| Week 23 -2010 De maand juni is begonnen. Een mooie maand voor het organiseren van medische congressen en conferenties. Wat de aanwezigen dan van de bijeenkomst opsteken zal voor altijd gekoppeld zijn aan prettige herinneringen, blauwe hemels en steden waar je voor vakanties niet zo snel naar toegaat. De American Urological Association is deze keer in San Francisco neergestreken voor zijn jaarlijkse bijeenkomst. Dergelijke conferenties zijn in de loop der tijd veranderd van eenvoudige jaarvergaderingen in een waar circus. Deskundigen komen vanuit de hele wereld bij elkaar. Voor de reis er naartoe moeten ze gesponsord worden, en de bedrijven wier medicijnen ze voorschrijven leveren graag de vliegtickets, vergoeden de hotelkosten en verwennen de hard werkende artsen een beetje omdat de arme zielen een paar dagen alleen - ver van huis - moeten doorbrengen. Onderzoekers die met geld van die bedrijven hun onderzoek gedaan hebben kunnen het daar ongehinderd presenteren. Niemand die ze op de vingers tikt, want de inhoud wordt niet van te voren beoordeeld door collega's in het vak. Zoals het hoort: 'peer review'. Is het onderzoek volgens regel der kunst gedaan en de analyse correct? Je mag dus onzin en onnozelheid presenteren. Omdat er ook dagelijks sessies georganiseerd worden met vertegenwoordigers van de media druppelt al het nieuws ook naar de kranten. Daarom mag ik me verheugen in een verse stroom berichten over prostaatkanker. Ik kan mijn lol niet op. Dat gezwel is de redding geweest van de uroloog. Het heeft hem in de loop der jaren opgestuwd op de hiërarchische ladder in de medische wereld. Van blaassteenverwijderaar tot mannenredder. Er wordt in San Francisco onder andere gesproken over een veel betere test voor het onderscheiden van de langzaam groeiende prostaatkankervormen van de felle rakkers. De PSA test helpt daar namelijk niet erg bij en veel te veel mannen ondergaan behandelingen die ze helemaal niet nodig hebben. Zodra het toverwoord dat met een K begint echter uitgesproken is en de paniek toeslaat, helpt er niets meer. Dan komt de lawine naar beneden. Never cry wolf. Maar er is een nieuwe test op komst die 300 keer zo goed is als de PSA test beloven de geleerden die daar in San Francisco bij elkaar zijn ons. Je weet nooit of ze dat roepen in opdracht van de mensen die hun onderzoek financieel steunen en ter meerdere ere en glorie van henzelf, of dat er ook werkelijk snel een test beschikbaar zal komen waar je zelf ook nog wat aan hebt. Het wordt immers al zo lang beweerd. Er zijn daar ook onderzoekers die hun hond als redding presenteren. Het hoeft niet eens een Sint Bernard te zijn. Bollebozen uit Parijs deden onderzoek waaruit blijkt dat onze trouwe viervoeters de geur herkennen van prostaatkankercellen. Een gewone urinetest, waarbij er een stripje in je bekertje met plas gehouden wordt - en dat dan liever niet rood kleurt -, is onbetrouwbaar. Een hond blijkt dat wel te zijn. Na enige training blijkt de neef van de wolf het bij 63 van de 66 mannen met prostaatkanker goed te ruiken. In onderzoeken met andere honden, met een iets andere training, bleef Hector uiterst betrouwbaar bij het vinden van onze ellende. Training is wel nodig. Op bezoek bij kennissen hoef je je dus geen zorgen te maken als de hond des huizes tegen je opspringt en opdringerig zijn snuit in je licht vochtige kruis duwt. Zo lang mijn uroloog nog niet de beschikking heeft over die revolutionaire nieuwe test of een speciaal getrainde hond zal hij het op de ouderwetse manier moeten doen. Geen nood, Oostenrijkse urologen hebben daarover iets in San Francisco gepresenteerd. Gewoon trouw de PSA steeds vast blijven stellen en kijken hoe die in de loop van de tijd verandert. Aan de hand daarvan blijkt de uroloog nog aardig wat houvast te hebben bij de zoektocht in het duister van de toekomst van mannen met het kwaadaardige gezwel. Samen struikelen we naar de nooduitgang. Ik was een beetje verbaasd dat hij gewoon klaar zat voor de afspraak. Hij was niet in San Francisco. Mijn uroloog zal dan wel druk zijn geweest of geen snoepreisjes naar congressen van de farmaceutische industrie aanvaarden. Hij had alle tijd, want het was een zonnige dag en veel patiënten hadden blijkbaar besloten hun afspraak te negeren en iets anders te doen. "Twaalf komma zeven," zei ik. "Vorige keer was het twaalf komma zes," zei hij. "De keer daarvoor twaalf komma vijf," zei ik. "Stabiel," zei hij. Vrolijk reed ik naar huis. Stabiel, stabiel, stabiel, stabiel. Trouw de medicijntjes blijven slikken en over drie maanden weer kijken. In het echte leven is er niets stabiel. Er komt altijd een moment dat het voorbij is, maar voorlopig ben ik weer drie maanden vrolijk. Ik heb zin in vakantie. Misschien wel naar San Francisco. Terug |