| Week 07 -2011 Ik wist zeker dat mijn PSA hoger zou zijn. Vorige keer was het ook gestegen en waarom zou dat dan dit maal niet zo zijn? Ik wilde er niet aan denken en verdrong de drie letters effectief uit mijn geheugen. Zo zeer dat mijn alfabet nog maar uit 23 letters bestond. Het is onhandig, want ik moet dan len, oepen en ieen; lpen, aan ex doen en chrijven; me niet ntellen en rdig doen. Godzijdank leveren activiteiten als vrijen en neuken in zo'n kankerbeperkt alfabet geen probleem op. Het is echter ondoenlijk. Als ik 's morgens om vier uur wakker word en naar de wc moet, val ik vervolgen niet meer in slaap en je moet toch ergens aan denken. Die PSA glipt er dan op een of andere manier vaak tussendoor. "Terug in je hok," roep ik dan zonder Marion te wekken. Meestal luistert hij wel. Misschien zou ik mezelf ook een handje moeten helpen door niet elke week te schrijven over de prostaatkanker. Op die manier verovert het gezwel zich namelijk niet alleen een plaats in mijn onderlichaam, maar geleidelijk ook in mijn hoofd. Ik wil dat niet, want ik wil in de eerste plaats leven en niet met de dood - of een aankondiging daarvan - bezig zijn. Uiteindelijk blijkt het echter telkens te moeilijk om mezelf voor de mal houden en net te doen of er niets aan de hand is. Er is altijd wel iets of iemand die me eraan herinnert. Schrijven erover helpt me dan in ieder geval een balans te vinden. Ik orden het op een manier die het dragelijk maakt. Het is niet de waarheid die ik probeer te schetsen, maar een gewenste wereld. Of we nu schrijven, schilderen, fotograferen of muziek maken, mensen willen graag dat de kale realiteit wat meer is en verkleden hem, bedekken hem met woorden. Iets dat me een paar weken geleden onder ogen kwam zette mijn hersenen bijvoorbeeld weer in werking. Het gaat over een eiwit dat op sommige kankercellen zit en dat de afweercellen in het lichaam opdracht geeft tot moord op de kankercel. De vraag is waarom de slachtpartij onder de kankercellen dan vaak juist niet plaats vindt. Dat komt omdat de kankercellen ook een eiwit maken met de tegenovergestelde boodschap. Onderzoekers hebben nu manieren gevonden die dit proces misschien kunnen manipuleren. Ze hebben nog niets concreets in handen, maar ze roepen reeds luid van de daken: "Misschien vinden we op deze manier wel een medicijn." Mooi toch? Natuurlijk is dat heel interessant en ik hoop dat het medicijn dat - als alles meezit - over een jaar of tien beschikbaar zal zijn, geen bijwerkingen vertoont die op andere wijze het leven weer ondraagbaar maken. Wat me echter vooral dwars zit is de wijze waarop het uitgelegd wordt. De dappere jongens en meisjes die het onderzoek gedaan hebben, praten over een eiwit dat op de cellen zit en 'eet me' zegt en een ander eiwit dat 'eet me niet' roept. Die formulering blokkeert mijn verbeelding volledig. De poging om ingewikkelde processen uit te leggen is ontaard in een vergelijking die de eetlust bederft. Het artikel ligt op mijn bureau en telkens als ik de titel zie, krijg ik een onbestemd gevoel: 'Eat me' signal on some cancer cells may hold key to future cures. Ik zie een bacchanaal in de grootteorde van La grande Bouffe voor me. Door de concreetheid van de vergelijking, die niet bepaald recht doet aan de complexe processen die met immuniteit te maken hebben, krijgt de lezer ook nog het gevoel dat het medicijn er al bijna is. Alleen nog maar de tafel dekken, borden en glazen klaarzetten, dien maar op en aanvallen maar. Het is voor mij onbegrijpelijk geworden dat de gezondheidszorg dat steeds doet, niet begrijpt wat mensen aangedaan wordt en uitsluitend geld stopt in steeds maar nieuwe tests, onderzoek naar middelen waarvan de meeste waarschijnlijk nooit op de markt zullen komen, maar vergeet dat het om mensen gaat die je helder moet uitleggen waar het precies om gaat. Het maakt alleen maar bang en leidt ertoe dat in de Verenigde Staten 95 procent van de mannen met prostaatkanker met een laag risico toch voor radicale behandeling kiest en zo de kwaliteit van hun leven opoffert aan de angst voor risico's. In het Verenigd Koninkrijk durven vier van de tien mannen het aan om af te wachten, de ontwikkelingen te volgen en pas in te laten grijpen als de verschijnselen erom vragen. Waakzaam afwachten. In ons land zullen de cijfers wel vergelijkbaar met die in Engeland zijn. Van PSA naar PSA, een alfabet van drie letters. Wat bleek? Mijn PSA was deze week 16,8. 0,2 minder dan de vorige keer. Ik leef nog. We kunnen weer drie maanden voort en leven of er geen PSA bestaat. Eet me in godsnaam niet op. Terug |