Week 12-2011
De aandacht voor mijn nieuwe boek 'Gezond' zorgt voor een vreemde gewaarwording. Doordat ik in de inleiding schrijf dat het mijn laatste grote boek is heb ik gezorgd voor ongerustheid bij mensen die zich al lange tijd afvragen wanneer het zal zijn afgelopen met mijn geluk. Al meer dan acht jaar heb ik die prostaatkanker. Zal hij me dan uiteindelijk toch de baas worden?
Ik voel me echter goed en de PSA waarde - die onbetrouwbare maat om te volgen wat er in mijn lichaam aan de hand is - is te hoog, maar het stijgt niet. Meestal weiger ik er te lang bij stil te staan, maar nu? Ben ik nu een levende schrijver die nog een oeuvre heeft te voltooien of ben ik op weg naar de uitgang en moet ik snel mijn laatste truckjes uithalen zolang ik nog in het halfduister van de bioscoopzaal loop? Ben ik iemand die nog lang zal leven of iemand die niet lang meer heeft? Ik had dat niet moeten schrijven. Het is flirten met het lot.
Op dinsdag ontving ik het nieuwe boek met op het omslag de vuurrode letters. Ik betoog daarin dat ieder mens zelf bepaalt wat gezond is. Een bezwering die me helpt te geloven dat ik zelf in elk geval erg gezond ben. Die zelfde avond liep ik op het boekenbal rond en toen ik niemand meer in nuchtere staat tegenkwam en een behoorlijk gesprek uitgesloten was danste ik met Marion tot mijn schoenen begonnen te knellen. Het was net als het jaar daarvoor, het jaar daarvoor, het jaar daarvoor. Als iemand me om twee uur die nacht had uit proberen te leggen waar de prostaat precies zit en dat daar kanker in kan ontstaan zou ik hem verbijsterd hebben aangekeken. Ik danste, dus leefde ik.
De volgende dag zag ik Vrij Nederland met daarin foto's van Marion en mij, waarnaast een tekst staat die over lust, liefde, kanker en dood gaat. Daar is de acht jaar geleden aangekondigde dood weer. We werden ondervraagd over onze beide boeken. Haar heftige relaas over een man die aan prostaatkanker en obsessieve liefde ten onder gaat. En mijn laatste grote werk. "Is dit boek een ode aan de liefde voor Ivan" hadden de interviewers gevraagd. Marion had dat ontkend. "Moet dat nog komen?" informeerden ze. En ik had het nodig gevonden snel te zeggen "dat doe je dan maar als ik er niet meer ben". De slotzin van het interview lijkt een verholen boodschap. Iets in de geest van 'dans met mij zo lang ik er nog ben'.
Ik heb de twijfel over mijn naderend einde over mezelf afgeroepen, maar laat ik uitleggen hoe het komt. Het schrijven van een boek is een energie vretend karwei. Je bent er al snel twee jaar mee bezig, kunt met je gedachten nooit ver van het onderwerp van je boek verwijderd zijn en verkeert dus in totale slavernij. Ik kan dat niet nog een keer opbrengen. Gewoon omdat ik wil leven en me niet steeds weer in een nieuw boek begraven. Bovendien wil ik niet verrast worden door de dood, die me inhaalt terwijl ik pas bij hoofdstuk zeven was en tot hoofdstuk tien door wilde gaan. Het moest daarom nu gebeuren. Nu is mijn hoofd nog helder, nu kan ik nog leven zonder dat ik me zorgen hoef te maken dat het zo maar afgelopen is. Door echter zo nadrukkelijk stellen dat het mijn laatste boek zal zijn lijkt het erop dat ik van plan ben naar de eeuwige jachtvelden te vertrekken. Dat is allerminst het geval. Ik wil nog blijven, en alleen maar niet meer van die grote boeken schrijven. Vanaf nu wil ik slechts leuke dingen op papier zetten, dingen die niemand nodig heeft.
Nee, nee, nee. Ik wil niets met die kanker te maken hebben. Een vervelend woord met te veel K's en prostaatkanker is helemaal een lelijke term. Niets van dat alles graag. Ik moet nog naar Patagonië want daar ben ik nooit geweest en Italië en New York hebben recht op een jaarlijks bezoek van ons. Ik wil wel eens een doktersroman schrijven. Nooit gedaan en het lijkt me zo'n grappig genre. En bovendien wil ik wat fotoboeken maken. Foto's over muren, van wat mensen langs de weg laten liggen, van wat lelijk lijkt en door de mensen niet geapprecieerd wordt. In een goede krant een mooie column schrijven, dat wil ik ook wel, zoals ik ooit bij de Volkskrant deed, later bij Vrij Nederland en ook bij het Parool. Als het moet, doe ik het desnoods over kanker.
Maar een groot boek, dat lukt me niet meer. Ik wil wel dat iedereen in Nederland mijn nieuwe boek verplicht moet lezen. Dat lijkt me toch wel het minste. Ik heb het toch verdorie niet voor niets allemaal opgeschreven. Ik wil dat als je mijn boek gelezen hebt je nooit meer op de zelfde wijze over gezondheid kunt denken. Heb ik daarom in mijn boek geschreven dat het mijn laatste zal zijn? Een soort dreigement. Als je het nu niet leest dan is je kans voorbij, want ik ga echt niet meer zo lang voor jullie zitten om het allemaal op te schrijven. Lees het verdorie. We worden geboren en gaan dood. In de tijd daartussen proberen we te begrijpen wat gezondheid is.



Terug