mogelijk en vlak bij het eicelletje los te laten om er zeker van te zijn dat zijn donderpadjes de wedstrijd winnen. Lang is overbodig. En wat stelt zo'n mannending nu voor? Nee, die moet wel altijd al monogaan zijn geweest. De wanhoop kan mannen echter ook doen besluiten om sigaretten te kopen en niet meer thuis te komen. Daarbij denk ik aan een van onze vrienden in Italië wiens vader hoorde dat hij prostaatkanker had en hij verliet onmiddellijk zijn vrouw. Misschien voelde hij het zich verplicht als eerbetoon aan het imago van de Italian lover een laatste publieke demonstratie van zijn potentie te leveren. Maar wat heeft hij dan aan andere oervrouwtjes te bieden? Prostaatkankerlijers zijn heus niet altijd de vrolijkste klanten. Bovendien speelt de leeftijd niet bepaald in hun voordeel mee en met een katheter erbij wordt het nog weer een stuk moeilijker. Misschien komt hij ooit met hangende pootjes terug bij zijn Italian mama als hij iemand nodig heeft die zijn luiers verwisselt. Nee, wat mannen en vrouwen samen doen in de schaduw van zo'n gezwel is soms een mysterie voor me, ook al schrijft Marion er nog zo mooi over. De interviews liggen nu bij de uitgever en in mei zal het boek al beschikbaar zijn. Hier thuis zijn de fruitvliegjes en het IQ van mannen weer gespreksonderwerp en houden we brekende botten en poepbroeken weer even buiten de deur. Terug |