| Week 06 -2011 We zijn te vroeg bij haar school. Helena speelt nog buiten met de groep. Als ze ons achter de spijlen van het hek ziet, zwaait ze enthousiast en zegt tegen haar vriendinnetjes "Mijn oma en opa". Onze harten springen op. Vogels die nog niet goed kunnen vliegen. Als ze uiteindelijk naar buiten is gekomen rijdt ze op haar kleine roze fietsje voor ons uit. Vijf jaar oud. Twee drukke autowegen steken we over. Af en toe rennen we haar snel achterna, niet helemaal zeker of ze wel op tijd zal stoppen. Ons gemoed schrijnt. Bezorgdheid en liefde strijden om voorrang. Thuisgekomen warm ik soep op. "Er is toch geen brand?" vraagt ze met een dun stemmetje als ze het gasfornuis luid hoort razen. Helena verandert van plaats aan de tafel. Ze wil niet met haar rug naar de open keuken zitten waar ik bezig ben. "Het gaat toch niet branden?" informeert ze een paar keer bezorgd. In draai het vuur laag. Op een klein vuurtje wordt de groentesoep ook warm. Ze vertelt dat brandwonden pijnlijk zijn. Dat het meevalt als je thuis onder de koude douche wordt gezet en later ook in het ziekenhuis. Ze weet precies dat je onder die koude douche moet omdat je anders later pijn krijgt. Dat het nog minder wordt als je een prikje in je hand krijgt en dat ze dapper was in haar eentje in de ambulance op weg van het streekziekenhuis naar het brandwondencentrum. Alle pijnlijke details van het avontuur dat haar een half jaar geleden overkwam somt ze voor ons op. Later vertelt haar moeder dat vorige week de vlam in de pan vloog. "Best eng," voegt ze daar aan toe. Sindsdien is Helena weer erg bezig met brandwonden. Met zachte stem zegt ze: "Mama had wel kunnen verbranden." Hoe kunnen we haar helpen om een weg te vinden in die enge wereld, waarin zo maar van alles kan gebeuren? Als ik mijn 91-jarige moeder opbel, zegt ze dat ze nu niet met me kan praten want de dokter kan elk moment komen. "Als hij er nog niet is, hoef je ook niet op te hangen," zeg ik. "Wat is er met je aan de hand?" Ze heeft zo'n pijn in de buurt van haar oor, vooral bij praten en slikken. "Als ik een hele avond alleen thuis zit en lees, voel ik niets," legt ze uit. Ik weet niet of ze het ironisch bedoelt. "En bij bridgen zal het ook wel meevallen," merk ik op. "Want daarbij moet je toch je mond houden." Ze heeft haar gevoel voor humor nog en lacht, maar zegt onmiddellijk "au", want ook dat blijkt pijnlijk te zijn. "Als jij een brandwond hebt opa," vraagt Helena, "moet je dan ook huilen." "Ik denk het wel," antwoord ik. Ik weet het echter niet zeker. De man die vanuit de gevangenis naar het ziekenhuis waar ik ooit als co-assistent werkte gebracht werd omdat hij een lepel had ingeslikt, zei het me heel duidelijk: Pijn doet geen zeer. Hij wilde zijn geliefde zien, slikte iets in dat operatief verwijderd moest worden, waarna hij - eenmaal uit narcose gekomen - de infusen verwijderde en naar huis vluchtte. Ik was een jaar of 23. Wat wist ik van pijn? De man gaf me nog een praktische tip, waar ik echter nooit gebruik van heb gemaakt: "Wel een lepel inslikken,"zei hij. "Een vork blijft hangen en dan kunnen ze er met zo'n tangetje bij." Tussen de kleuterleeftijd en het verzorgingshuis leren we hoe we met pijn om moeten gaan. We negeren hem, vergeten het, worden ongevoelig en egoïstische om maar niets te voelen. We leven op de automatische piloot, die ons uit alle problemen houdt en als er toch iets mis gaat, is het een incidentje waar we snel overheen proberen te stappen. Prostaatkanker. Je zou zeggen dat zoiets een wake up call is. Dat je probeert niet langer te leven zonder dat je iets voelt. Het tegendeel is waar. Zelfs kanker wordt op sterk water gezet in een geheim kastje van onze ziel. Kanker, kanker je bestaat niet! Ik doe of ik 16 ben of 25. Alles gaat goed en pijn voel ik niet. Als ik later mijn moeder vraag wat de dokter van haar pijn in het oor vond, vertelt ze dat hij zei "dat is de ouderdom mevrouw" en weer vertrok. Zelfs de leugen van de troost heeft hij niet geboden, de warmte van een tijdelijke oplossing. "Ik zei dat ik onder de douche uitwilde, want ik had toch geen pijn meer," zegt Helena. "Het was zo koud." Het leven kan behoorlijk zeer doen. Terug |