Week 17 -2010
"Span eens aan," zegt hij. "Alsof je je urine ophoudt."
Ondanks de katheter die ingebracht is en het feit dat op tegennatuurlijke wijze mijn blaas gevuld wordt, onderneem ik een poging. Op het beeldscherm zie ik een opening naar me knipogen.
"Dat werkt nog goed," constateert hij. Het voelt als een groot compliment. Mijn door het aanhoudend pis lekken aangetaste gevoel voor zelfwaarde herstelt zich en stijgt naar ongekende hoogten. De net iets te vaak gehoorde opmerkingen van mijn goedbedoelende vrouw dat ik niet zo trots moet doen en gewoon een luier moet dragen, zijn onbetekenend geworden. De dokter zegt het zelf: het functioneert nog goed.
Mijn uroloog, de hoofdverpleegkundige, een jonge dame die consequent met dokter Smit aangesproken wordt opdat ik maar niet het idee krijg dat ze een co-assistent is, en ik kijken gespannen naar het scherm. Dat heeft mijn plaats in genomen. Het is volkomen onbelangrijk geworden dat ik romans heb bedacht, dat ik lang doorgeleerd heb, dat ik grijs haar heb maar niet kaal ben, dat ik leuk kan spelen met mijn kleinkinderen en grappige Donald Duck geluiden met mijn wangen kan maken waar kinderen om moeten lachen. Ik ben hier patiënt Wolffers geworden en dat is die afbeelding op het bleke scherm waar je op de blaaswand de afzonderlijke bloedvaatjes kan zien lopen en door het vocht kleine vlokken ziet drijven als planeten door het heelal in een science fiction film. A Space Odyssey. Mijn woorden doen er niet meer toe, ook al verbind ikzelf mijn identiteit juist aan mijn handigheid om ze aan elkaar te rijgen tot zinnen en verdien ik daar mijn geld mee.
Resten van de oorlog die in mijn prostaat gevoerd is zijn nog zichtbaar, maar de doorgang is nog goed doorgankelijk. De reis door universum urinario gaat verder en brengt me in onbekende hoeken van mijn lijf. Wat is het lichaam toch een mirakel. Alles heeft een functie en het lijkt wel complex, maar tegelijkertijd is het verrassend eenvoudig. We zijn zo gewend geraakt aan de meest uiteenlopende beelden op de schermen die we overal tegenwoordig tegenkomen, dat het allemaal maar vanzelfsprekend lijkt. Met deze ruimtereis scoor je daarom geen hoge kijkcijfers. Voor een buitenaards wezen moet dit echter verrassend en ongelooflijk boeiend zijn. Als die ogenhebben, zitten ze gekleefd aan het scherm. Hoe is het allemaal zo ontstaan en waarom zit daar zo'n effectieve sluitspier? Heus niet om te voorkomen dat oude mannen hun modieuze onderbroek nat maken met urinevlekken. Bij het ontstaan van de soorten moet het voortdurend weglekken van afvalstoffen een te grote handicap geweest zijn. Roofdieren konden zo het spoor gemakkelijk volgen en kleinere soorten konden zich nergens meer verbergen. Camouflagekleuren deden er niet toe. Daarom overleefden vooral de soorten die een handig plasreservoir met een stevige afsluiting erop hadden.
Ineens verschijnt in het beeld een groot geel obstakel, een rots op de verre planeet.
"Dat is het," zegt hij.
Het is een steen die ontstaan is doordat de zouten in mijn urine gekristalliseerd zijn rond resten van de behandeling van de prostaatkanker. Als ik ren, als ik fiets, als ik vrij dan schuurt die puntige steen langs de gevoelige blaaswand en er ontstaat een bloeding. Zeker als je een uitslover bent en als een gek vijfenveertig minuten lang op een hometrainer bezig bent met het fijnwrijven van zo'n voorwerp op je gevoelige blaasslijmvliezen.
"Draai eens om," zegt hij tegen dokter Smit.
"Even uitblazen," hoor ik haar tegen me zeggen. "Dan voelt u het minder."
Maar ik voel helemaal niets, want zowel de ontdekking van wat mijn problemen veroorzaakt, als de bewondering voor wat ik allemaal zie, maakt me enigszins euforisch. Can you hear me Major Tom? Wij zweven door de ruimte naar een andere positie. De steen wordt nu van een andere kant zichtbaar. Ineens is ook duidelijk waardoor ik zo vaak moet plassen. Ook snap ik waarom ik als ik van houding verander - opsta van mijn bureaustoel om een verse kop thee te halen, uit de auto stap - ik binnen een halve minuut een veilige afwaterplaats moet vinden. Een boom, tussen een Mercedes en een BMW in een donkere parkeergarage tussen een Mercedes en een BMW, maar het liefst gewoon een WC. Tijd om de deur achter me te sluiten heb ik meestal niet meer en hopelijk staat de bril al omhoog. De steen verplaatst zich en de druk op die afsluitspier wordt onverdraaglijk.
"Die moeten we er even uit halen," zegt hij. "Bespreek maar met de anesthesist of je dat met volledige anesthesie of via een ruggenprik wil."
"U kunt u wel weer aankleden," zegt de vriendelijke verpleegkundige en als ze mijn schuldige blik ziet terwijl ik naar de grote plas op de grond kijk, zegt ze: "Dat doe ik wel. Dat hoort bij dit soort werk."
Snel schiet ik in mijn Calvin Klein onderbroek en spijkerbroek, die me helaas niet net zo jong maken als de modellen die ze aanprijzen. Achter me hoor ik haar zeggen: "O, ik ben te laat." Ze heeft een luier in haar hand. "Ik dacht: daar kunt u het nadruppelen misschien een beetje mee in de hand houden."
"Nee," antwoord ik. "Daar ben ik echt nog veel te jong voor."



Terug