| Week 34 -2010 Hoe lelijk de woorden prostaat en prostaatkanker ook zijn, ik kan er niets aan doen dat ik ze onmiddellijk zie staan op een pagina van een krant of tijdschrift. Het zal wel de training van tientallen jaren zijn dat ik die gave heb weten te ontwikkelen. Heel snel in een lap tekst de woorden ontdekken waarop ik gefocust ben. Daarna cirkelen mijn ogen om die woorden heen op zoek naar collegawoorden die de context begrijpelijk maken en als de cirkels elkaar raken weet ik waarover het artikel gaat en heb ik een hoop nutteloze woorden in zo'n tekst helemaal niet nodig. Het is een enorme hulp bij het doen van research want je bent aanzienlijk sneller klaar, maar ik zou literatuurliefhebbers willen waarschuwen: doe dit niet bij uw lievelingsboeken want u heeft nooit meer een avondje plezier met een goed boek. Na acht jaar kanker in dat orgaan is 'prostaat' voor mij zonder dat ik dat wil een blikvanger in teksten geworden. Zo ook vandaag. Ik las een van mijn medische vakbladen door en ineens besefte ik dat ik enkele pagina's eerder iets gezien had. Ik bladerde terug en ja hoor, daar stond het. Prostaatpijn. Nog nooit van gehoord. Wat is dat nu weer? Het ging om een boekrecensie over Teach Us to Sit Still door Tim Parks, een succesvol auteur en ooit genomineerd voor de prestigieuze Booker Prize. Het besproken boek is autobiografisch. Parks schrijft over zijn buikpijn, dat hij er 's nachts vaak uit moet om te poepen of te plassen en dat hij overdag ook zo vaak moet. Dat belemmert hem om ten volle van zijn leven te genieten. Hij houdt bijvoorbeeld van kajakken en heeft daarbij een nauwsluitend rubberpak aan, maar soms moet hij vier keer op een middag het pak uit doen omdat hij urgent moet ontlasten. Het plassen duurt zo lang dat hij regelmatig tijdens zijn pogingen de straal goed op het urinoir gericht te houden mee moet maken dat de tijdsklok van de verlichting afslaat en hij in het stikdonker staat en niet meer weet waar hij druppelt. Het is een enorm drama natuurlijk en je wil hem toeroepen: "PSA. PSA. Tim, laat kijken of je geen kanker hebt". Iemand anders moet het gezegd hebben en hij doorstaat de hele reeks onderzoeken om vast te stellen of zijn klachten door een kwaadaardig gezwel veroorzaakt worden. Gelukkig, niets aan de hand. Wat nu? Want zijn leven is bepaald geen lolletje door al die pis- en poepproblemen. Wij prostaatkankerlijers kunnen daarover meepraten. Parks zet de zoektocht naar een oplossing voort. Tijdens een congres in India maakt hij van de gelegenheid gebruik om een Ayurvedische genezer te bezoeken. Deze denkt dat alles te wijten is aan een blokkade van de vatastroom in het lichaam en adviseert klisma's met sesamolie. Nog meer artsen bezoekt hij, zowel die met een diploma als zonder, maar hij kan niet geholpen worden. Parks gaat googlen en bij het zoeken naar prostaatpijn komt hij van alles tegen. Bijvoorbeeld een behandeling met royal jelly. Dat is een stof die honingbijen afscheiden om de larven te voeden. Maar ook royal jelly, zinksupplementen en peterseliesap zijn niet aan hem besteed. Hij bestelt een boek dat A Headache in the Pelvis heet en bezoekt California om anale massage te ondergaan. Het helpt een beetje, maar klachtenvrij wordt hij nooit. Na 200 pagina's leert hij de visipanna meditatie kennen en daardoor verdwijnt de pijn. De recensent van het boek is tegen die tijd nijdig en verveeld en laat dat in elke zin van zijn boekbespreking merken. Ten eerste heeft hij een hekel aan alternatieve geneesmethoden. Ten tweede heeft hij niet veel op met mensen die hun zoektocht naar gezondheid zo uitgebreid op papier hebben gezet. Beide redenen van ergernis komen mij voor als gebrek aan menselijk begrip. Je hoeft er zelf geen waarde aan te hechten om het anderen te gunnen. Als Parks van zijn prostaatpijn genezen wordt maakt het toch niet uit hoe dat gebeurd is. Toch voel ik dat ik dit boek niet ga lezen. Om eerlijk te zijn heeft de auteur van het Brtish Medical Journal me er van overtuigd dat het boek niet de moeite waard is. Zelfs niet als je het in cirkels leest. Bij het lezen van de recensie vroeg ik me regelmatig af wat nu erger is: prostaatpijn met anusmassage of prostaatkanker met de onzekerheid dat je nooit weet wanneer de PSA weer omhoog gaat en het tijd wordt voor een volgende stap in je route naar het einde. Ik heb namelijk het gevoel dat - hoewel we de zelfde klachten hebben - Parks meer lijdt dan ik, en dat er weinig is om hem te benijden. Andersom besef ik dat deze klachten bij prostaatkanker en de behandeling ervan horen. Ik heb dus tenminste iets waardoor is weet waarom ik die klachten heb en daarom valt ermee te leven. Parks weet dat niet en misschien ben ik daarom een beetje te benijden. Terug |