| Week 18 -2010 "Maar u weet toch al een jaar dat het in de eerste week van mei voorjaarsvakantie is," probeert de mevrouw schuin tegenover me. "Ik bedoel, dat staat in alle agenda's. Hoe kunt u me dan nu zo maar zeggen dat mijn operatie een paar dagen uitgesteld is." "Wilt u dan liever naar huis," vraagt de jonge vrouw in witte jas. Daar schrikt de vrouw van. "Nee," hoor ik haar zeggen. Het gesprek is niet voor mijn oren bedoeld, maar op zo'n ziekenhuiszaal met vier mensen kun je je er niet aan onttrekken. Naast mij is het bed weggehaald. Ik heb uitsluitend met de twee mensen aan de overzijde te maken, maar ik vermijd hun blikken. Zij zijn ziek, ik niet. De mijnheer recht tegenover verontschuldigt zich bij de mensen die bij hem op bezoek zijn met de opmerking "Ik ben net geweest." Ze nemen het luchtig op. "Ach, we komen van het platteland." Later hoor ik de dame tegen iemand die thee brengt zeggen: "Ik heb in de pan nog een verrassing voor u". Ze lachen onhandig en ik maak me afwezig, probeer zelfs niet meer te ademen om maar niets te hoeven ruiken. Hij snurkt en zij zit aan een machine die de hele nacht geluid maakt alsof er te veel lucht in de centrale verwarming zit. Tot overmaat van ramp begin de mevrouw ook af en toe te piepen. Het monotone geluid houdt me uit de slaap maar na een minuut of tien verschijnt de nachtbroeder die wat aan de apparaten rond haar bed prutst en dan verdwijnt het geluid. Wat heeft die dame een hoop piepjes, maar wat zijn ze onbelangrijk, want ze mogen afgaan zonder dat iemand reageert. Je hebt hier ongevraagd met elkaar te maken, maar ik klaag niet, want er was onverwacht een operatiekamer vrij gekomen en mijn blaassteen kan sneller dan verwacht verwijderd worden. Bij opname zegt de arts die als een schaduw een co-assistent achter zich aan heeft lopen dat er nog even geprikt moet worden. "Wat dan?" wil ik weten. "Uw bloedgroep voor als er iets bij de ingreep mis mocht gaan," zegt hij. "Maar zeven dagen geleden is die hier ook al bepaald en ik heb mijn leven lang al 0+. Dat zal toch niet overnacht veranderd zijn." De co-assistent kijkt een beetje sip. Ik begrijp het al en loop met hem mee naar een kamertje. Hij heeft verschillende pogingen nodig om een bloedvat op juiste wijze aan te prikken, maar je moet wat over hebben voor de opleiding van jonge artsen. De vrouw aan de overzijde kan haar teleurstelling niet verhullen over het uitstel van haar operatie. "Nou, mijn man zal helemaal boos zijn," zegt ze als een jongen die dreigt dat hij zijn vader of grote broer erbij zal halen om het geschil te beslechten. Elke verpleegkundige die bij haar bed komt krijgt haar klacht te horen, ook de jonge vrouw die deze ochtend bij alle bedden langsgaat. "Ik zou weer thuis zijn voor de verjaardag van mijn kleinzoon," zegt de vrouw in het bed klagerig. "Wat een teleurstelling." "Ik weet niet wat ik kan doen om u blij te maken," zegt de frisgewassen dame in het wit. "Als het niet op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag of vrijdag kan, dan maar op zondag," zegt de vrouw bits. "Jullie doen toch of je 24 uurs service hebt." Nee service is er alleen van acht tot acht als je nummer negen op je telefoon indrukt. Customers Care is twaalf uur per dag bereikbaar om te horen of je televisie of telefoon bij je bed wilt, maar verder weten ze niets. "Zal ik dan slingers rond uw bed hangen om u op te vrolijken?" vraagt de witte jas, maar de vrouw kan er niet om lachen. Daarna staat ze in eens aan mijn bed. Ik heb me aangekleed en wacht op Marion om terug te keren naar het paradijs van de gezonde wereld. Blaassteen verwijderd, een nachtje onder controle geweest. Ik ben weer als nieuw. "We komen even bloed prikken," zegt ze. We? Ze is in haar eentje. "Waarvoor dan?" vraag ik verbaasd. "Dat moet nu eenmaal," zegt ze. "Dat is me opgedragen." "Ja, maar wat wil je met dat bloed dan uitvinden," dring ik aan. "Aagee en zo," zegt ze enigszins in de war omdat ze blijkbaar zulke vragen niet gewend is. Dan begrijp ik het. Weer een co-assistent om niet zijn vaardigheden in het communiceren, maar in het prikken te oefenen. Word je hier dan opgeleid tot vampier? "Sorry, daar heb ik echt geen zin in," zeg ik mede namens de mevrouw schuin tegenover me. "U mag natuurlijk altijd weigeren," zegt ze beledigd, "maar dan moet u het zelf maar weten." Terug |