| Week 01 -2011 Wat ik me na acht jaar in gezelschap van het gezwel in mijn onderlijf realiseer is dat prostaatkanker eigenlijk een metafoor voor sneller oud worden is. Geen ziekte in de zin van een dramatische plotselinge insluiper in zwart gewaad en met een zeis. Meer een niet goed functionerend onderdeel in een verder nog aardig werkend lichaam. Helaas kan het niet hersteld worden en langzaam maar zeker sleept het de andere lichaamsdelen met zich mee in een onvermijdbare finale. Eentje in de vorm van een nachtkaars. Zou je de verschillende kankersoorten misschien moeten verdelen in de snelle vandalen en de stiekeme knagers? Door het allemaal hetzelfde te noemen ontstaan er alleen maar misverstanden. Bij mensen die horen dat ze 'het' hebben en bij hun naasten. Bovendien sta je als je na acht jaar nog in leven bent en vriendelijk glimlachend nieuwjaarsrecepties kunt bezoeken eigenlijk wel een beetje voor joker. Wie zes maanden na te hebben aangekondigd aan kanker te lijden nog niet dood is, wordt ongeloofwaardig. Je had er niet meer mogen zijn. "Ben je dan helemaal genezen?" wordt me gevraagd. "Welnee," leg ik vermoeid uit. "Het groeit gewoon niet zo snel. Het is een waterdruppel die steeds op je kop valt. Op zich is het niet vervelend maar op den duur maakt het een gaatje in je schedeldak. Voortdurend moet je naar de dokter om te zien of het gaatje dieper is geworden en hoe veel. Want op een dag is de druppel er doorheen." Met die prostaatkanker heb ik het dan ook niet zo moeilijk, maar wel met het ouder worden. De pijn in de gewrichten die steeds heviger wordt, het niet meer zo hard kunnen lopen zoals ik dat wil, de stuntelige seksualiteit waarin de twijfel is gekropen, de sombere stemmingen die ik nooit had, de vrienden die eerder heengaan dan ik, de familie die ontrafelt, het maatschappelijke klimaat dat ik niet meer begrijp met die boventoon van de dreigende taal van onverdraagzamen. De gekste dingen doe ik om weer te geloven dat nog jong ben, maar het helpt me niet. Het maakt me alleen maar belachelijk. Aanvaarden dat je prostaatkanker hebt is een stuk gemakkelijker dan accepteren dat je oud wordt. Je moet aanvaarden dat het meeste wat je ooit goed kon je steeds moeilijker afgaat, en je fouten maakt die je vroeger nooit overkomen zouden zijn. Marion en ik denken dat veel nieuwe indrukken kunnen helpen en daarom gaan we regelmatig op reis. De koffer wordt nooit meer goed uitgepakt. We liepen in Rome rond. Ik fotografeerde alles: van wat ik op de muur zag staan tot het groot vuil aan de kant van weg. Van de bedelares bij de uitgang van de kerk tot de kerststal erin. En meestal Marion, omdat ik al zeker 10.000 foto's van haar heb gemaakt en ik er graag 20.000 wil verzamelen. Want fotograferen is bewaren wat je denkt dat je altijd zult onthouden terwijl je te laat beseft dat het helemaal niet waar is. Het was koud in de Italiaanse hoofdstad en op een gegeven moment verlangden we naar onze hotelkamer. Snel graag. We hielden een taxi aan. De chauffeur sprak geen woord Engels en onze beheersing van het Italiaans is te beperkt om bij het instappen al precies uit te leggen hoe je naar ons hotel moet rijden. Onderweg kunnen we wel 'sinistra' en 'destra' zeggen. Ik legde mijn camera op de achterbank en concentreerde me op de route naar huis. In de steegjes van Trastevere met al het één richting verkeer werd het moeilijk om de juiste aanwijzingen te blijven geven. Op de hoek bij het hotel stapten we uit. Ik keek de taxi na terwijl ik mijn rugzak om deed. Wat licht voelde die aan. Verdorie, mijn camera lag nog achterin de auto. Snel wierp ik de rugzak op de grond en trok mijn jas uit. "Let er even op," zei ik tegen Marion en ik rende de taxi achterna. Bij het volgende stoplicht dacht ik hem in te zullen halen, maar dat sprong op groen voordat ik er was. Naar links tussen de rijdende auto's rende ik en ik beseft dat ik harder dan ooit ging. Een trambaan met een hek ervoor. Ik sprong er overheen en eindelijk stond ik bij de taxi, tikte op het raampje bij de chauffeur, wees naar de achterbank en opende de deur. Mijn camera had ik terug. Het fototoestel zelf was nog zo'n verlies niet geweest, maar al die foto's die ik in Rome gemaakt had zouden zijn verdwenen. Trots kwam ik bij Marion terug. "Ik was sneller dan ooit en sprong over hekken heen waar ik normaal niet overheen zou kunnen," zei ik. "Ja voor je camera wel," grapte ze. "Maar zou je het voor mij ook gedaan hebben?" Ik dacht dat zij nooit bij me weg zou gaan, maar van een camera met daarin de verstilde beelden van haar in de eeuwige stad weet je dat nooit zeker. "Will you stay with me, will you be my love Among the fields of barley We'll forget the sun in his jealous sky As we lie in the fields of gold." Ik lachte en wist dat ik zowel tijd als leeftijd moest negeren. Als ik dat doe, blijf ik ook die prostaatkanker de baas. Terug |