Week 13-2011
Ik was juist bezig met een eerste opzet voor een nieuwe aflevering van het zware leven van de schrijver-arts met prostaatkanker toen een wetenschappelijk artikel mijn aandacht trok. De eerste alinea's had ik al geschreven en dacht me even te kunnen ontspannen met een zoektocht langs mijn favoriete sites met medisch nieuws. Stop de persen riep ik tegen mezelf bij het doorlezen van het artikel waarvan de kop al hoopgevend klonk en alle zelfbeklag verdween als sneeuw voor de zon.
Geen moment langer wilde ik me overgeven aan de wekelijkse koketterie met een kanker die maar niet wil verdwijnen, zijn kans afwacht en me soms tot matige depressie drijft. Ik weet niet eens waardoor mijn diepe melancholie komt. De neerslachtigheid kan ook veroorzaakt worden door de behandeling die ik volg. Het staat duidelijk in de bijsluiter. Bovendien gebeuren er in het leven van mensen dingen die behoorlijk effect kunnen hebben op onze stemmingen. Misschien komt het daardoor wel dat ik energieloos ben en steeds vaker verlang naar het moment dat het voorbij is.
Toevallig las ik deze week een onderzoek waaruit blijkt hoe zeer dagelijkse stress de gezondheid ondermijnt. Gewoon de alledaagse strubbelingen in huwelijk en gezin en problemen op het werk zorgen al voor zeventig procent meer lichamelijke klachten en honderdentwintig procent meer psychiatrische problematiek. Bij dat laatste gaat het dan vooral om depressies. Als dat al zo zwaar weegt, zal dan dat zeurderige karakter van sluipschutterkanker ook wel de nodige invloed hebben. Het is ook eigenlijk net een familietwist: een luidruchtige oom die inwoont en altijd maar kankert dat er niets goed in de wereld is, waardoor hij de rest van het gezin een beetje domineert. Er is bij wijze van spreken geen dag meer denkbaar zonder ome Geert.
Ik erger me de laatste tijd enorm aan mezelf en vind me maar een aanstellerig mannetje. Elke week een stukje schrijven over een kanker die er niet is en toch mijn leven voor een belangrijk deel bepaalt. Het artikel dat ik zojuist echter las hielp me onmiddellijk om te keren en ik veranderde mijn plan. Mijn toon moet maar eens veranderen.
Het artikel datik las is eigenlijk een tel je zegeningen verhaal. Vergeleken met bestraling alleen brengt zes maanden hormoonbehandeling in combinatie met bestraling de sterfte aan prostaatkanker met de helft terug. Na een gemiddelde behandeling van iets meer dan tien jaar bleek de sterfte 11 procent tegen 22 procent. Dus kort gezegd: als ik die hormoononderdrukking niet had ondergaan dan had ik een twee keer zo grote kans gehad er nu al net meer te zijn. Het mooie is dat het ook nog eens gaat om de zelfde soort kanker als waar er bij mij sprake van was. Die is wel buiten de prostaat maar nog enigszins plaatselijk. Drie maanden hormoontherapie blijkt dat gunstige effect niet te hebben en langer prikken gaat steeds meer nadelen geven, zoals impotentie en hartproblemen.
Nou, bij mij is de terminator met zijn zware stralen er flink overheen gegaan. Dat in combinatie met meer dan een jaar twee soorten middelen die alle hormonen die het arme mannetje in zich kan hebben totaal plat legden, moet wel tot enig effect geleid hebben.
Onmiddellijk stuurde ik een mail met daarbij het artikel door naar mijn lieve vrouw die gisterenavond tot laat gewerkt had en daarom nog in bed lag. Ze moet het na het ontwaken op haar iPhone gelezen hebben, want toen ze beneden kwam zei ze lachend "dus je bent genezen".
Dat is misschien nu net weer een beetje teveel beweerd, want mijn ziektegeschiedenis is niet blijven steken bij die periode van bestraling, prikken en slikken.. Na een jaar of drie moest ik aan de antihormonen omdat mijn PSA zo hardnekkig bleef stijgen. Uiteindelijk hielp dat ook niet meer en toen zijn nog wat prostaatkankercellen die de kop weer opstaken met geheimzinnige geluidstrillingen vernietigd. Ik kon daardoor weer op een lager niveau PSA verder leven, maar wel nog steeds met die antihormonen. Nu, weer twee jaar later, volgen we de PSA nauwkeurig om te zien of het niet opnieuw een janboel bij me wordt. So far, so good.
Ja ik besef het maar al te goed, in feite wordt mijn PSA behandeld. Ikzelf heb namelijk geen behandeling nodig of het zou moeten zijn dat ik iemand nodig heb om me op te vrolijken zodat ik niet met al te veel sombere gedachten rondloop. Daar heb ik mijn kleindochters voor. Van de week zaten we met zijn vieren in de auto - Marion, Helena, Katelijne en ik. De allerkleinste sliep, de zon scheen en in een plotseling besef van liefde zei ik tegen mijn vrouw "ik hou van je". Ze was diep in gedachten verzonken en glimlachte naar me, maar Helena op de achterbank zei "Weet ik. Ik ook van jou".
Wat een geschenk. Ik ga bij de 89 procent mannen horen die na 10 jaar nog in leven is en die ook wat betreft andere oorzaken dan de kanker waar een mens aan dood kan gaan wat betere vooruitzichten heeft. Ik ben de man die alles door het leven in de schoot kreeg geworpen en die het niet van plan is uit zijn vingers te laten glippen.



Terug