Week 03 -2011
Wat ik allemaal niet moet eten om niet aan de kanker heen te gaan…. Veel spinazie, vooral broccoli en bloemkool, pompoenpitten, maar ook tomaten, knoflook tot de buren er zelfs last van krijgen en veel verse kruiden. Als ik op de websites kijk waar men met ongevraagde hulp gereed staat mij te redden begint het me te duizelen. Wie kan een eenvoudige man met prostaatkanker in deze chaos nog enigszins als gids dienen?
Menigeen is ervan overtuigd dat ik nog in leven ben omdat ik ze bij een etentje bij ons thuis een Spartaanse maaltijd heb voorgezet. Ik schijn het allemaal te weten. Geen vlees, geen roomboter, geen kaas en naar hun smaak veel te veel groenten. Maaltijden vol vezels, waar mijn gasten nog dagen lang winderigheid door hebben. En jammer genoeg ook al geen toetje ter beloning. Als je zo eet, denken ze, dan kan het niet anders of je wordt honderd jaar en krijgt de kanker je niet op de knieën.
Mijn lieve vrouw verzorgt me bovendien erg goed. Ze bezoekt regelmatig de natuurwinkel om met allerlei ongekende producten thuis te komen. Pas had ze een Tibetaans brood meegenomen. Was het helemaal in Lhasa gebakken of was het meel misschien vanuit dat land geïmporteerd? Ik weet het niet. Misschien was het gebaseerd op een eeuwenoud geheimzinnig recept waardoor ook de bewoners van de Hunzavallei wel honderdvijftig jaar werden. Het was zo gezond dat een dag later iemand een gat in het hoofd zou krijgen indien een boterham van deze broodsoort naar zijn hoofd geworpen werd.
Al met al heeft de reputatie dat ik weet hoe je gezond eet ervoor gezorgd dat ik een stroom brieven en e-mailberichten binnenkrijg. Mensen vragen me wat ze moeten eten om niet door de prostaatkanker te creperen. Ik kan daar kort over zijn: ik heb geen idee. De relatie tussen kwaadaardige gezwellen en voeding is niet zo simpel als het vervangen van biefstuk en époise kaas door tomaten en roggekiemen. Het ontstaan van kanker is een proces van ontspoorde cellen en die gaan maar niet zo maar van het ene op het andere moment met je op de loop. Je hebt er aanleg voor en in dat geval is langdurige blootstelling aan bepaalde stoffen, waaronder die in onze voeding, medeoorzaak dat je bij de dokter en onder de scan belandt. Heb je het of heb je het niet? En wee je gebeente als je het hebt, want dan komt al snel de verbandtrommel te voorschijn. En daar zit zeker geen boek met kankerrecepten in.
Vandaag werd ik verblijd met het bericht dat ontdekt is dat soja het geheime antwoord op al onze vragen is. Het stopt de verspreiding van prostaatkanker. De onderzoekers komen uit Chicago en hebben gekeken naar de effecten van een dagelijkse pil met genistein. Het is een van de heilzame stoffen in soja. Ik heb het voordeel een grootverbruiker van sojaproducten te zijn. Dat doe ik omdat aangetoond is dat gebruik van dierlijke eiwitten een bijdrage levert aan het ontstaan van prostaatkanker. Voor mij is het te laat, maar ach, je weet maar nooit. Ik eet sojayoghurt, sojavla, tahu en tempeh, drink sojamelk en als er wel eens room in een gerecht moet dan is het sojaroom. Als ik mijn dagelijks genisteinvoorraad niet binnenkrijg, dan weet ik het niet meer. Bovendien is mooi dat weer andere onderzoekers aangetoond hebben dat soja ook de kans op het ontwikkelen van borstkanker weer tegengaat. Alleen heb ik geen borstkanker. Ik lees het nieuws aandachtig. Onderzoek bij 38 man? Dat is nou weer een beetje een koude douche, want wat betekent dat al met al?
Het komt erop neer dat ik geen antwoorden heb, maar gewoon net als ieder ander niet weet wat ik met al deze informatie aanmoet. Zo gaat het eigenlijk met al die losse flodderonderzoeken die iets aardigs melden over de voordelen voor mannen met prostaatkanker, maar waarvan eigenlijk niet behoorlijk bewezen wordt dat het ook echt helpt. Simpelweg omdat het probleem rond het ontstaan en het managen van kanker gewoon niet zo simpel in elkaar zit. Dat heeft dan weer tot gevolg dat al die kennis niet wijzer maakt, maar juist eerder steeds dommer. Je krijgt het gevoel dat het vijf voor twaalf is en dat er nog allerlei kansen zijn om het onaangenaamste te voorkomen. Als je maar gezond eet. Er lijkt zoveel informatie. Waar kun je die vinden? Niemand lijkt het nog precies te weten. We zijn met z'n allen een groep analfabeten geworden die vreemde woorden mompelend door de gangen van het ziekenhuis strompelt: genistein, lycopeen, pygeum, saw palmetto, acadabra. Toverformules om het onvermijdelijke uit te stellen. We roeren in de pan in de hoop een helende maaltijd te bereiden.
Ik weet het goed gemaakt. Laten we alles aangrijpen, want baat het niet het schaadt waarschijnlijk ook niet. Wij eten daarom geen Tibetaans brood meer, maar gaan over op sojabrood. Lekkerder, beter voor de tanden en je overleeft uiteindelijk iedereen, zodat je eenzaam in een tehuis eindigt en verlangt dat het eindelijk voorbij is.



Terug