| Week 30 -2010 Helena vergelijkt haar voeten met de mijne. Mijn voeten zijn op sommige plaatsen - vooral bij de tenen - gerimpeld, er zijn kleine haarvaatjes rond de enkels te zien, de nagels zijn hard en verkalkt, maar de kleur boeit mijn kleindochter toch het meest. Vooral de onderkant met het gelige eelt wil ze zien. Die van haar zijn onschuldig wit. Wat een oude voeten heb ik. Vervolgens wil ze tanden vergelijken. Helemaal open moet mijn mond. Ook daar valt haar een kleurverschil op. "Je moet goed poetsen," adviseert de vierjarige me. "Opa is ook een beetje ouder dan jij," antwoord ik. "Dan worden tanden vanzelf wat geler." Ouder worden is lastig. Ik merk dat ik vaker dingen vergeet te doen, dat ik het soms te druk vind, dat ik bij het spelen van Memory dik verlies van Helena, en dat mijn heup versleten is en pijn doet, mijn linkerknie soms opspeelt en ik te weinig aan sporten toekom, zodat ik me zorgen ga maken over mijn conditie waardoor de prostaatkanker zijn kans zou krijgen me volledig te vloeren. Marion kijkt soms kritisch naar me en slaagt er af en toe niet in haar mond te houden. Het is natuurlijk vererend dat ze me nog altijd behandelt alsof ik tien jaar jonger ben, maar er zijn momenten dat het niet ook nog van commentaar voorzien hoeft te worden. "Als ik het niet tegen je zeg," merkt ze dan op. "Wie moet het dan wel doen?" Volgens mij functioneer ik nog wel goed als opa, maar aan werken kom ik niet toe als mijn kleindochters bij ons logeren. Poepluiers, flesjes, in slaap wiegen van de kleine, en praten met de oudste. Pannenkoekenhuis, dierentuin, nieuwe jurkjes kopen. Het is of ik zelf vakantie heb. Helaas moet ik het kinderparadijs even verlaten om mijn schoonmoeder naar het ziekenhuis te vergezellen. Ze wordt 81. Dat is pas echt oud. Mijn schoonmoeder krijgt de uitslag van de onderzoeken die de afgelopen maanden gedaan werden te horen. De internist had gezegd dat zo'n ernstige bloedarmoede bij een vrouw van tachtig het allerergste doet vrezen en mijn schoonmoeder is heel bang voor het K-woord. Daarom werd zij van binnen en van buiten grondig bekeken. Darmonderzoeken tot twee keer toe om alle hoekjes echt goed te kunnen zien. Een maagonderzoek zonder en later met een roesje. Ze is nog te jong om er slordig mee om te gaan, zegt iedereen. Het lijkt of deze dag gereserveerd is voor mensen die voor dergelijke uitslagen komen. Een dame van een jaar of zeventig die er al op de dokter zit te wachten staat ongerust op als ze ziet dat ik de kamer van het secretariaat in loop. Ze wringt zich langs me en kijkt in de kamer rond, maar er is nog niemand. Ze gaat weer zitten. Nog drie keer herhaalt deze situatie zich. Argwanend houdt ze iedereen in de gaten die komt en staat boos op als er iemand onmiddellijk naar de deur loopt. Als uiteindelijk een dame in witte jas arriveert komt ze snel overeind en meldt zich als eerste. Pas later als ze ontspannen en lachend de kamer van de arts uit loopt begrijp ik haar opwinding. Ze moet goed nieuws hebben gekregen, want ze lacht breed en groet iedereen in de wachtkamer. Als mijn schoonmoeder en ik aan de beurt zijn wordt al snel duidelijk, dat ook wij goed nieuws mee naar huis krijgen. "Niets gevonden," zegt de internist. "De bloedarmoede moet veroorzaakt zijn door uw slokdarmaandoening in combinatie met het gebruik van bloedverdunners." "Ik dacht steeds dat het door het overlijden van mijn man kwam," zegt mijn schoonmoeder. "Wat heb ik toch veel geluk gehad," zegt ze in de auto op weg naar huis. "Dat mag je wel zeggen," merk ik op. "Zestig jaar met zo'n leuke man geleefd. Vier fantastische kinderen, die nog steeds met de zelfde partner zijn. Zelfs je achterkleinkinderen heb je leren kennen. En dan krijg je ook nog te horen dat je geen kanker hebt." Weer terug bij Helena, Katelijne en Marion besef ik dat ik ook geluk gehad heb. Als je wel gehoord hebt dat je kanker hebt, is het leven nog net zo goed. Ik zou natuurlijk nog willen weten wat er met ze gaat gebeuren als ze ouder worden, welke keuzes ze gaan maken, of ze gelukkig worden, de liefde leren kennen, of nog wel eens iemand ze foto's laat zien van de vakanties hier samen. En ik besef dat het erg onwaarschijnlijk is dat ik nog zie hoe het Centraal Station in Amsterdam er na de verbouwing uiteindelijk uit zal zien. Maar je moet niet teveel willen onderhandelen over je geluk. We besluiten ergens te gaan eten. Marion trekt een mooie jurk aan. Helena draagt er een die ze die week gekregen heeft en ook de baby ziet er prachtig uit. "Vinden jullie het nodig dat ik ook een nette broek en een mooi overhemd aan trek?" vraag ik. "Natuurlijk," zegt Marion. "Anders zie je er eruit als een oude landloper," voegt Helena er nog aan toe. En tot Marion: "Dat wilde je toch tegen opa zeggen oma?" Terug |