Week 22 -2010
Een paar jaar geleden reden we in een gehuurde auto naar Tanah Lot, op Bali. We hadden haast want de hemel werd al rood en de zonsondergang bij de tempel van het kleine dorpje is spectaculair. Het gebouw is op zichzelf niet bijzonder. Er zijn duizenden van zulke tempels op het eiland te vinden, maar er is er maar een die zo op een rots voor de kust ligt en als de zon zakt de bezoekers verrast met zijn contouren tegen een hemel die een schitterende toekomst belooft. Want morgen zal er weer zo'n zonsondergang zijn, en daarna weer, en weer, en weer. De weg naar Tanah Lot was toen nog niet zo druk als nu. Er stonden maar een paar gebouwen langs en je had daardoor uitzicht op de rijstvelden, iets waar je tegenwoordig alleen nog maar een vermoeden van hebt. In één van die huizen zagen we de gestalten van twee kinderen in boeddhazit die ademloos keken naar het scherm van een kleine zwart-wit televisie, zich onbewust van de prachtige rood wordende hemel rondom ze. Het enige dat ze kon boeien was het kinderverhaal dat op die tijd altijd werd uitgezonden. Er was toen nog maar één enkele televisiezender in Indonesië met een vast dagelijks programma. Een soap in de vooravond, medische voorlichting als de kinderen naar bed waren, een koranlezing voor het slapen gaan, en om een uur of vijf in de namiddag iets met poppen met gekke stemmen voor de kleintjes. De generaals hadden besloten dat andere informatie alleen maar verwarrend zou werken en een leger censors waakte over wat er gezien, gelezen en gehoord mocht worden. Dat kinderprogramma mocht in ieder geval wel. Ik had willen stoppen, de auto aan de kant van de weg zetten en die kinderen in de kleine open woning voor het scherm willen fotograferen tegen de achtergrond van het schitterend vertoon van de natuur. We reden echter snel door om het hoogtepunt van de zonsondergang bij de tempel niet te missen.
Daar moest ik aan denken omdat we de afgelopen week in Tanah Lot logeerden om er mijn verjaardag te vieren. We konden elke dag de zonsondergang bij de tempel bewonderen. Maar deden we dat ook? In Indonesië staat nu ook dagelijks in de krant wat je weten wilt, maar zijn we wel geïnteresseerd?
Ik ben een Jakarta Post addict en mijn dag is niet goed zonder die krant. Het lijk van een vierentwintigjarige Russische toeriste, met het surfboard nog aan een koord rond haar enkel is uit de zee gevist. Ik lees dat ze deze maand al de zesde is die de zee heeft opgeëist. Het is een wilde en onberekenbare zee. De Balinezen zijn er bang voor. Het aantal Balinese zwangere vrouwen dat met HIV geïnfecteerd is neemt snel toe. Dat zou een aantal jaren waarschijnlijk niet in de krant gestaan hebben, want alles wat mis ging moest onzichtbaar blijven. Als je het niet weet, bestaat het niet. Ook in de krant staat het verhaal over het overlijden van de bekendste waarzegger van Indonesië. Mama Lauren adviseerde vooraanstaande politici en bekendheden. In een land waar je niet teveel mag weten zijn zij die de toekomst kunnen voorspellen uitermate populair en in de maanden december en januari werd ze door alle kranten geïnterviewd om te horen wat het land weer boven het hoofd hing. Indonesiërs lijken ook iets speciaals te hebben met de geheime krachten, de guna guna, en het duiden van de geheime betekenis van wat er met ons gebeurt. De overleden waarzegster bleek echter een Hollandse dame uit Eindhoven die achtenzeventig jaar is geworden en door het vele roken een longziekte kreeg. Laurentia was een mevrouw van melk en boter, die in 1939 ontdekte dat ze bijzondere gaven had en in 1979 trouwde met een Indonesische man waardoor ze vrij toevallig in Jakarta terechtkwam. De belangrijkste vraag voor de journalist die het artikel schrijft is of ze haar eigen dood aan zag komen. Hij vraagt het haar man, haar kinderen, de buren, maar hij krijgt geen bevredigend antwoord, want de dood komt altijd onverwacht.
Er is niets beter dan de Jakarta Post om je bij het ontbijt aan het denken te zetten over dood en leven en de zin van het toeval. Ik eet mijn nasi goreng en drink daarbij zwarte koffie, en ben alles van thuis vergeten. Het liefst zou ik hier een roman gaan schrijven. Al mijn romans zijn hier op dit eiland ontstaan omdat ik er niets van begreep en er met de pen een beetje orde in probeerde te brengen.
Ik ben met mijn hoofd al lang niet meer in Nederland. Het gaat zelfs zo ver dat ik hier elke dag mijn medicijnen slik en niet meer weet waarom ik het doe. PSA? Ik heb geen idee meer wat het is, ook al moet ik het zodra ik terug in Nederland ben weer laten bepalen omdat we in de gaten willen houden of ik al dood ga aan mijn prostaatkanker. Heel even denk ik er aan, maar al snel ben ik weer bezig te fantaseren dat ik hier een half jaar ga zitten om mooie boeken te schrijven. Ik zou verhalen willen bedenken over de schoonheid van het leven, over de humor van het lot, dat de dood tot een logisch onderdeel van een verhaal maakt, maar ook niet meer dan dat.
In het vliegtuig op weg naar huis, opstijgend van het vliegveld van Denpasar, kijk ik in het snel verdwijnende licht van de late namiddag naar beneden, naar de lichtjes van de huizen. Misschien zitten daar twee kinderen naar channel [V] te kijken, naar het nieuwste nummer van Lady Gaga en hebben ze geen weet van alles wat te weten valt. Die PSA is als een televisiescherm dat we in de gaten houden, terwijl we niet door hebben dat er achter onze rug een prachtige zonsondergang is, er een schitterend leven voor ons bestaat. Over de dood hoef je je nooit zorgen te maken. Die komt vanzelf wel.



Terug