| Week 38 -2010 "Te optimistische kijk op kanker in de media" is de kop van een artikel in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde van een tijdje geleden. Daarbij is een zwart wit foto van een begraafplaats te zien. Wat het spreekwoord ook zegt, over smaak valt heus wel te twisten. Het artikel beschrijft een onderzoek naar 2 jaargangen teksten uit de 8 grootste kranten en de 30 belangrijkste tijdschriften in de VS. En ach, ach, wat doen die journalisten het toch beroerd. In 32 procent van hun artikelen gaat het over genezing of zelfs het overleven van kanker en in maar 8 procent over dood gaan aan kanker. Ze zouden toch beter kunnen weten. Wat moet dat vervelend zijn voor de artsen die dat onderzocht hebben, want die weten inmiddels dat iedereen dood gat. Je hoeft er zelfs niet eens kanker voor te hebben. Hebben de schrijvers van het artikel wel eens naar hun eigen beroepsgroep gekeken? We weten toch ondertussen dat geneesmiddelenproducenten tegenwoordig niet alleen maar artsen met informatie over hun producten bestoken, maar ook de media. Uit analyse van persberichten die de farmaceutische industrie rondstuurt blijkt dat die bijzonder onevenwichtig zijn. Vol overdreven claims over de werkzaamheid van hun nieuwe wondermiddelen. Als artsen kritiek willen hebben moeten ze daar hun pijlen maar eens op richten. Daar hoor je ze echter nooit over. Blinde vlek. Dan kunnen die onderzoekers ook meteen even naar alle artsen kijken die zich als onderzoeker door de industrie in laten zetten, en hun praatje - maar al te vaak samen met de copywriter van de producent geschreven - op congressen presenteren. Op die manier zijn ze medeverantwoordelijk aan het opgeklopte positivisme. Net als alle artsen die bij elk nieuw farmaceutisch middel er weer als jonge honden achteraan rennen en het voorschrijven om pas jaren later te ontdekken hoe onterecht hun optimisme was. Maar nee, een dergelijke verstandige opmerking over optimisme als marketinginstrument voor dure medicijnen die maar een beperkte werking hebben ontbreekt. Artsen die zich over zulke dingen druk maken zouden zich ook eens goed moeten laten informeren over wat het oplevert. Cijfers ken ik alleen uit de Verenigde Staten, want daar heeft men behalve de markt ook openbaarheid van bestuur ingevoerd. In Nederland regelen we alles nog achter gesloten deuren. Zoals we de afgelopen weken er getuige van zijn hoe camera's op deuren die dicht zijn gericht zijn, terwijl daar achter de Nederlandse zorg verkocht wordt in ruil voor het mogen vernederen van groepen landgenoten met een andere religie. Uit die Amerikaanse cijfers blijkt dat kankerspecialisten op de derde plaats komen van best verdienende bijklussende artsen. Ze kunnen gemiddeld op zo'n 40.000 dollar per jaar extra rekenen als ze meezingen in het groot farmaceutisch koor. Het is in twee staten in de VS onderzocht. Ik weet niet eens of het erg is, maar wat me stoort is dat we daarover niets weten en dat we die artsen als halve heiligen aan ons bed toe moeten laten. Wat hebben artsen toch tegen het optimisme van journalisten en patiënten en waarom zijn ze zo vergevingsgezind ten aanzien van hun eigen wanen? Ik wil ondanks mijn prostaatkanker blijven geloven dat ik tot ik uiteindelijk mijn laatste adem uitblaas leef. Dat is mijn goed recht. Als ik dat niet doe heb ik niet alleen als het mis gaat pech, maar nu ook al. Volgens de auteur van het artikel moeten we ons echter bedenken dat toch altijd nog 50 procent van de patiënten met kanker aan hun ziekte overlijdt. Vaak denk ik dat het ook leuk is als al die arme mensen die kanker hebben en beseffen dat ze daar uiteindelijk aan dood zullen gaan eraan herinnerd worden dat kanker steeds meer een chronische ziekte is geworden en dat 50 procent van de patiënten er NIET aan overlijdt. Half vol of half leeg is dat glas. Daarom moeten mensen met kanker echt nog even voluit proberen te leven. Toen ik na een jaar voor mijn prostaatkanker behandeld te zijn op een Amerikaanse website mijn gegevens invulde om te zien hoe groot de kans zou zijn dat ik tien jaar later nog in leven was en de resultaten enthousiast aan mijn uroloog meldde, vroeg hij "Ja, maar stond er ook bij in welke conditie?" Fijn dat hij me even met beide benen op de grond wilde zetten. Dat is evidence-based geneeskunde, want uit onderzoek blijkt dat optimistische mensen even snel dood gaan aan kanker als pessimistische, maar die eerste hebben wel veel meer lol aan de nog resterende dagen van hun leven gehad. Terug |