| Week 37 -2010 Ontmannen. Het staat tussen ontmaagden en ontmaskeren in het woordenboek. Tot mijn verbazing blijkt ook het woord 'ontmanning' te bestaan. Castratie. Ik heb het woord opgezocht nadat ik in een wetenschappelijk tijdschrift een oproep zag tot meer onderzoek naar 'emasculation'. Dat is het Engelse woord ervoor. Het is goed om de dingen bij de naam te noemen. Castratie is te verhullend en is te veel geassocieerd met een mooie zangstem. Het artikel 'De moderne eunuch blijft onzichtbaar' (te lezen in BMJ van 21 augustus) gaat over het lot van de 600.000 ontmande mannen in de Verenigde Staten voor wie het beter is dat ze geen kloten meer hebben omdat ze anders zullen sterven aan de prostaatkanker. Alsof we er niet allemaal aan zullen gaan. In Nederland zullen het er tussen de 15 en 20 duizend zijn. De schrijvers verbazen zich erover dat er zo weinig onderzoek is gedaan naar de gevolgen van castratie. Nou ja, wat er lichamelijk gebeurt is natuurlijk overbekend. De mannelijke geslachtsdelen smelten als sneeuw voor de zon. Lichaamsbeharing verdwijnt. De spieren slinken en er komt vet voor in de plaats. De glorieuze tijd van erecties is voorbij. De hersencapaciteit wordt minder. Het gevoelsleven verandert. Er zit een ander persoon op de bank. Ik heb het allemaal meegemaakt toen de kanker net bij me ontdekt was en de urologen het verstandig vonden om voordat ik bestraald zou worden eerst de tumor tot kleinere proporties te dwingen. Ik kreeg prikken, slikte pillen en de artsen zeiden dat het goed met me ging, zodat ik wist dat ik blij moest zijn en vreselijk dankbaar. Thuis vroeg ik me echter af wat er toch met me gebeurde en ik huilde om alles. Ik treurde omdat de man in me was verdwenen. Misschien was die man wat competitief en altijd te vlug met zijn mond, maar ik was hem in de loop van mijn leven sympathiek gaan vinden. Zijn eigenaardigheden zag ik als pittoreske eigenschappen waarmee best te leven viel, als je er maar je best voor deed. We kunnen nu eenmaal niet allemaal ideaal zijn en ik was toevallig een man. Na meer dan een jaar hoefde de ontmannende behandeling niet meer en de oude jongen in mij kwam terug. Al die geilheid die ik was gaan missen kon ik in halen. De schrijvers van het artikel verbazen zich erover dat er zo weinig onderzoek is gedaan naar hoe mannen met hun ontmanning om gaan, wat de psychische gevolgen zijn van de behandeling. Zij vinden het gebrek aan wetenschappelijke kennis betreurenswaardig omdat het nu niet bepaald de hulp aan mannen die gecastreerd zijn bevordert. Niet alleen de gezondheidszorg kan geen hulp bieden. Niemand kan het, want mensen begrijpen niet wat er aan de hand is. De mannen waarom het gaat snappen het zelf misschien nog wel het minst. Ik herinner me dat mijn uroloog tegen me zei dat als ik iets over de bijwerkingen van de behandeling zou willen weten ik het maar even op de website die hij gemaakt had op moest zoeken. Als artsen wat spraakzamer zijn dan willen ze misschien wel vertellen dat de behandeling impotentie als bijwerking kan geven. Kan? Zeg maar rustig 'zal'. Maar dat dit slechts de minste van de verschijnselen van 'ontmanning' is, dat zeggen ze niet omdat ze niet eens weten wat ze zich erbij voor moeten stellen. Ik weet het nu een beetje, maar herinner me de periode als erg verwarrend. Mijn gevoelsleven werd volledig overheerst door het besef dat ik de dood te vroeg tegenkwam. Ik wilde met alle geweld nog een tijdje leven. De keus leek daarom niet moeilijk. Slikken die prikken, want anders gaat het verkeerd. Chantage door het lot. Het ligt alweer zes jaar achter me en ik wacht af tot er resistentie tegen mijn huidige behandeling op zal treden. Ik hoop dat het nog een flink tijdje duurt eer het zo ver is, want ik weet wat er dan gaat komen. Dan zal ik weer ontmand worden om me te redden. In mijn fantasie zie ik mezelf als een held: een man die besluit dat hij liever dood gaat dan zichzelf teleur te stellen. Iemand die het zijn partner niet aan wil doen om nog twee jaar door te sukkelen met iemand die geen man meer is en niet langer met een hitsige blik naar haar achterwerk kan kijken. Ik zou een held willen zijn die om een kinderachtigheid ruzie maakt, de deur uit gaat en op een geheime plek sterft om zijn geliefde zijn teloorgang te besparen. Maar ik vermoed dat ik weet hoe het er in het echt aan toe zal gaan. Ik zal bang zijn en knikken als de dokter voorstelt dat we weer met de prikken beginnen. Thuis zal ik tegen Marion aankruipen en hopen dat ze net doet of ze niet doorheeft dat ik Ivan niet meer ben. Terug |