| Week 27 -2010 Tante Pola was één van de vele Indische tantes van Marion. Indische tantes hebben Nederland leefbaar gemaakt omdat ze de hutspot die jongens zoals ik niet lusten vervingen door gerechten waar we zelfs nog nooit van gehoord hadden. Tante Pola kon echter helemaal niet koken, maar was toch een heel speciale tante omdat ze de kunst verstond om iedereen die met haar te maken had het gevoel gaf dat hij speciaal was. Een mooier geschenk kun je mensen niet geven. Dus waren er op haar crematie veel mensen gekomen om nog iets liefdevols over haar te zeggen. Ze probeerden daarbij naar de kist te kijken, maar daar was ze al niet meer. Daarom zeiden ze het - met tranen op hun glimlachende gezichten - maar tegen elkaar. Als oude mensen overlijden zijn de begrafenissen en crematies bijna familiefeesten, omdat we blij zijn dat iemand met een lang leven uiteindelijk ook vrede heeft gevonden in de dood. Die is toch onvermijdelijk en laten we dan maar even vieren dat het leven met hen goed is geweest. Elke zonde is vergeven en we halen gretig herinneringen aan hen op. Het onvermijdelijk besef dringt zich daarbij op dat de tijd onverbiddelijk verder gaat. Na afloop waren er de onvermijdelijke thee en koffie met cake, maar omdat we multicultureel geworden zijn was er ook spekkoek. Zoet helpt tegen alle pijn en eigen zoet het beste. "Ach," zeggen degenen die elkaar sinds de vorige crematie voor het eerst weer ontmoeten. "We zouden toch eens af moeten spreken zodat we elkaar ook op andere gelegenheden ontmoeten." Dat zal echter niet gebeuren en ik keek de zaal rond om in mijn hoofd een lijstje te maken van mensen die ik na die middag waarschijnlijk nooit meer zal zien. Mijn schoonmoeder heeft haar zus verloren en is ineens de oudste van de overlevenden en natuurlijk vraagt ze zich af of zij de volgende zal zijn. Al een paar keer heeft ze met kracht gezegd: "Ik wil nog niet. Ik ben nog veel te jong." Wanneer ben je te jong om te sterven? Mijn vader overleed toen hij 64 was. Ik was toen 28 en vond dat oud, maar iedereen zei dat hij te jong was om dood te gaan. Ik ben nu 62 en ben van plan langer dan mijn vader te leven. Mag je tot 70 zeggen dat het te jong is om heen te gaan? En wie zeggen het? Je leeftijdsgenoten of de kinderen die voor hun ouders zouden moeten zorgen? Zolang de prostaatkanker stabiel blijft en de PSA zich niet roert kan ik nog voort en mag ik blijven hopen niet te jong afscheid te hoeven nemen. PSA. Om eerlijk te zijn kan ik die drie letters niet meer horen. Het gebruik van afkortingen is toch al intens lelijk. Ze voegen zich niet lekker in een zin. Ik kan er echter niet omheen en zal tot aan het einde van mijn dagen ermee te maken hebben. Vaak vragen mensen me waarom ik de PSA test nog überhaupt onderga. Er zijn zelfs mensen die graag willen geloven dat het allemaal maar een kwade droom is en suggereren dat ik net zo goed met de medicijnen kan stoppen. Daar is het echter nog veel te vroeg voor omdat ik nog te jong ben. Er is trouwens veel discussie rond de PSA-test. Het is als een bot mes bij een taaie biefstuk. Een hulpmiddel dat niet echt geweldig is. Het leidt tot te veel kankerdiagnoses en dus tot te veel behandeling. Misschien zijn mannen wel beter af zonder de test. Ik ben verschillende urologen tegengekomen die me verzekerden dat ze zichzelf nooit zouden laten testen. Bij mij wordt de test echter niet gedaan om te kijken of ik kanker heb. Daarvoor is het te laat. Dat weet ik al. Hij wordt gedaan om te zien of de kanker zich koest houdt. Deze week zag ik in een van de medische vakbladen een artikel over de PSA test. Als mannen tussen 50 en 65 om de twee jaar getest worden wordt het aantal sterfgevallen aan prostaatkanker 44 procent lager omdat het vroeger gevonden wordt in een minder kwaadaardige vorm. Het komt van Zweedse onderzoekers en wij weten wel hoe degelijk de Zweden zijn. Zij hebben ons Saab, Volvo en Scania Fabis gegeven, vonden de lucifer uit en gooiden na de oorlog Zweeds wittebrood over Nederland. Als het onderzoek klopt, dan zou ik toch wel graag op mijn vijftigste en tweeënvijftigste getest zijn, zodat ik niet op mijn vierenvijftigste er bij toeval achter moest komen en het te laat was om nog iets te doen om te voorkomen dat ik te vroeg zal sterven. Het kan me eigenlijk niet schelen dat dan door het voorkomen van mijn vroegtijdige dood er twaalf andere mannen verteld zou moeten worden dat ze kanker hebben en behandeld gaan worden, hoewel dat dus niets voor ze uit zal gaan maken. Het is namelijk heel prettig om zo oud als tante Pola te worden zodat op je eigen begrafenis de achterblijvers blij zijn dat je een leeftijd bereikt het waarop de dood geen vijand meer is. Terug |