Week 49 -2010
The New England Journal of Medicine van 4 november leert ons dat het aantal mannen dat vanwege prostaatkanker behandeld werd daalde toen Medicare daar minder voor betaalde. Zit het zo simpel in elkaar? Als ik echter één ding geleerd heb van acht jaar lang patiënt zijn, dan is het toch dat de markt een dwaas concept is om te begrijpen hoe gezondheidszorg werkt. Je kunt beter proberen om mensen te begrijpen.
De 'markt' is een concept waarin mensen nooit iets voor niets doen. In deze visie is de mens een wezen dat voortdurend bezig is de voor- en nadelen van mogelijke transacties af te wegen. Jij vlooit mij, dan vlooi ik jou. De homo economicus is echter iemand die een lobotomie heeft ondergaan. Een belangrijk deel van zijn hersenen is buiten werking gesteld: zijn altruïstische kant.
Vanuit de evolutieleer kun je overigens egoïsme wel gemakkelijk begrijpen, maar hoe verklaar je de Barmhartige Samaritaan? De eerste keer dat ik in een erg arm land vertoefde, was ik getuige van een ernstig verkeersongeval. Op het asfalt lag een vrouw die duidelijk een heupfractuur had. Ze moest snel naar een ziekenhuis, maar ambulances bestonden er niet. Niemand van de omstanders deed iets. Ik hield daarom een locale taxi aan en vroeg de chauffeur om de vrouw naar en ziekenhuis te brengen. Hij zag zijn mogelijkheden en begon enthousiast te onderhandelen over de prijs. Bovendien wilde hij dat ik mee zou gaan om in het ziekenhuis de kosten te betalen. Ik overwoog bij mezelf hoe menslievend ik was. Een goede les. In een samenleving waar mensen maar net overleven is liefdadigheid een luxe artikel.
Toch bestaat altruïsme. We zien het dagelijks. Zelfs onder de ergste omstandigheden, zoals in de vernietigingskampen in de tweede wereldoorlog kozen mensen om een ander boven het eigenbelang te stellen. Olga Lengyel was een Roemeense arts die in Birkenau belandde. Ze schrijft in Leven met de Dood over de experimenten van de SS-artsen uitvoerden, de kampbewakers, de organisatie van de uitroeiing van de Joden, maar ook hoe ze gevangenen met povere medische middelen hielp.
Neurofysiologisch onderzoek heeft aangetoond dat er wel degelijk gebieden in ons zenuwstelsel zijn die actief worden als we anderen helpen en dat hormonen zoals oxytocine daarbij een rol spelen. Altruïsme is daarom gewoon iets biologisch. De balans met gezond egoïsme is vergelijkbaar met onze voedselopname, die gestuurd door zo'n 5000 genen, ons helpt overleven in tijden van schaarste en (in minder mate) in overvloed. Afhankelijk van de omstandigheden zullen we ons met die genen die we 10.000 jaar geleden al hadden gedragen. Net als alle andere menselijke eigenschappen uiten eigenbelang en altruïsme zich op basis van onze gedurende de evolutie ontwikkelde aanleg en door de uitdaging van de leefomgeving. Soms gaat dat wat meer in de ene dan weer wat meer in de andere richting.
De barmhartige Samaritaan bestaat uitsluitend in een groep. Want daar is het belang te vinden waarmee we ook evolutionair altruïsme kunnen verklaren. Binnen de gemeenschap zorgt altruïsme namelijk voor het in stand houden van de samenleving. Begrip van hoe mensen in een dergelijk raamwerk functioneren is misschien bruikbaarder voor het bestuderen van een zorgstelsel en dus te voorspellen hoe het beïnvloed kan worden dan het marktdenken. Alleen een zorg waarbij we elkaar nog in de ogen kijken zal op langere termijn houdbaar zijn.
Mensen helpen elkaar van nature en dat moet hoognodig een plek krijgen in onze ideeën over de zorg. Gezondheid is geen product, maar een project van mensen samen om een omgeving te creëren waarin egoïsme en altruïsme in evenwicht zijn.



Terug