Week 46 -2010
We zijn op weg naar huis en rijden door een donkere wereld. Er zijn geen wolken. We voelen ons moe en zwijgen. Mijn kleindochters zitten achterin de auto. Hun donkere ogen zijn wijdopen. Geen idee waar ze naar kijken.
"Als je een ster ziet mag je dan een wens doen?" vraagt Helena ineens.
"Nee," zegt Marion. "Wel als je een vallende ster ziet. Maar dan mag je niet aan iemand anders vertellen wat je gewenst hebt. En het mag niet iets voor jezelf zijn."
Hoe moet je een kind van vijf uitleggen wat een vallende ster is. En waarom vallen sterren?
"Er zijn zoveel sterren," zeg ik. "Dan zou je alles wel kunnen wensen en dan is er niets meer te dromen over."
Wat zou ik niet allemaal bedenken? Een verjaardagslijstje van twee kantjes. Meer tijd om te schrijven. Een nieuwe heup zodat ik weer behoorlijk kan rennen. Dat die medicijnen me nog een tijdje zullen helpen. Dat de bijwerkingen wegblijven.
Elke week kom ik wel iets tegen over de nadelen van die hormoononderdrukkers. Meer kans op het krijgen van diabetes. Grotere kans op osteoporose en botbreuken. Snellere veroudering. En deze week las ik ineens dat ze ook een wat grotere kans geven op kanker van de dikke darm. Mensen met prostaatkanker die niet agressief is, zouden ze daarom ook niet moeten gebruiken. Lijkt me logisch, maar met de militaire aanpak van de opsporing van prostaatkanker worden er steeds meer mannen gearresteerd met een te hoge PSA en dan moet er natuurlijk ook iets gebeuren. Ik las in een van mijn vakbladen dat bij 15 procent van de mannen met prostaatkanker die al opgegeven waren de PSA nog steeds werd bepaald. Waarom nog? Welke slag denken de dappere witte strijders daarmee nog te kunnen winnen? Of stond het op het wensenlijstje van die mannen? Mogen ze alsjeblieft blijven geloven dat ze nog altijd bezig zijn met een behandeling waardoor hun leven gerekt wordt?
Wat me echter dwars zit is dat ik nu ook het risico op kanker van de dikke darm loop. Hoe klein het risico ook is, het ergert me. Ik wil best aanvaarden dat ik kanker heb. Ik wil best de behandeling ondergaan die erbij hoort. Ik wil best het feit onder ogen zien dat ik waarschijnlijk niet zo lang leef als ik zou willen. Maar waarom al die extra dingen er ook nog bij? Het leven is zo leuk met Marion, mijn kleindochters en de duizend boeken die nog geschreven moeten worden. Er zijn ook nog zoveel plekken die ik moet bezoeken en ik wil meer van mijn tuin genieten. En meer lange wandelingen maken en veel fietsen. Er moeten ook nog heel veel foto's gemaakt worden. Dan wil je toch niet ook nog osteoporose, diabetes, okseljeuk, darmkanker.
Twee dagen later is het weer donker als we met onze kleindochters naar huis rijden. We zijn naar een expositie in Dordrecht geweest en de routeplanner vertelt me dat het nog een uur en een kwartier duurt voor we ter bestemde plekke zijn. Het is half zes. Wat moeten de kinderen eten en waar? Onhandige tijd. Ze zijn moe en Helena heeft de hele dag al pech. De chocoladereep die ze van mij bij de supermarkt uit mocht kiezen heeft ze thuis laten liggen. Haar huid brandt een beetje omdat die droog is geworden. Het is een overblijfsel van de verbranding en er moet snel heel zachte engelenlotion op worden gesmeerd, maar die hebben we niet bij ons. Ineens moet ze nodig plassen, maar we rijden net rond Rotterdam en er is nergens een plaats waar we kunnen stoppen. Als we uiteindelijk ergens bij een parkeerplaats stoppen blijkt daar ook een Burgerking drivethrough te zijn. In Godsnaam dan maar, want het kind heeft honger. Gedraaide patat en chicken wings. De noodzakelijke groentes komen dan wel als we thuis zijn. Maar de tegenslag blijft weer niet lang weg. Even later laat ze haar bakje in de auto vallen en ik maak mijn auto zelden schoon. Wat op de vloer beland kan niet meer gegeten worden. Twee van die heerlijke kronkelige superpatatten heeft ze maar kunnen eten.
Ze zit stil achterin en vraagt "Hoe lang duurt het nog?"
"Het schiet op," antwoord ik. "Nog drie kwartier."
We zwijgen alle vier. Ook Katalijne van een jaar zit stil in haar kinderzitje.
"Een vallende ster," zegt Helena plotseling opgewonden. "Mag ik nu een wens doen?"
Marion en ik doen enthousiast mee. De kleine schat ziet nu vallende sterren om te ontsnappen aan de werkelijkheid. Het is als een PSA laten bepalen als je al bijna dood bent.
Maar dan ineens, zien Marion en ik ook een vallende ster. De wens komt tegelijkertijd in mijn hoofd op, maar ik mag hem niet opschrijven hier. Het lukte me niet om iets voor mezelf te wensen. Ik heb alles al.



Terug