Week 41 -2010
Ongeremd leven maar tegelijkertijd de angst om te vallen, dat vormt de rode draad in mijn leven. Met ogen dicht onbezorgd vliegen en niet denken aan wat er beneden is, dat wil ik. Juist dan valt je oog toevallig op de afgrond en besef je dat een mens zo kwetsbaar is. Daarom zijn misschien die opperste geluksmomenten maar kort en de rest van je leven ben je tevreden. Dat is echter zo geruststellend dat je het ook maar geluk noemt.
Mijn eerste herinnering is uit mijn derde levensjaar. Het was zomer en ik reed op mijn driewielertje van een heuveltje af naar beneden. Ik hoefde niet te trappen en zweefde. Tot ik met vaart beneden kwam, niet wist hoe ik moest remmen, viel en op de grond belandde. Voor de eerste keer had ik bloed aan mijn knieën.
Tien jaar geleden liep ik in Bangkok en voelde me onkwetsbaar. Ik had een onderzoeksnetwerk opgezet rond het thema aids en migratie. We zouden wonderen verrichten. Nadat ik mensen uit dertien Aziatische landen in Phnom Penh getraind had, voerde ik een goed gesprek bij de Thaise ambassade over nog meer financiering en liep langs Sukhumvitroad toen ik aan de overzijde een winkel zag die mijn aandacht trok. Ik keek naar rechts - iets dat je doet in landen waar men links rijdt - zag dat het kon en stak snel over. Bij de middenberm keek ik vervolgens naar links, zag in de verte het verkeer naderen en vervolgde vlug mijn route. Ik kwam pal voor een auto die toch van de andere kant kwam en belandde op het asfalt. Mijn grootste zorg was of mijn nieuwe Rayban zonnebril die van mijn neus was gevlogen nog wel heel was. Gekneusd kwam ik overeind en begon ernaar te zoeken.
Twee jaar later - we hadden een enorm familiefeest in Bali, ik gaf dat jaar grote lezingen in Tokyo en Salvador de Bahia, mijn leven was perfect - bleek mijn PSA 97. Pats, ik lag weer op de vloer en het vliegen was een tijdje voorbij. In plaats daarvan kwamen de bestralingen en de bijwerkingen van medicijnen.
Als het maar even kan krabbelen wij mensen echter altijd weer op. Zoals King Ali proberen wij drie keer kampioen van de wereld te worden. Alles ging in 2010 weer beter dan ooit. Zo geloof ik dat ik het beste boek geschreven heb in mijn leven. Twee jaar heb ik eraan gewerkt en nu is het af. Voor het eerst was ik helemaal los en liet ik de woorden zelf bepalen wat er zou gebeuren. Ik schreef alsof het mijn laatste boek zou worden, waarin alles op de juiste plek terecht zou komen. Toen eenmaal de uitgever me steeds meer stimuleerde en een voorschot betaalde kwam het boek helemaal los van me. Ik schreef zonder handen. Het moest af zijn voor ik Bali zou bezoeken, want ik maakte me zorgen of het boek een onderbreking zou overleven. Bovendien volgde er vlak na Bali weer een PSA controle en wie weet wat dat op kon leveren.
We leidden vrienden rond op Bali en dat verschafte de mogelijkheid om alles weer fris te zien, via hun ogen. Ik fotografeerde daardoor met nieuwe energie. Terwijl ik daarmee bezig was kreeg ik het gevoel dat ik behalve de eerste keer in 1977 nog nooit zulke mooie foto's had gemaakt. Het was geen verdienste van mij, maar het kwam omdat ik zonder terughoudendheid de dans met het eiland aanging. Met mijn rechtervinger altijd paraat op mijn camera werd ik uitgedaagd om mee te doen. Ik was niet meer de fotograaf, maar Bali maakte me vrij van mezelf en zorgde ervoor dat ik klikte op de momenten dat het nodig was. Nahijgend bekeek ik thuis de foto's en vroeg me af of ik ze zelf wel gemaakt had. Het kon niet beter. De blikken, de zon, de kleuren, de lach waren er altijd op het juiste moment.
Onrustig heb ik maandag gewacht tot het moment waarop ik kon bellen over mijn PSA uitslag. Die was de laatste twee keer te hoog maar stabiel. Twaalf komma zeven, daarna twaalf komma acht. En nu?
"Zeventien," zei de huisarts.
Geen duizelingwekkende val, maar wel een schaafwond. Ik mailde mijn uroloog met het verzoek me te bellen. Zou hij vinden dat ik weer die rotmedicijnen moet gaan gebruiken? Die drie pilletjes zijn al vervelend genoeg. Maar ja, ik weet dat de kankercellen er langzaam maar zeker ongevoelig voor worden en dat er een moment komt dat ik ze voor Jan Oliebol slik.
Mijn uroloog belt me altijd terug. Laat niemand beweren dat we in Nederland een slechte gezondheidszorg hebben. Veel later zag ik pas zijn mail met de vraag wat mijn telefoonnummer ook al weer is. Het werd dus de volgende dag dat ik hem sprak en intussen bleef ik maar nadenken over wat de gevolgen van de PSA verhoging mogen zijn.
"Het zit nog in een aanvaardbare bandbreedte," zei hij. "Laten we nog maar weer drie maanden doorgaan met de pillen."
Mijn 'licence to live' is verlengd. Niet bang zijn voor de val die ongetwijfeld komt. Vooruit, zonder handrem erop, in de hoogste versnelling, met de wind in de rug van de berg af. Zo snel, zo hoog, dat de prostaatkanker me niet bij kan houden en me nooit meer vindt.



Terug