| Week 02 -2011 Na een paar jaar verheven te zijn in de orde van het gezwel voelde ik me een soort Mister Prostaatkanker omdat ik niet ophield te schrijven en praten over dat schoonheidsvlekje op mijn gezondheid. Er viel ook zo veel grappigs over te melden. Sinds mijn lieve vrouw haar boek over de partners van prostaatkanker schreef lijkt het langzaam maar zeker echter of Marion en ik samen mevrouw en mijnheer Prostaatkanker zijn geworden. Siamees echtpaar dat een gezwel deelt, zeg maar. We moeten tegenwoordig vaak over het gezwel vertellen en binnenkort gaat Marion op een bijeenkomst over prostaatkanker van alles uitleggen over hoe het de relaties tussen mannen en vrouwen beïnvloedt. Ik ben daarvoor ook uitgenodigd om aan haar arm mee te komen zodat we samen als de familie PK is het openbaar kunnen verschijnen. Ik ben die avond een soort Prins-gemaal die de koningin van het rijk der oude-mannen-plagen begeleidt. Heerlijk, want ik houd van het koninklijke. Hoewel ik geen monarchist ben, wil ik de vraag waarom er in elk rijk ook een koningspaar nodig is, in het kort proberen toe te lichten. Hoe duister het maatschappelijk landschap ook is, hoe angstaanjagend de populistische politici ook tekeer gaan, hoe bedreigend instellingen waar we zorg denken te ontvangen er ook van binnen en buiten uit zien, we moeten onze tijd op aarde zien te door te komen. Daarom maken we het met behulp van onze verbeelding wat mooier dan het is. Hiep, hiep hoera voor onze verbeelding. Zonder haar is leven op aarde onmogelijk. Het is net zo belangrijk als zuurstof. Vorige week waren we een weekend in Parijs en liepen langs de Sarbonne. "Daar heb ik in mei 1968 Jean Paul Sartre horen spreken," zei ik. "Niet dat ik echt begreep waar hij het over had, maar ik heb het later vele malen in de krant kunnen lezen. En op alle muren stond 'de verbeelding aan de macht'." Inmiddels weet ik dat het een vreselijk stomme leus is. De verbeelding is gewoon altijd de baas. Dat hoef je echt niet ook nog op de muren te schrijven. Wat wel hard nodig is zijn de hulpmiddelen voor ons beperkte mensen om boven ons zelf uit te stijgen: theater, beeldende kunst, literatuur. Je vraagt je af hoe dom overheden zijn die op cultuur bezuinigen. Het is immers de enige manier waarmee ze kunnen verhullen hoe plat de wereld wordt als zij al hun plannen door mogen zetten. We willen dat de wereld rond is en in sprookjes blijven geloven. Ieder op zijn eigen manier. Dat doe ik als ik bijvoorbeeld met mijn koningin naar 'You will meet a tall, dark stranger' van Woody Allen kijk. O, o, o, alle personages in de film zijn oplichters en als ik naar de film kijk word ik steeds banger mezelf te herkennen. Toch kunnen we van ons leven nog een leuk verhaal maken, dat zorgt dat we er vrede mee hebben. Met dank aan de verbeelding van Woody Allen. Er zijn meer mogelijkheden. Voor een ander verschaft bijvoorbeeld de overwinning op borstkanker van een voetbalvrouw de noodzakelijke hoop. Dat zorgt ervoor dat ze kunnen blijven geloven dat er verhalen zijn die goed aflopen. Zelfs ons eigen verhaal zou nog best wel eens een goed einde kunnen hebben. Als de steun aan cultuur wordt stopgezet hebben we alleen de voetbalvrouwen nog. En ons vorstenhuis. De meerwaarde van vorsten en vorstinnen is dat ze louter door hun aanwezigheid hun onderdanen het gevoel geven dat het goed komt. In ieder geval financieel, want wij hoeven maar naar onze koninklijke familie te kijken om te zien dat het ze altijd nog voor de wind gaat. Ook relationeel gaat het ze goed, want ach, er mag dan van alles misgaan in de liefde, uit elkaar gaan ze zelden. De onvervulde meisjesdromen van Lady Di die tot een scheiding van de prins met de flaporen leidde hebben het Britse koningshuis daarom ook meer schade toegebracht dan de ijzige koningin die niet weet hoe je moet glimlachen. Nee, je blijft bij elkaar. Door dik en zeker door dun. Wij, Marion en ik, zijn heel geschikt als koningin en prinsgemaal van het rijk van de kankerjongens, van de mannen met broeken vol pisvlekken en de poepluiers onder hun ruim zittende kostuum, van de katheters en de PSA-uitslagen. Wij bezoeken recepties en verschijnen in bladen en de mensen denken bij zichzelf: aj, die vrouw is nog steeds niet bij hem weg, ook al gedraagt hij zich nog zo hufterig door de therapie. Of: Kijk eens, wat doet hij toch zijn best. Hij sport en eet gezond en is nog steeds onder ons. Als ik dan in mijn beste kostuum loop te glimlachen en mijn lieve vrouw, de moeder Theresa van de prostaatlijers, wuift goedmoedig naar de mensen die ze niet herkent, dan krijgt iedereen de gelegenheid te denken dat het allemaal zo erg nog niet is. Je kunt best prostaatkanker hebben en toch gelukkig zijn. Maar kan ik de onkosten voor dit publieke optreden dan tenminste wel van de belasting aftrekken? Hare echte majesteit doet het toch ook niet voor niets. Terug |