| Week 11-2011 Ooit speelde ik een rol in het toneelstuk 'Als de dood' van het werkteater. Na afloop was er een journalist van Panorama die met de acteurs sprak en dus ook met mij. Hij vroeg of werken met mensen die dood gaan iets speciaals had. "Ja het is heel bijzonder" had ik hem geantwoord en enkele weken later las ik in het weekblad dat ik bij het werken met stervende mensen een erectie kreeg. Het was idioot, maar ach, het was riooljournalistiek. Niets om je zorgen over te maken. Dat wist ook iedereen die het blad zag. Andere kranten en weekbladen waren vast niet zo. Onlangs zaten Marion en ik in de lobby van een hotel in Antwerpen en werden gezamenlijk geïnterviewd. Handig, want Marion's nieuwe roman en mijn boek 'Gezond' verschijnen bijna tegelijkertijd. 'Meer dan mannelijk' van Marion gaat over een viriele man die zich geconfronteerd ziet met prostaatkankerbehandeling en ineens niet meer de man is die hij was. Mijn boek gaat absoluut niet over prostaatkanker maar het valt niet te ontkennen dat ik wel het een en ander over het onderwerp heb geschreven. Ze had haar nieuwe recorder thuisgelaten want die werkte niet goed meer en een oude meegebracht. Al na vijf minuten maakte Marion haar erop attent dat het apparaat helemaal niet werkte. De dame van de Gazet sloeg een paar keer op het ding, maar het hielp niet. Ze haalde blocnote en ballpoint te voorschijn. Na tien minuten had ze over onze boeken wel genoeg gehoord. Hoe ging het nu met mijn prostaatkanker? Marion en ik gaven beleefd antwoord. Op een gegeven moment interrumpeerde ik terwijl ze de volgende vraag over de invloed van het gezwel op ons mooie leven stelde. "Ho, ho, ho," zei ik. "We zitten hier niet als vertegenwoordigers van het prostaatkankerlijdersgilde om aandacht te vragen voor alle ellende die in een kort leven kan optreden en wat daaraan gedaan moet worden. We hebben boeken geschreven." Heel even ging het weer over ons werk, maar het leek wel of de dame daarover niet al te veel noteerde. Ze ging al snel weer over op ons persoonlijk leven. Voor ons werk putten we uit ervaringen waar we iets over weten. We vormen die om tot kunstwerken. De taart die we gebakken hebben smaakt niet naar meel, naar melk, naar een snufje zout, naar een handjevol suiker, maar heeft een eigen smaak en vorm gekregen. De taart moet als taart beoordeeld worden. Natuurlijk begrijpen we ook wel dat iemand die onze boeken leest nieuwsgierig wordt naar de relatie met ons persoonlijk leven. En als de journalist nieuwsgierig is, dan weet die dondersgoed dat lezers dat ook zullen zijn. Dus bij verschijning van nieuwe boeken ontkomen we er niet aan om af en toe een tip van de sluier op te lichten. We zijn echter bang dat vaak vertellen over onze eigen ervaringen ervoor zorgt dat ons privéleven in een clichéverhaaltje verandert. Toen Tomas Vanheste van Vrij Nederland belde om te vragen of hij en Carolina Lo Galbo een dubbelinterview met ons konden maken had ik wel even twijfel. Ik herinnerde me het eerste grote interview dat ik ooit gaf. Het was 1978. Tot dat moment had ik elk interview geweigerd en als het toch moest dan zonder foto erbij. Zelfs de Volkskrant waarvoor ik al twee jaar lang een column verzorgde had me niet weten over te halen mijn idee over foto's bij interviews te veranderen. Maar die keer ging het om Vrij Nederland en daar was ik al sinds mijn zestiende jaar op geabonneerd. Het is naïef te denken dat zo'n weekblad de zelfde relatie met jou heeft als jij met dat blad. Dat merkte ik toen ik na uren praten en een week wachten op de uitwerking het resultaat zag en ontdekte dat wat je in het ene verband zegt gekoppeld aan iets wat je in ander verband beweert ineens een heel andere betekenis krijgt. Een ander componeert met jouw woorden en je bent zelf niet meer de baas. De interviewster wilde mijn lezers laten zien wie ik eigenlijk was. Ze zei ook letterlijk tegen me: "Besef je niet dat er een dag komt dat mensen de mythe die er rond jou ontstaan is willen ondermijnen?" Ik was zo onnozel dat ik niet begreep dat juist zij dat kwam doen. Ik wilde de mythe in stand houden: de schrijver is niet de zelfde als ikzelf. In één klap wist ik wat de functie van interviews is en ik hield daar de rest van mijn bijna 35 jarige carrière rekening mee. Maar nu? Ging ik een herexamen met VN krijgen om te zien of ik echt veel geleerd had en dan nog wel samen met Marion? We spraken vijf uur achtereen. Carolina en Tomas hadden alle twee een recorder meegebracht en die werkten ook allebei. Het ging over onze boeken, over onszelf en over ons samen. Wij schonken Tomas en Carolina ons vertrouwen, maar waren licht bezorgd. Hopelijk stuurden ze ons niet het interview een uur voor hun deadline op met het verzoek nog snel even te reageren. Dat is een standaardtruc van journalisten om het niet te hoeven veranderen. Uiteindelijk arriveerde het en ik las het zorgvuldig. Ik kon ze niet op al teveel manipulatie betrappen en waar dat gebeurde had dat een functie voor het inkorten van het lange gesprek. Natuurlijk voelde ik soms enige wrevel omdat ze me tonen zoals ik ben, maar het gaat over onze boeken en hoe het komt dat wij samen juist die boeken hebben moeten schrijven. Marion zat in de auto vanuit Brussel naar huis. Op haar iPhone had ze gezien dat het interview gestuurd was, maar op zo'n klein schermpje ga je zoiets niet lezen. Ze vroeg me het voor te lezen terwijl zij zich door de file heen werkte. "Ja," zei ze toen ik daarmee klaar was. De VN van deze week kwam en ik las hem op mijn gemak door. Toen ik hem weglegde - de laatste pagina overslaand omdat daar alleen maar wordt aangekondigd wat er volgende week in verschijnt - dacht ik een man te zien die op mij leek. Ik pakte het tijdschrift weer op en daar stond het 'Volgende week: Marion Bloem en Ivan Wolffers. Schrijversechtpaar over gezondheid, lust en leven met prostaatkanker.' Bij het zien van de foto van Jeroen Mantel schoot een traan in mijn ogen en ik weet werkelijk niet waarom. Terug |