Week 31 -2010
In Manilla staan de kranten vol met berichten over de massamoordenaar van The Angeles, de voormalige Amerikaanse marinebasis even ten Noorden van de hoofdstad. Daar kwamen vroeger de Amerikaanse militairen voor R&R - rest and recreation - en daar wachtten de jonge Filippijnse meisjes en vrouwen op hen die in de girly bars werkten. Het werd wel het grootste bordeel ter wereld genoemd, maar sinds de Amerikanen er al weer jaren geleden vertrokken zijn is het aanzienlijk rustiger geworden. Mark Dizon, 28 jaar oud, siert de voorpagina's omdat hij zeker vijf, waarschijnlijk negen en mogelijk nog meer mensen in The Angeles vermoord heeft.
De politie is hem op het spoor gekomen door facebook, waar hij vriend van een van de slachtoffers was. Het bevestigt mijn theorie dat je nooit precies weet wat je aan al die vrienden op facebook hebt. Je laat er bovendien sporen achter en zo liep Mark Dizon tegen de lamp. Hij ziet er op de foto's in de kranten veel jonger uit dan je bij zijn leeftijd mag verwachten en lijkt me het type dat op school niet erg populair bij de meisjes was.
Filippino's zijn gek op Facebook. Ik kan me bijna niet voorstellen dat er bewoners van dit land zijn die geen pagina op Facebook hebben. Ik moest daaraan denken toen we in de workshop waar we onze onderzoeksresultaten bespraken zagen dat de belangrijkste stressfactoren voor de Filippijnse migranten de geldzorgen en bezorgdheid om hun familie zijn. De grootste persoonlijke uitgaven van migranten zijn dan ook de kosten voor het contact houden met de familie. Het lijkt wel een val: je gaat migreren om je familie te ondersteunen en vervolgens raak je je geld weer kwijt om contact met ze te onderhouden. Ik dacht slim te zijn door te suggereren dat Facebook misschien een rol zou kunnen spelen, maar de Filippino's legden me enthousiast uit dat iets dergelijks al lang gebeurt. Bij de voorbereiding voor ze naar Hong Kong, Koeweit, Italië, Maleisië, Nederland of noem maar op welk land dan ook gaan, krijgen de migranten computertrainingen en les hoe ze met facebook en skype om moeten gaan, hoe chatten werkt.
Ik was licht teleurgesteld dat ik geen unieke suggestie gedaan had. Later, op mijn hotelkamer bedacht ik me dat ik me dan misschien wel niet onsterfelijk zal maken voor de Filippijnse migranten, maar dan in ieder geval prostaatkankerlijers een methode kan aanreiken om contact te houden met mensen die begrijpen waarmee ze te maken hebben. Het is namelijk lastig als mensen die niet goed begrijpen wat een PSA uitslag is en die het verschil tussen bestraling en chemokuur niet snappen je vragen hoe het met je gaat. En wat moet je met de opmerking "O er zijn dus medicijnen voor," terwijl ze niet weten dat die ondertussen wel je lichaam slopen? Hoe kun je ze afdoende uitleggen wat er aan de hand is, om te voorkomen dat je eigen verhaal je tegen gaat staan? Dus je zwijgt er steeds meer over. Misschien wil je het echter toch wel ergens kwijt. Dus laten we een prostaatvriendenboek beginnen, een eigen gemeenschap op facebook. Daar zetten we dan op hoe het met ons gaat. Een PSA uitslag bijvoorbeeld. Een toevoeging "iets gestegen" of 'iets gedaald". En daar kan iedere prostaatvriend dan op reageren. "Hij is bij mij al drie keer op en neer gegaan. Ik maak me er maar niet meer druk over."
Gemakkelijk. Geen uitleg. Onmiddellijk begrip. Je kunt niet zulke lange lappen tekst schrijven. Dus dat komt goed uit. Soms een opbeurend woord, soms een vraag. "Hoe lang heeft bij jou de behandeling geduurd voor je iets van een verminderde potentie merkte?" En "Heb je al eens Cialis gebruikt?"
Voor de communicatie met andere mensen gebruik je gewoon vaste formuleringen. Als de PSA constant is zeg je "Het is momenteel onder controle" en als het stijgt antwoord je "Het is wel eens beter geweest" Maar de rest van je communicatie met hen gebruik je voor de leuke dingen. Voor je kleindochter die vertelt dat ze een katje wil en voor je vrienden aan wie je vertelt dat je pas zo'n geweldig boek hebt gelezen en waarom je het zo goed vind. Dat zijn ten slotte je levensvrienden. Dus die hebben recht op meer dan wat bloedwaarden. Je prostaatvrienden zijn daarentegen niet geïnteresseerd in een foto van je kleindochter met het nieuwe katje. Wel in alles wat met die prostaat te maken heeft.
In The Star, de krant die elke ochtend voor mijn kamerdeur ligt vind ik een foto van twee van de slachtoffers van Mark Dizon. Een voormalig Amerikaans militair - iets ouder dan ik - en zijn Filippijnse echtgenote, die 53 jaar oud werd. Nooit de kans gehad om aan prostaatkanker te overlijden, maar samen met hun drie bedienden neergeschoten. Laptop gestolen. Nog twee andere buitenlandse mannen van de leeftijd waarop de prostaat een woordje mee spreekt en hun 'live-in partners' zoals de journalist het heeft omschreven zijn hoogstwaarschijnlijk slachtoffer geworden van de jongen die volgens de krant als favoriete computerspelletje had om zombies door het hart te schieten. Het komt erop neer dat de ene 'live-in partner' 20 was en de andere 22. In één van de appartementen waren de lichamen al in ontbinding. Tja, de tropen.
Dacht Dizon dat hij de wreker van Filippijnse maagden was die beschermd moesten worden tegen buitenlandse zombies van prostaatleeftijd?
Dizon werd bang dat hij misschien verdenking op zich kon laden via zijn facebook vriendschap en sloot snel zijn pagina, maar het was te laat. Facebook heeft zo zijn voordelen en nadelen.



Terug