Week 45 -2010
Het eerste boek dat ik van Harry Mulisch was 'Het zwarte licht'. Ik geef toe dat aanvankelijk vooral de erotische scène waarbij een zwarte man gedurende een feestje de geliefde van de hoofdpersoon op de wastafel neemt mijn aandacht trok.
In die tijd twijfelde ik nog tussen wat voor soort schrijver ik later zou zijn. Een Wolkerstype die vanuit de buik en gedreven door ongeremde geilheid 'Een Roos van Vlees' op het papier zet. Of juist een wat cerebralere schrijver zoals Mulisch.
Dat ik schrijver zou worden, daar twijfelde ik geen moment aan. Dat ben je. Je kunt het niet worden. Woorden - en niet klanken, kleuren, of gekanker - vormen de manier om vorm te geven aan de weerbarstige werkelijkheid zodat die dragelijk wordt.
Tijdens de boekbespreking die ik op de middelbare school over 'Het zwarte Licht' hield moest ik natuurlijk uitleggen waarom het boek die titel had. Het oplossen van die puzzel was in mijn herinnering de belangrijkste sleutel tot een hoog cijfer. Godzijdank had ik dat begrepen en ik legde mijn medeleerlingen uit dat de neger - ja in die tijd zeiden we dat nog zo - tussen de verteller en het meisje komt te staan. En dan nog wel op de wastafel, de plaats waar we ons reinigen. Hij is het zwarte licht. De man die zijn geliefde op hem veroverde was niet zwart omdat hij uit Afrika kwam, maar omdat het voor het verhaal nodig was.
Zou ik mijn boekbespreking nu over moeten doen, dan zou ik mijn klasgenoten hebben uitgelegd dat schrijvers van mannelijke kunne meisjes meestal opvoeren als symbool voor het leven en niet zo zeer als seksueel object. Mocht er geneukt worden, dan betekent het dat het leven nu gecorrumpeerd is en dat de dood er aan geknaagd heeft. Ervaren boekenlezers snappen dat allemaal wel, maar voor mijn klasgenoten zou het wel nieuw zijn geweest.
Van de week liep ik naar het kantoor van mijn uitgever om daar aan de mensen van de verkoopafdeling uit te leggen waarom mijn nieuwe boek - GEZOND - zo geweldig is en om ze te enthousiasmeren er miljoenen van te verkopen. Het motregende zacht. Ik liep over het Leidseplein en moest aan de net overleden meester denken. Had ik me aan mijn belofte van ooit gehouden en was ik schrijver geworden? Zeker. Ik heb ook liever dat men me herinnert als schrijver dan als arts. Dat ik ooit dokter werd is een toevalligheid omdat ik na het beëindigen van de Middelbare school de keuze had tussen geneeskunde, theologie of de militaire dienst. Mijn bestaan staat echter vooral in het teken van het voortdurend zoeken naar woorden om betekenis te geven aan de wereld waarin we leven. Daarom ben ik meer schrijver dan arts.
En wie is nu mijn echte leermeester geworden? Wolkers of Mulisch? De innemende aardse schrijver die zonder omhaal effectief weet te zeggen wat hij wil, of de meer bedachtzame duider?
Mijn schrijven is een ontdekkingstocht, niet van de hemel, maar van wie we als mens zijn, waarom we lijden, hoe we dat noemen, dat we dan ziek zijn, en geen taal hebben om het nog te benoemen, hoe we zoeken naar verlossing, het niet vinden omdat de dokter ons alleen maar zwerenzalf geeft, en ons grote maleur verwart met een kortsluiting in de biologie van onze bedrading, over ons verlangen naar het eeuwig leven en de plaatsen waar we het ten onrechte menen te vinden. Dat is meer Mulischiaans denk ik.
Uiteraard schrijf ik dit niet op omdat ik me met hem vergelijk, maar om mijn erkentelijkheid te betuigen met het feit dat hij zorgde dat zijn boek er was toen ik vijftien was en hij zijn leven lang boeken heeft geschreven die de hersenen uitdagen en inspireren.
"Wil je in vijf minuten uitleggen waar je boek over gaat?" had de uitgever me gezegd. Hoe kan dat? Twee jaar lang heb ik eraan gewerkt en mijn hele leven heb ik erin gestopt. Het is alles wat ik gevonden heb tijdens mijn ontdekkingstocht. Dat soort opdrachten komen uit de zakenwereld, bedacht door mensen die naar een business school zijn geweest. Wat zou je vertellen als je met een grote uitgever in de lift staat en in één minuut zou moeten uitleggen waarom hij je boek zou moeten uitgeven? Twittercultuur, omdat alles wat langer is dan dertig woorden onze ADHD hersenen te boven gaat.
Het werden uiteindelijk vijfentwintig minuten. Ik hoop nu maar dat ze beseffen wat een groot boek ik heb geschreven en dat ze het goed uit kunnen leggen aan de rest van Nederland. De geest van het boek, daar gaat het om. De zoektocht naar geluk en gezondheid is een persoonlijke opdracht voor iedereen die geboren wordt. Ik zou willen dat de geest van mijn boeken nog een tijdje blijft schijnen.
Als we de ogen sluiten op een zonnige dag zien we het oranje licht toch achter onze oogleden schijnen. Wat er ook tussen ons en het leven schuift - Harry's kanker, mijn kanker of de man die onze onschuldige geliefde steelt - het kan nooit zo zwart zijn dat het de geest van ons werk kan uitdoven. Dat wil ik geloven, moet ik geloven, anders heb ik als schrijver gefaald.



Terug