Week 40 -2010
De dood was een speciale toeristische attractie toen we vijfendertig jaar geleden begonnen de wereld rond te trekken. We reisden niet om ons te vermaken, maar om te begrijpen hoe mensen in andere culturen aten, verliefd werden, trouwden, kinderen kregen, die opvoedden, hoe ze zorgden gezond te blijven en hoe ze stierven en hun lichamen dan uit de wereld der levenden verdwenen. Zonder er een kaartje voor te kopen en niet in staat om in de taal van de familieleden te vragen of het mocht keken we naar een sky burial in Tibet, bezochten we Latijns Amerikaanse begraafplaatsen, keken bij Varanasi vanaf een bootje op de Ganges naar de zonen die hun ouders cremeerden, trokken we naar de in de rotswanden uitgehakte graven van de bewoners van Toraja en zagen hoe de familie karbouwen slachtte om mee te geven naar de wereld waar de overledenen naartoe trokken, en tijdens onze eerste bezoek aan Bali zagen we ooit langs de weg onze eerste crematie, stopten de motor die we gehuurd hadden, en maakten foto's van het kleurrijke spektakel. Omdat we op dat laatste eiland nog vaak kwamen werden we regelmatig op de hoogte gebracht van niet te missen bijzondere crematies van vorsten waarbij spectaculaire draagbaren nodig waren van vele verdiepingen hoog die door wel honderd sterke mannen gedragen moesten worden en gigantische stieren van papier die mee in vlammen op gingen. Als onnozele antropologische onderzoekers wilden we de wonderlijke wereld leren kennen, in ons opnemen en weten waarin we met anderen overeenkwamen of juist verschilden. Daarom gingen we vaak, ook al was het alleen maar omdat de Balinezen zelf ook blij waren met bezoekers van ver.
Vorige week kwamen we terecht bij een crematie in een klein Balinees dorp. De houten gong klonk al om de bewoners in de buurt te waarschuwen dat ze moesten komen om te helpen. Ook wij werden in het huis van de overledene uitgenodigd.
Een man van 71 jaar was twee weken eerder gestorven. Waaraan? Aan prostaatkanker? Het leek me niet belangrijk genoeg om te vragen. Op de kist stond zijn ingelijst portret. Omdat er in de afgelopen weken vanwege volle maan juist allerlei festiviteiten en offerplechtigheden plaats gehad hadden, kon de crematie niet sneller plaats vinden. Het lichaam was daarom op ijs bewaard en in formaline gelegd om te voorkomen dat het al te erg zou gaan ruiken.
Het was zo ver. De oudste kleinzoon klom boven op de kist van zijn grootvader met in zijn armen enkele van de lievelingsvoorwerpen van zijn grootvader in kleurrijke doeken gewikkeld en de kist op de draagbaar werd opgetild. De priester zong zijn gebeden. Het gamelanorkest begon de meeslepende muziek om de tocht te begeleiden.
"Wilt u meehelpen de draagbaar naar de begraafplaats te dragen?" vroeg iemand van de familie me.
"Ik ben niet zo sterk als jullie," zei ik.
Bij elke bocht die de stoet maakte draaiden de dragers van het lichaam snel rond om te zorgen dat de overledene de weg naar huis nooit meer terug zou kunnen vinden. Het aardse bestaan was echt voorbij en het was niet de bedoeling dat hij zich nog ergens mee bemoeide.
Na een minuut of twintig waren we op het veldje aangekomen. De benzinepomp en de branders stonden al gereed. De meegebrachte offers werden keurig op de grond geplaatst. Het lichaam van de man werd van de draagbaar gehaald en uitgepakt. De mannen verdrongen zich er om heen om een laatste blik op de pater familias te werpen.
Toen de branders werden aangestoken huilden de weduwe en de schoondochters. De oudste kleinzoon keek stuurs een andere kant op.
Het duurde ongeveer anderhalf uur voor het vuur zijn werk gedaan had. Intussen zat iedereen op de grond gezellig met elkaar te babbelen, at men versnaperingen en dronk koffie met veel te veel suiker. Ook wij werden hartelijk onthaald. Het portret van de man stond tegen een boom, maar niemand zat er bij in de buurt. Men had het gezelschap van de andere overlevenden opgezocht en er werd veel gelachen.
"Gaat het bij u anders?" vroeg iemand aan me. Ik probeerde een beetje uit te leggen hoe bij ons een crematie of een begrafenis verloopt.
"Maar hoe zit het met de wassingen, het vieren van de allerlaatste verjaardag en het doorsnijden van de laatste banden met de levenden? Doet u die drie rituelen ook allemaal op dag voor de crematie?"
"Bij ons is het allemaal niet meer zo met onze religie verbonden," probeerde ik uit te leggen, maar dat was een stomme poging om me uit te drukken. De meeste Aziaten kunnen zich niet voorstellen hoe je zonder een religie vorm kunt geven aan alles wat in leven en dood belangrijk is.
"Maar wat doet u na afloop?" vroeg de man me ontsteld. "Hoe doet u straks de reiniging om de dood achter u te laten?"
Er was uiteindelijk weinig van de 71 jarige over. Twee handen vol as en wat botresten. Dat werd in een kokosnoot geschept om in de rivier te gooien. Via de rivier zou het in de zee belanden en ergens in India aanspoelen. De geest van de man was al weg om ergens herboren te worden. Van die as nam ik een foto, want ik besefte dat het uiteindelijk daarom gaat. As zijn we. Overal ter wereld. De vrouwen huilen. De mannen verbijten hun tranen. We proberen met zoete hapjes de pijn te verzachten, zoeken de lach op om te weten dat we leven. Je hoeft de wereld niet rond te trekken om dat te ontdekken.
"Eigenlijk gaat het bij ons een beetje op de zelfde manier," zei ik tegen de man.
"Maar is het op Bali dan niet uniek?" vroeg hij verbaasd. "Dat zegt iedereen altijd."
"Ja Bali is uniek," verbeterde ik me snel.
Het is immers nergens kleurrijker dan op dat eiland en de zoektocht naar schoonheid heeft ervoor gezorgd dat elk detail even mooi is. Op die manier kun je de dood omvormen tot een kunstwerk waardoor het meer is dan het kale einde van het bestaan. Zo mag het bij mij ook. Eén lied waardoor iedereen moet huilen en als dan de bevrijdende tranen gevloeid hebben veel mooie muziek en gedichten om te lachen en lekkere hapjes en drankjes om te vieren dat de zij die achterblijven gelukkig nog niet dood zijn.



Terug