| Week 28 -2010 Alles went, ook kanker. Meestal denk ik er niet aan. Mijn medicijnen slik ik zonder dat ik goed besef waarom ik ze gebruik. Het is gewoon een dagelijkse routine geworden. Wat ik in mijn vakbladen over prostaatkanker tegenkom selecteer ik en print ik uit, zonder dat ik er een moment bij stilsta dat het iets met mij te maken zou kunnen hebben. Eens per week schrijf ik mijn stukje voor de website en op dat moment moet ik pas nadenken over wat ik zal gaan schrijven. Soms pieker ik me suf. Er is namelijk niets interessants aan prostaatkanker. Het is een suffe aandoening bij oude mannen en waarom zou je er meer aandacht aan geven dan het verdient. Ik blader door de stapel artikelen over prostaatkanker die ik verzameld heb. Daar is mijn onderwerp voor deze week! "Weer beïnvloedt prostaatkanker." Het staat in het International Journal of Health Geographics van 20 april 2010. Alles is mogelijk: voeding, beweging, genen, voldoende of onvoldoende seksuele activiteit, teveel masturbatie, maar ik had niet kunnen bedenken dat het weer iets met mijn prostaatkanker te maken zou kunnen hebben. Mannen in gebieden met droog en koud weer hebben een grotere kans op prostaatkanker. Gelukkig regent het in Nederland veel en het broeikaseffect kan nog zorgen voor heel wat opwarming. De onderzoekers melden overigens dat ze niet goed begrijpen hoe het nu kan, maar ze hebben wel een theorie. Klimaatsomstandigheden zijn van belang voor het uiteenvallen van biologische verontreiniging, zoals bijvoorbeeld allerlei middelen die in de landbouw gebruikt worden. Een lekkere broeierige omgeving is snel klaar met zulke stoffen. Ze rotten en stinken al binnen een dag. Wij mannen passen dus meer in een tropisch regenwoud. Het is veel beter voor het welzijn van onze prostaat en dus voor dat van ons. Onze risico's zijn hier in Noord Europa toch al groter. Er is namelijk ook nog te weinig zon en dus ontstaat er een tekort aan vitamine D en een tekort aan dat vitamine heeft ook al een ongunstig effect op de ontwikkeling van prostaatkanker. En de dokter maar steeds waarschuwen dat we niet teveel in de zon moeten zitten, want door al die ultraviolette straling krijgen we huidkanker. Krijg je het een niet, word je opgezadeld met het andere gezwel. Het leven is een enorme loterij. Je hebt geen idee of je op de juiste plek in de zon hebt gezeten. Regelmatig heb ik moeten overwegen of ik in Indonesië, Thailand of Vietnam zou moeten gaan wonen. Niet omdat ik bang voor gezwellen was, maar gewoon omdat er mogelijkheden voor me waren daar iets zinvols te gaan doen. In die gevallen kreeg ik een onverwacht telefoontje van een man of vrouw waar ik nog nooit van gehoord had, vanuit het hoofdkwartier van een internationale organisatie. Ik werd gepolst. Bij sommige banen komt de open sollicitatieprocedure niet voor maar na de beslissing wie er zal worden aangenomen. Professioneel gezien en wat betreft leefstijl was het wel aantrekkelijk, maar ik zou dan alleen moeten gaan. Marion had haar eigen leven en daar paste een vestiging ergens op een buitenpost niet erg bij. Dat maakte de keuze gemakkelijk en ik heb er ook nooit spijt van gehad ook al was ik door het weer daarginder misschien enigszins beschermd geweest tegen die kanker. Als ik daar een deel van mijn leven had doorgebracht had ik immers langer door de zwoele zweterige wereld van natte overhemden en voortdurend bederf gelopen en was ik bovendien vast ook altijd bruin geweest, bruisend van de vitamine D. Maar wie weet had ik dan knokkelkoorts opgelopen of was ik aan de drank geraakt door de eenzaamheid. Het is altijd wat. Er valt geen peil op te trekken en je kunt je nergens verstoppen voor de dood. Wetenschap probeert de willekeur en chaos van het echte leven te temmen met de wetten van de natuurlijke onvermijdelijkheid. Het overtuigt me lang niet altijd en soms vraag ik me zelfs wel eens af wat je eigenlijk aan zulk onderzoek hebt. Toch zie ik er ook wel een zinvolle kant van. Als het door het weer komt, komt het dus niet door te veel masturbatie. Terug |